The Good, the Bad and the Condemned, part VI

Door Chief op maandag 23 oktober 2017 08:20 - Reacties (30)
Categorie: -, Views: 2.081

We werden gevolgd door twee agenten die we eerder waren tegengekomen. Met de hulp van twee busjes werd de wagen van de agenten geblokt waardoor wij konden vertrekken zonder dat we gevolgd werden. Hoe het toen verder ging, lees hieronder


Ik keek nog een keer achterom en zag een van de agenten nog druk zwaaien met z’n armen terwijl de andere met zijn handen in z’n zij toekeek hoe onze MVP rap uit zijn oogzicht verdween. Met een elleboogstoot trok Uncle John mijn aandacht en ik kreeg een dikke knipoog mee en ik barste samen met de anderen in lachen uit.

Uncle Ngau, die voorin zat, deed er nog een duit bovenop: dat ze vroeger gewoon die hele auto in de hens hadden gezet in hetzelfde scenario. Mijn lach verdween en verbaasd keek in naar Uncle John die bevestigend knikte. Het was in de tijd dat ze eerst deden en daarna pas nadachten hoewel de stap van nadenken er eigenlijk vrijwel nooit aan te pas kwam. Het was destijds ook een hele andere wereld dan nu.

Wat volgde was een half uur geschiedenisles gecombineerd met een trip down memory lane. De ene na de andere anekdote werd verteld en waar nodig, en gezien de vele onderbrekingen was het blijkbaar hoognodig, door de andere inzittenden aangevuld. Onbewust ademende ik zo zachtjes mogelijk, bang om de verhalen te onderbreken. Dit was geweldig! Groots!

Niet dat ze over dingen spraken die ze deden, helemaal niet. Tot op de dag van vandaag is mijn kennis over hoe ze hun geld verdienden en hoe ze binnen de triade in rang opklommen een mysterie voor mij. Ik denk een bewuste keuze van de Uncles om mij te beschermen. In dat half uur echter kreeg ik een beeld, eigenlijk een ontnuchterende beeld van de onderwereld die ik alleen in een geromantiseerde wereld had mogen aanschouwen op de TV.

Enige weemoed hoorde ik in de stemmen van de voormalige hoofdrolspelers en tegelijkertijd hun afschuw hoe de onderwereld nu werkte. Net als in zoveel andere delen van de maatschappij draait het tegenwoordig nog maar om één ding: keiharde cash. Had je je vroeger eenmaal aan een Dai Lo verbonden, dan bleef je die voor de rest van je leven trouw. Nu, nu sprongen triadeleden nog sneller over dan luizen in een hondenasiel. Met een paar dollars smolt hun gezworen trouw aan hun Dai Lo als sneeuw voor de zon.

Erger nog, daar waar je vroeger met één belletje vliegensvlug tientallen bewapende medeleden kon optrommelen voor een matpartij moest je nu in je buidel tasten om ze ook maar enigszins in beweging te brengen. Drie honderd voor het laten opdagen, vijf honderd als ze hun eigen wapens moesten meenemen en raakten ze gewond dan draaide je op voor de medische kosten plus een flinke smak smartengeld. Romantiek? De Uncles spuugden erop.

Gelukkig heeft het ook wel zo z’n voordelen: vechtpartijen komen nu veel minder voor dan destijds. Ga maar na: een mannetje of vijftig optrommelen kost je al gauw dik twintig ruggen. Als het dan echt op een vechtpartij komt dan loopt de rekening natuurlijk vliegensvlug op. Nee, daarom blijft het tegenwoordig meestal bij wat geroep en geschreeuw van twee partijen.

Hoe ontnuchterend deze boodschap ook was, ik hing aan ieder woord dat uit de monden van de Uncles kwam. Ik had niet eens door dat we weer terug waren in Central want ineens hoorde ik de chauffeur zeggen dat we er waren. De autodeur ontsloot zich en schoof vanzelf open. Uncle John wilde uitstappen maar toen zei ik voor het eerst iets sinds de Uncles aan het vertellen waren. Waarom volgden de agenten ons eigenlijk?

Uncle John stond met één been buiten toen hij mijn vraag hoorde. Hij draaide zich weer om en ging zitten. Uncle Ngau gebood de chauffeur de deur dicht te doen en nog wat rond te rijden. Zo hartstochtelijk als Uncle John net gelachen had, zo serieus keek hij nu naar mij. Er was trammelant binnen de triade. Dat was wel vaker zo maar nu was het serieus fout. Bij één van de machtigste triades in Hong Kong was de hoogst geplaatste leider, de Dragon Head, verdwenen. Het gerucht in de straten was dat hij tijdens zijn trip naar Thailand was omgelegd.

Uncle Ngau vulde aan dat het in de kranten had gestaan maar aangezien ik geen Chinees kon lezen liet ik de lokale kranten voor wat het was. Terwijl de betreffende triade op zoek was naar hun leider, of het nu zijn lijk was of niet, gingen er ook geruchten dat er nieuwe verkiezingen zouden plaatsvinden voor zijn opvolger. Dit was veel sneller dan normaal en dat voedde weer nieuwe geruchten dat het wel eens een inside job zou kunnen zijn geweest.

Je kon dus stellen dat het nu een zooitje was in die triade. De Dragon Head was zoek, andere triades werden verdacht maar ook intern was er enorm veel wantrouwen tussen elkaar. Een opgelegde kans voor de andere triades dus om landje pik te doen. De kans was dat dit enorm zou escaleren met alle gevolgen van dien. Waarschijnlijk daarom probeerde de lokale politie er alles aan te doen om het in de kiem te smoren. Aangezien Uncle John niet voor de eerste keer als vredestichter was gevraagd was het niet geheel onlogisch dat hij in de gaten werd gehouden. Maar, zo verzekerde Uncle John mij, dit ging zijn macht ver te boven.

Tussen twee partijen kon hij nog wel bemiddelen maar hij had het idee dat er nu tientallen partijen betrokken waren. Dat niet alleen, zolang de waarheid niet boven was zou iedereen elkaar wantrouwen en kon je iedere vorm van bemiddeling vrijwel vergeten. Nee, hier zou hij zeker zijn vingers niet aan branden maar hij vroeg mij voor de zekerheid of ik het telefoonnummer van hun advocaat had bewaard. Met de bevestiging die ik gaf voelde ik voor het eerst dat het misschien zo gek nog niet zou zijn om dat telefoonnummer in mijn bezit te hebben.

The Good, the Bad and the Condemned, part V

Door Chief op maandag 9 oktober 2017 10:32 - Reacties (31)
Categorie: -, Views: 2.166

Mijn contactenlijst in mijn mobiele telefoon was ongevraagd een advocaat rijker en ik hoopte maar dat die ongebruikt zou blijven. Ik zag dit als een waarschuwing van de Uncles maar ik was geenzins van plan op te houden met het omgaan met de Uncles.

De vraag hoe hoog de prijs zou zijn voor de omgang met de Uncles bleef niet lang in mijn hoofd hangen, evenmin als het telefoonnummer van Mr. Young. Daarvoor was de sfeer te ontspannen en het eten te lekker. Dat was namelijk ook een dikke bonus van het omgaan met de Uncles: het waren regelrechte smulpapen die wel wisten waar het goed eten was. Van top restaurants tot straattentjes, die mannen wisten het wel. Ze vonden het geen enkel problem om kilometers om te rijden – een behoorlijke afstand voor Hong Kong begrippen – voor een bepaald dessert en ik, ik ging met alle liefde mee.

Toen we na bijna twee uur met een overvolle buik eindelijk klaar waren met de koningsmaaltijd was het toch de hoogste tijd om een kaartje te leggen in Club Blue. Half lopend, half rollend gingen we de trap weer af. Eenmaal op de stoep keken we even in het rond, zoekend naar de MPV van Uncle Ngau. Terwijl Uncle Ngau zijn chauffeur probeerde te bellen op zijn mobiel keek ik een beetje in het rond toen mijn blik werd gekruist door een paar ogen die ik eerder had gezien: de politieagent die mij eerder op de trap een duwtje had gezeten. Mijn ogen zoomden uit en aan de andere kant van de staat zag ik nu de twee agenten die Lok Sir vergezelden. Spontaan brak het koud zweet uit terwijl ik toch echt niets verkeerds had gedaan.

Nerveus tikte ik Uncle John aan en knikte met mijn hoofd in de richting van de twee mannen aan de overkant. Het duurde even voordat Uncle John door had wat, in dit geval wie, ik bedoelde maar uiteindelijk kreeg ook hij de twee mannen in de gaten. Uncle John waarschuwde op zijn beurt de rest van onze groep en tadaaa: het gevloek en getier van Uncle Ngau begon weer van voor af aan terwijl op dat moment de geblindeerde wagen van Uncle Ngau voor ons stopte. Één voor één stapten de Uncles in terwijl ik als laatste plaatsnam. Ik draaide me om tuurde door de achterruit en zag de twee agenten snel in een auto stappen om ze vervolgens in een paar seconden achter ons te zien rijden.

Weer tikte ik Uncle John op zijn schouder aan. “Ze rijden achter ons!” zei ik zachtjes doch dringend, alsof ik bang was dat we afgeluisterd werden. Een brede grijns op het gezicht van Uncle John. Dat begreep ik niet. Het kon aan mij liggen maar het leek mij niet handig om met twee agenten achter ons naar een illegale pokerclub te rijden maar goed, ik had dan ook 0,0 ervaring met achtervolgd worden door dienders. Niet dat ik ook maar ooit achtervolgd was overigens. Met zijn grijns nog op zijn gezicht zei Uncle John dat hij wel zin had in een toetje. Hij gaf een adres door aan de chauffeur die op zijn beurt snel Uncle Ngau aankeek die naast hem zat die antwoordde met een kort knikje.

De rit voerde ons door de tunnel van Hong Kong Island naar Kowloon. Onrustig keek ik om de paar minuten achterom om telkens weer te zien dat de auto met de twee agenten op een paar autolengtes achter ons reed. Ik had geen idee waar we ons bevonden behalve dan dat ik op de borden zag dat we inmiddels in Tai Po beland waren. Eindelijk stopten we ergens in de straat waar ik een paar stalletjes op straat zag. Aan een van die stalletjes gingen we zitten. Het was zo’n typisch old Hong Kong style straattentje die je helaas niet meer zo vaak tegenkwam: ronde tafels, plastic krukjes, een dak dat bestond uit niets meer dan een stuk zeil en een hoop geschreeuw van zowel klanten als personeel.

Toen we zaten kwam er een vrouwtje toegesneld die met een natte doek over de tafel veegde. Het doek zag er zo smerig uit dat ik me afvroeg of we niet beter af waren zonder deze schoonmaak beurt. De beschikbare items waren in het Chinees op een groot bord aan de muur geschreven en aangezien ik vrijwel geen letter Chinees kan lezen was ik weer overgeleverd aan de goede smaak van de Uncles. Aan de smaak van de Uncles twijfelde ik niet, de hygiëne van de toko wel. Niet dat het me goed zou smaken want ik zag de twee agenten twee tafeltjes verderop zitten.

Een paar minuten later werden er een paar grote kommen op tafel gekwakt. De inhoud herkende ik als traditionele nagerechten zoals Red Bean Soup en rekenend op mijn getrainde maag begon ik te eten. Ik zag Uncle John iemand geamuseerd bellen maar door het constante geschreeuw om ons heen verstond ik geen woord van het korte gesprek. Verrek, ik dacht dat het me niet zou smaken maar het brouwsel onder mijn neus was verbazingwekkend smaakvol. Uncle John leek het wel ontzettend lekker te vinden want ik zag hem twee extra kommen inscheppen. Daarna stond hij echter op en liep met een kom in iedere hand richting de twee agenten en zette de twee kommen bij de heren op tafel die stomverbaasd keken.

Ook ik keek verbaasd naar Uncle John maar die negeerde mij ditmaal. Ik keek naar de agenten die op hun beurt keken alsof er gif in de kommen zat. Zou het?? Ik zou er nooit achter komen want de agenten namen geen hap van de traktatie en geen twee minuten later stond Uncle John abrupt op. Hij legde enkele briefjes van honderd op tafel en knikte richting de auto en die hint begrepen we. Ook wij stonden op en liepen naar de wagen. Op weg naar de wagen zag ik de auto van de agenten maar ditmaal stonden er twee busjes naast dubbel geparkeerd! De agenten kwamen aangerend en schreeuwden naar de bestuurders van de busjes maar die leken geen kik te geven aangezien de busjes gewoon bleven staan terwijl wij vertrokken. “Zo, en nu een potje kaarten!” gniffelde Uncle John.

The Good, the Bad and the Condemned, part IV

Door Chief op maandag 25 september 2017 05:43 - Reacties (26)
Categorie: -, Views: 2.460

Mr.Young en diens telefoonnummer. Wat moest ik daar in Godsnaam mee en wie was deze meneer Young? Waarom moest ik zijn nummer bewaren?

O….K……. Ik had antwoord op de vraag gekregen wie de man was die we eerder op de trap tegen waren gekomen maar who the hell was nou Mr. Young en waarom moest ik zijn telefoon nummer opslaan??? “Doe het maar” zei Uncle John maar begreep dat ik wel een verklaring verwachte. Die kwam er ook. Mr. Young was iemand die de Uncles al jaren bijstond met zijn juridische kennis. Naar volle tevredenheid van de Uncles uiteraard, aangezien Mr. Young een zeer aanzienlijke kantoor had dat grotendeels door de Uncles gesponserd was door de loop der jaren. Een advocaat? Wat moest ik nou met een advocaat? Hoewel, als mijn vrouw achter mijn capriolen met de Uncles kwam dan zou een advocaat nog wel eens goed van pas kunnen komen. Ik hoopte maar dat die Mr. Young gespecialiseerd was in familierecht.

Eindelijk kwam Uncle John ter zake. Lok sir, Chief Inspector Wong dus, had mij in het bijzijn van de Uncles gezien. Hoewel de Uncles naar eigen zeggen niet meer actief waren in de onderwereld, wat ik in ieder geval bij Uncle Ngau durfde te betwijfelen, was het een publiek geheim dat de politiemacht daar nooit overtuigd van waren. Niet in de minste plaats omdat Uncle John regelmatig optrad als vredestichter en nog steeds aanzienlijk respect genoot van de triade. Dat, plus het gespot worden in het bijzijn van de Uncles, zou niet voor het eerst reden zijn voor de politie om een background check te doen naar mij. Pardon??? Background check?? Naar mij?? W T F.

Ik hoefde me volgens Uncle Ngau nergens zorgen over te maken. Ik had natuurlijk niets met de triade te maken en de politie kon mij niet langer vast houden dan 24 uur. Mijn oren gloeiden roder dan hete kolen onder een ventilator. 24 uur?? Dat was 24 uur langer dan mij lief was, zoveel wist ik zeker. Ik had één keer in een cel gezeten als tiener, in België nog wel en dat was na een kwajongensstreek van mijn maatje Bas en was niet van plan dat nog een keer mee te maken. Volgens het duiveltje moest ik nu niet zoveel zeiken: pokeren in Hong Kong was nou niet bepaald legaal en ook daarvoor kon ik een dagje in de cel belanden en het engeltje knikte hevig met haar hoofd, hopende dat ik eens bij zinnen kwam.

Ik keek nog eens naar het scherm van de telefoon van Uncle Yin en keek daarna de Uncles nog eens aan die alleen maar knikten terwijl ze rustig dooraten. Ik legde mijn eetstokjes maar neer en pakte mijn toestel om vervolgens Mr.Young en diens telefoonnummer in het adresboek op te slaan in de hoop deze nooit nodig te hebben. Uncle John gaf nog een korte gebruiksaanwijzing: de politie mocht mij natuurlijk uitnodigen voor een gesprek maar indien ik geen verdachte in een zaak was mochten ze mij niet vasthouden. Ze konden natuurlijk gebruik maken van mijn onwetendheid over de wetten en rechten. In ieder geval konden zij niet weigeren dat ik een advocaat zou bellen en dan kon ik gewoon Mr. Young bellen en aangeven dat ik zijn nummer van de Uncles had gekregen. Mr. Young zou dan vervolgens de Uncles op de hoogte stellen en ondertussen mij juridisch bijstand verlenen.

Tot zover een praktijkles die ik niet zag aankomen. Zo dan. De Uncles meenden het natuurlijk goed maar om eerlijk te zijn viel dit mij best rauw op mijn dak en wist ik niet goed wat ik er van denken moest. Het was misschien naïef van mij om te denken dat ik zonder enige consequenties met de Uncles om kon gaan terwijl ik wist dat zij een rol hadden gespeeld in de onderwereld, de een nog prominenter dan de ander. Misschien was het nooit helemaal tot me doorgedrongen of wilde ik er niet over nadenken maar opeens kwam het allemaal wel erg dichtbij.

Bedachtzaam at ik verder, half spiekend naar de Uncles die alsof er niets was gebeurd weer vol passie over paardenrennen aan het discussiëren waren. Ik keek nog eens goed naar de mannen die al meer dan de helft van hun leven geleefd hadden en het was een kolderiek gezicht. Ze waren zo druk aan het gebaren, lachen en slurpen dat ik mij op dat moment moeilijk kon voorstellen dat ze bloed en/of drugs aan hun handen hadden terwijl dat bijna niet anders kon. Het waren dezelfde mannen die zonder na te denken geld op mij hadden ingezet in Macau zonder te vragen om enige tegenprestatie. Die mij altijd uiterst vriendelijk behandeld hadden en mij een kijkje in hun leven gaven, wederom zonder enige vorm van tegenprestatie.

Het engeltje zuchtte al want die wist al wat er kwam: de waarschuwing in de vorm van een advocaat ten spijt zag ik geen reden om mijn omgang met de Uncles te staken. Nee, ik vond het veel te interessant en spannend en om de een of andere reden had ik gewoon teveel respect voor ze, met name Uncle John. Het eten smaakte mij ineens een stuk beter en zowaar, ik bemoeide mij met de discussie hoewel mijn kennis over paardenrennen zeer, ZEER beperkt was. Wat voor avonturen ik nog zou beleven met de Uncles wist ik niet maar zoals het engeltje het op dat moment tegen mij zei: alles komt met een prijs. De vraag is alleen hoe hoog.

The Good, the Bad and the Condemned, part III

Door Chief op maandag 18 september 2017 10:19 - Reacties (19)
Categorie: -, Views: 2.183

De Uncles hadden mij opgehaald en we waren op weg naar het restaurant om eerst een maaltijd te nuttigen voordat we kennis zouden maken met een nieuwe poker club, Blue. Op de trap kwamen we blijkbaar bekenden van de Uncles tegen. Dat ze elkaar, ondanks de beleefdheden die ze met elkaar uitwisselden, niet mochten bleek wel uit de kleine duw die ik kreeg van één van de onbekende mannen. Hoe het verder ging, dat lezen jullie hieronder

De resterende trappen werd door Uncle Ngau tot het vermaak van Uncle John en Uncle Yin al vloekend en stampvoetend genomen. Eenmaal aan tafel ging Uncle Ngau gewoon verder en mijn vocabulaire in Chinese vloekwoorden nam rap toe. Ik had nog geen flauw idee wie de mannen die we tegen kwamen waren maar Uncle Ngau had hen, en zo onderhand hun hele familie tot en met de vierde graad, de verdoemenis in gewenst. Het getier was eigenlijk best amusant al was ik meer nieuwsgierig dan geamuseerd.

Het getier nam langzaam af en helaas voor mij, de uncles lieten verder geen woord los over de identiteit van de mannen of in ieder geval de man die de leider leek te zijn. Nee, het gesprek ging snel weer over voetbal, paardenrennen en de vastgoedmarkt die langzaam weer aan het opkrabbelen was na de financiële crisis. Sodeknetter wat brandde die vraag op mijn lippen: wie waren die mannen in hemelsnaam?! Dit was pas de tweede keer dat ik Uncle Ngau zo uit zijn slof zag schieten, die eerste keer was in die toko van Ricky. Dat maakte mij alleen maar nieuwsgieriger.

Ik moest alle zeilen bijzetten om die vraag niet hardop te stellen en het engeltje hielp mij door het duiveltje in een wurggreep te houden maar het begon van binnen steeds meer te branden. Van zenuwen wipte ik op mijn stoel. Het duiveltje werd sterker en sterker en in mijn gedachten kwam het rook uit mijn oren. “Niet doen Chief, niet doen” probeerde het engeltje met een uiterste krachtinspanning terwijl die haar grip op het duiveltje langzaam maar zeker kwijtraakte.

Niet voor de eerste keer werd ik gered door Uncle John. Blijkbaar had ik nog geen woord gezegd sinds we aan tafel zaten want Uncle John vroeg me of alles goed was? Alsof de dam openbrak: wie waren de mannen op de trap schreeuwde ik het bijna uit en Uncle Yin proestte het uit. Het schaamrood stond meteen op mijn kaken. Heel subtiel was ik niet geweest. Facepalm moment voor mijn engeltje die plaatsvervangend schaamte had terwijl het duiveltje zijn hoorntjes recht trok.

Die meneer die ons aansprak, dat was de weledele heer Wong. Chief Inspector Wong wel te verstaan, en de twee die bij hem liepen waarschijnlijk een paar van agenten zijn aldus Uncle Yin. Chief Inspector. Ahhhhhh, één plus één is twee en dit verklaarde de reactie van Uncle Ngau enigszins. Dienders en triade is als water en vuur. Ik was niet heel erg thuis in de rangen en standen van de lokale politie maar zeg nou zelf, “Chief Inspector”, dat klonk toch best imposant. Uncle Ngau was het duidelijk niet met mij eens en gruwelde van het woord “weledele”.

Met die ontboezeming van Uncle John maakten we tijdens het eten een ritje door Nostalgia stad waarbij de Uncles in geuren en kleuren vertelden over hun ervaringen met de agent. Het eten zal best lekker zijn geweest, geen idee. Ik schoof blind eten naar binnen terwijl ik zo aandachtig mogelijk probeerde te luisteren. Het ene verhaal volgde op het andere met één gemene deler: Uncle Ngau keek alsof die door duizend wespen was gestoken. Het gaat wat lang duren om ieder verhaal hier te vertellen maar de historie tussen de Uncles en Chief Inspector Wong ging decennia terug. Je kon min of meer stellen dat de carrieres tussen beiden gelijktijdig begonnen, zij het aan twee verschillende kanten van de wet.

In dit kat en muisspel was het de agent nooit gelukt om ook maar één van de Uncles achter de tralies te krijgen maar je kon niet stellen dat dat gebrek aan wilskracht was van de dienders. Die kwamen te pas en te onpas een keer binnenvallen. Naarmate de tijd vorderde werden de Uncles steeds kapitaalkrachtiger en konden zij zich omringen met een leger aan advocaten wat de agenten alleen maar nog meer frustreerden. Dermate zelfs dat Uncle Ngau ze er van verdacht nauwelijks tijd en aandacht hadden besteedt aan de moordaanslag op Uncle John waarbij diens zoon om het leven was gekomen.

Met die laatste opmerking viel de tafel gelijk stil. Uncle Ngau leek zelf van zijn woorden geschrokken te zijn want hij verroerde geen vin, net zo min als Uncle Yin en ik. Uncle John bleef opmerkelijk rustig, in ieder geval uitwendig. “Let by gones be by gones” zei hij maar ik hoorde duidelijk iets in zijn stem. Iets dat niet strookte met de kalmte waarop hij sprak al kon ik mijn vinger er niet exact op leggen. Om de lucht een beetje te doen klaren zei ik maar dat ik die mannen nu al niet mocht aangezien die ene mij met opzet probeerde weg te duwen. Uncle John keek nu verbaasd. “Zie je wel dat het kleinzielige ratten zijn” reageerde Uncle Ngau meteen, blij dat we van onderwerp waren veranderd.

Uncle Yin zuchtte, sloeg een hand op mijn schouder en keek mij serieus aan terwijl hij naar zijn binnenzak van zijn colbert greep met zijn andere hand. In die andere hand zat nu zijn telefoon. Hij drukte op wat knoppen en liet mij toen een nummer zien. “88xx xxxx” zag ik met daarboven een naam. “Mr. Young” las ik. Uncle Yin gebood mij de naam en nummer in mijn telefoon te zetten.

The Good, the Bad and the Condemned, part II

Door Chief op maandag 11 september 2017 08:31 - Reacties (20)
Categorie: -, Views: 2.716

Ik was nieuwsgierig gemaakt door alle positieve verhalen over een nieuwe pokerroom in Hong Kong, club Blue. Een schijnbare prachtige club die van alle gemakken was voorzien en met spelers met diepe zakken. Klonk bijna te mooi om waar te zijn?

Bloed gaat waar het niet gaan kan en dus plande ik een bezoekje aan club Blue wat in Central lag. Voordat het zover was besloot ik een belletje te plegen aan Uncle John. Wellicht wist hij wie er achter die club zat want ik had mijn portie triade wel gehad voor dit jaar en zo drukte ik de sneltoets, ja Uncle John zat nu onder een sneltoets, in op mijn iPhone. Snel had ik hem te pakken en na even over koetjes, kalfjes, Aunt Mai en voetbaluitslagen van de Engelse Premier League gekletst te hebben kwam ik bij het hoofdonderwerp aan.

Ik vertelde exact datgene wat ik gehoord had: nieuwe pokerroom in Central, mooi spul, hoge limieten en veel geld in omloop. Of hij misschien wist wie er achter die club zat. Uncle John had nog niet eerder van die club gehoord en plaatste meteen een waarschuwing. Gevaar ligt altijd op de loer op die plekken waar relatief veel geld in omloop is. Hij besloot wat belletjes te plegen en drukte mij op het hart vooral te wachten tot hij groen licht had gegeven. Ik voelde de teleurstelling van het duiveltje maar dit was eerder uitstel dan afstel.

Gelukkig hoefde ik niet lang te wachten. De volgende avond belde Uncle John mij alweer. Hij had rondgevraagd maar het leek er niet op dat er iemand van een triade achter club Blue zat, garantie tot aan de voordeur uiteraard. Dat begreep ik maar mijn nieuwsgierigheid – en duiveltje – wonnen het van het engeltje en ik vertelde Uncle John dat ik zaterdag avond wel even wilde gaan kijken. Even bleef het stil aan de lijn. Na een paar seconden bromde Uncle John dat hij mee zou gaan. Gewoon voor het geval dat plus zelf een kaartje leggen, daar was hij ook nooit vies van. Ik sputterde even tegen als een kind die niet wil dat zijn vader meegaat naar een klassenfeestje – voor diegenen die zich dat nog kunnen herinneren.

Lang verhaal kort, zaterdag zou hij mij komen ophalen. De werkdagen vlogen voorbij en die zaterdag was ik er helemaal klaar voor toen tegen vijven mijn mobiel begon te trillen. “Uncle Yin” stond er op het display. Verbaasd nam ik op. Terecht aangenomen dat ik wist wie hem belde kreeg ik de mededeling dat Uncle John, Uncle Ngau en hijzelf op weg naar mij waren. Wederom terecht aangenomen dat ik nog niet gegeten had zouden we eerst samen gaan eten alvorens we de nieuwe pokerroom met een bezoek zouden vereren. Of ik over 5 minuten beneden kon staan. Fijn, je mening mogen laten horen dacht ik bij mezelf maar zoals zo vaak bij de Uncles is het gewoon een kwestie van gedwee doen wat gevraagd wordt en dus schoenen aan, vest pakken en je centen meenemen. Dit keer liet ik mijn paspoort maar thuis. Met weemoed, dat wel.

Nog geen drie minuten later stond ik beneden toen ik al de gitzwarte MPV van Uncle Ngau aan zag komen. Ik wist niet zeker hoever de voeten van hem nog in de triade modder zat maar komop, zo’n MPV hoorde bij de standaard uitrusting van de triade…… De deur gleed open en ik stapte in waarna ik de Uncles beleefd groette. Ze hadden er blijkbaar zin in want het geklets verstomde geen moment. Niet dat dat heel lang was, ik woonde maar zo’n 10 autominuten van Central af en dat was meer door het verkeer dan door de afstand. Hong Kong was nou eenmaal niet gebouwd voor autoverkeer maar dat kon het vaststaande verkeer blijkbaar niet deren.

Bij een Seafood restaurant kwamen we tot stilstand. We stapten uit waarna de chauffeur van Uncle Ngau op zoek ging naar een parkeerplek. Die zouden we dus het komende uur niet meer terugzien want zaterdagen plus vrije parkeerplek in Central was nog zeldzamer dan diamanten. Zoals vele restaurants in Hong Kong lag ook deze op de tweede verdieping (de begane grond wordt vrijwel altijd bezet door retail zaken vanwege de hogere kosten). Ik volgde de stoet de trap op toen ik een man hoorde roepen naar Uncle John. Aangezien ik achteraan liep kon ik niet zien wie dat was. “Daar gaat mijn eetlust” hoorde ik Uncle Ngau grommen duidelijk grommen. “Lok sir” hoorde ik nu Uncle John.

Lok sir? Ik had genoeg Chinese TV series gezien om te weten dat het hier dus om een politie agent ging. Nieuwsgierig bewoog ik naar links en rechts om een glimp op te vangen van de hoofdpersonen. Ik zag drie mannen tussen de ruggen van de Uncles door. Een man die de leider leek te zijn had grijze haren, handen in zijn broekzakken en werd aan beide kanten geflankeerd door twee andere mannen die iets jonger leken. “Zo Uncle John, weer op pad? Hebben jullie zaken te bespreken” klonk het uit zijn mond. Uncle Ngau wilde een stap vooruit zetten maar werd tegengehouden door de uitgestoken arm van Uncle John. “Niets anders dan een etentje met vrienden” antwoorde de laatste.

Ineens leek de politieagent mij op te merken want hij keek mij recht aan. “Jou ken ik niet maar ik raad je aan om wat wijzer te zijn in het kiezen van vrienden”. Van stomme verbazing wist ik niet wat ik moest zeggen. “Een zoon van een familievriend die toevallig op bezoek is in Hong Kong” loog Uncle John en ik probeerde mijn gezicht strak te houden. Uncle John liep daarop verder naar boven terwijl de drie mannen verder naar beneden liepen. Toen ik voorbij de drie mannen liep keek de politieagent mij diep aan zonder te stoppen met lopen. Het voelde alsof hij in mijn ziel keek en ik draaide mijn hoofd snel naar voren. De man aan zijn linkerkant leek mij opzettelijk een klein duwtje te geven. Onvoldoende om mij uit balans te brengen maar voldoende om op te merken. Ik vroeg me af waar dit nou weer om ging.