Hong Kong, a whole different way, part V

Door Chief op maandag 3 februari 2020 03:50 - Reacties (16)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 3.564

Als Chinees zijnde heb ik toch al geen al te grote ogen en de slapeloze nacht maakte dat niet beter maar toen ik probeerde de vrouw te ontwaren waar Uncle John naar verwees kon je niets dan twee spleetoogjes op mijn gezicht ontwaren. Ik tuurde zo hard als ik kon naar de oude vrouw bij de fruitstal maar ik kon haar gelaat ondanks mijn dappere pogingen niet goed zien. Wat ik wel kon zien was dat de vrouw erg oud leek. Ze probeerde een klein kistje met fruit, ik dacht druiven, van een pallet te halen maar dat kostte haar duidelijk heel veel moeite terwijl het kistje toch echt niet groot of zwaar leek.

Ik keek nog eens naar de man die tegenover mij zat: Uncle John, een multimiljonair die aan niets ontbrak. Vervolgens vestigde ik weer mijn blik op de oude vrouw die duidelijk aan het worstelen was met het kistje fruit en waarschijnlijk met veel meer dingen in haar leven. Ik kon niet bevatten dat zij broer en zus van elkaar waren. Toen ik weer naar Uncle John keek zag ik niets dat verraadde dat hij het moeilijk had.

Net op dat moment kwam er een medewerker van de eetgelegenheid aan onze tafel. Zoals gebruikelijk gooit hij zonder een woord te zeggen twee glazen lauwe thee op tafel en kijkt ons verveeld aan. Uncle John bestelt twee lai cha (milk tea) waarna de man, nog altijd zwijgzaam, vertrekt. Uncle John keek naar mijn vragende ogen maar zweeg. Een beklemmende stilte volgde en ik wist mij geen goede houding te vinden.

De stilte werd verbroken door dezelfde medewerker als die onze bestelling had opgenomen en ook ditmaal zette hij de drankjes ruw op tafel. Zo ruw dat er meer thee op het schoteltje lag dan dat er over was gebleven in de kop. Het bleef me verbazen dat in bijna alle sectoren in Hong Kong enige vorm van service ontbrak maar de klanten desondanks terug blijven komen. Consumptie is klaarblijkelijk belangrijker dan service in dit land.

Blij dat er enige vorm van afleiding was nam ik een slok van de lai cha en ik verslikte me toen Uncle John eindelijk wat zei. Proestend kwam de lai chi weer uit mijn mond waardoor een gedeelte van de tafel bedekt werd met het zoete goedje. Niet dat de tafel daarvoor al schoon was overigens. Uncle John lachte een beetje, trok wat WC papier van het rolletje dat op tafel stond (je dacht toch niet dat er tissues op tafel stonden he) en gaf mij dat aan. Schaapachtig nam ik het papier aan en veegde de tafel zo goed en kwaad als het kon schoon. Ik kan jullie vertellen dat er meer dan alleen lai cha op het papier achterbleef en tot zover sloeg het restaurant twee uit twee: slechte service. Check. Slechte hygiene: check.

Eindelijk stak Uncle John van wal en ik hing aan zijn lippen tijdens de monoloog. Zijn relatie met zijn zusje was van jongs af aan al moeizaam geweest. Hij was al op jonge leeftijd naar Hong Kong gevlucht terwijl zijn zusje bij hun ouders in China verbleef. Tot zover een verhaal als dertien in een dozijn voor de tijd. Daarbij kwam ook nog dat hun ouders helemaal geen noodzaak zagen om te emigreren, zij vonden het prima in China waardoor Uncle John min of meer gebrouilleerd raakte met zijn ouders waardoor het onderlinge contact tot het minimale werd beperkt.

Toen zijn zusje eenmaal volwassen was vertrok ook zij naar Hong Kong en op dat moment probeerden zowel hij als zijn zusje hun relatie te verbeteren wat een moeizaam proces met pieken en dalen was. Zijn zusje woonde inmiddels bij hem en was niet gewend om een oudere broer in de buurt te hebben die haar vertelde wat zei wel en niet geacht werd te doen terwijl Uncle John, inmiddels al opgeklommen binnen de triade, de hele dag niets anders deed dan orders rond blaffen en uiteraard botste dat.

Desondanks verbeterde hun relatie langzaam over de jaren maar ging het volledig mis toen zijn zusje verliefd werd op iemand binnen de triade. Erger nog, het was iemand die onder Uncle John viel en hij was pertinent tegen de relatie. Hij had niets tegen die jongen zelf: hij was een gewaardeerd lid en erg bruikbaar voor Uncle John. Nee, het probleem was dat hij niet wilde dat zijn zusje een relatie zou hebben met een lid van de triade. Bij het horen van de reinste hypocrisie proestte ik het weer uit. Andermaal trok Uncle John een stuk van de WC rol en andermaal veegde ik een stuk van de tafel schoon. Nog een paar keer en we zouden zowaar de echte kleur van de tafel onder het vet en andere viezigheid kunnen ontdekken……

Uncle John probeerde lange tijd op elke manier de twee tortelduifjes uit elkaar te houden maar dat werkte alleen maar averechts. Het hielp natuurlijk niet dat Aunt Mai die op dat moment al aan Uncle John’s zijde was min of meer aan haar kant stond. Aunt Mai was door haar eigen ervaring natuurlijk erg begripvol en het was ook Aunt Mai’s verdiensten dat de broer en zus niet compleet van elkaar vervreemden. Na maanden van vechten, huilen en nog meer drama was Uncle John overstag gegaan maar hij had weinig keus: zijn zusje was zwanger van de man in kwestie. Benny, bedacht ik mij.

Uncle John zag het lichtje boven mijn hoofd branden en knikte bevestigend. Benny. Het ging een tijdje hosanna en waren ze een fijne familie totdat de man zich steeds vervelender ging gedragen. Hij dacht dat hij meer rechten had dan anderen binnen de triade nu hij eenmaal een triade baas als schoonbroer had en gedroeg zich als zodanig. De klachten over hem waren niet aan te slepen, veroorzaakte door zijn gedrag meerdere malen bijna een complete oorlog tussen de triades en Uncle John moest meerdere malen het hand boven zijn hoofd houden om hem levend te houden.

In plaats van dankbaarheid verergerde het gedrag van zijn zwager daar alleen maar door. De man was ondertussen bij zijn vrouw ook aan het klagen dat Uncle John hem met opzet de schuld gaf van alles. Dat Uncle John hem met opzet klein wilde houden in de triade en hem geen kansen gaf om zich omhoog te werken. De vrouw slikte alles als zoete koek en beklaagde zich talloze malen bij haar broer. De irritaties liepen aan beide kanten iedere keer weer hoog op en leidde vrijwel iedere keer dat broer en zus zich in dezelfde ruimte vonden tot hoogoplopende ruzies.

Het was dankzij de diplomatieke gave van Aunt Mai dat haar man zijn zwager niet te zwaar liet straffen en God (nou ja, Boeddha) weet dat hij dat wel verdiend had. Zo modderde dat een aantal jaren aan tot die bewuste dinsdag…….

Hong Kong, a whole different way, part IV

Door Chief op maandag 30 december 2019 10:21 - Reacties (20)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 4.064

Ik had nog een aantal uren voordat Uncle John mij zou komen ophalen maar eigenlijk te kort om nog te gaan slapen. Mezelf kennende zou ik alleen maar nog brakker zijn van een paar uur slaap en kon dus maar beter wakker blijven. Als alternatief besloot ik mijn oma van vaders kant, de laatst levende grootouder die ik nog had, te gaan bezoeken. De bezoekjes aan het bejaardentehuis waren inmiddels een vrijwel wekelijks ritueel geworden en deze bezoekjes bezorgden mij altijd een mix aan gevoelens die ik moeilijk kan uitleggen.

Aan de ene kant was het erg fijn dat ik mijn oma zo vaak kon bezoeken nu ik in Hong Kong woonachtig was maar iedere keer als je die ouderen in dat tehuis zag……. Een bejaardentehuis in Hong Kong is voor de doorsnee oudere absoluut geen pretje terwijl Hong Kong een van ’s werelds rijkste landen is. Net als voor de niet-bejaarden is de woningnood hoog wat zich vertaalt in de ruimte, of eerder gebrek daaraan, voor de bewoners van een bejaardentehuis. Voor de “gewone” bejaarde bestond je privéruimte uit niets meer dan een bed en een kastje op misschien drie tot maximaal 4 vierkante meter.

De bedden die in een grote ruimte stonden werden door elkaar gescheiden door niet meer dan een wandje wat zo’n 1.5 meter hoog was en dus nul komma nul aan privacy bood. De kleren en andere persoonlijke bezittingen kon je dan in het ladekastje of onder je bed bewaren. That’s it. Mijn oma had het dan een stuk beter getroffen: zij had tenminste een eigen kamer hoewel die ook niet groter zal zijn geweest dan tien vierkante meter. Overigens denk ik niet dat mijn oma haar woonsituatie heel bewust heeft meegemaakt. Ze was nogal dement en al jaren niet meer uit bed geweest hoewel er niets mankeerde aan haar loopvermogen. Ze vertikte het gewoon.

Als ik dan het bejaardentehuis doorliep naar de kamer van mij oma was het aanzicht best treurig. Terwijl je de urinelucht die altijd aanwezig leek probeerde te negeren zag je een groepje mahjongen, een ander groepje die aan hun rolstoelen waren gekluisterd voor een TV zitten maar de overgrote merendeel liggen of zitten in hun bed. De meesten keken niet op of om en als dan een bewoner je aankeek dan zag je diezelfde doffe blik. Bezoekers kon je meestal ook op twee handen tellen.

Altijd was ik weer blij om de deur van de kamer van mijn oma te openen. Gewapend met een zestal pakjes appelsap en een tweetal daahn taat (egg tarts) trad ik het kamertje binnen. Mijn oma zat rechtop en keek mij een beetje vragend aan. Zoals altijd begroette ik haar en noemde ik mijn naam. Hoewel ik 99% zeker wist dat ze mijn gelaat niet herkende verscheen er toch een glimlach op haar gezicht, waarschijnlijk bij het horen van mijn naam. Bij het zien van de lekkernijen pakte ze een tissue en spreidde dat netjes onder haar kin. Ik pakte een lepeltje uit haar kastje en maakte dat voor de zekerheid even schoon onder de kraan om haar vervolgens dit samen met de daahn taat aan te geven.

Vakkundig lepelde ze alleen de inhoud van deze gebakjes naar binnen en gaf ze mij de korstjes terug. Nog een pakje appelsap erachter aan, tissue opvouwen en tevreden ging ze liggen met gesloten ogen. Helaas was dit geen dag dat ze een helder moment had. Die dagen had ik wel meegemaakt en dan kon ze fantastisch vertellen over vroeger, tot aan haar eigen jeugd aan toe. Dan luisterde ik ademloos toe, zeker als mijn vader in de verhalen voorkwam. Nee, zo’n dag was het vandaag niet. Nog even bleef ik zitten om haar rustig te zien ademhalen en stilletjes sloop ik naar buiten en op de terugweg hetzelfde treurige beeld van zoveel ouderen die daar niets anders deden dan liggen of zitten.

Eenmaal buiten had ik net als altijd een paar minuten nodig om het mistroostige beeld van mij af te slaan. In de buurt nam ik een simpele lunch om vervolgens de bus naar huis te nemen. In de drie kwartier durende rit naar huis kon ik mezelf niet bedwingen om het beeld van het bejaardentehuis te koppelen aan mijn alsmaar ouder wordende ouders. Zoveel bejaardentehuizen had ik niet van binnen gezien in Nederland maar ik vroeg me af: zouden de bejaarden daar ook zo eenzaam zijn? Retorische vraag uiteraard die mijn stemming er niet beter op maakte. De rit duurde dan gevoelsmatig ook langer dan normaal, ondanks dat ik zeker wist dat Uncle John een verrassing voor mij in petto had.

De snelle douche thuis kon gelukkig mijn zinnen een beetje verzetten en ik keek uit naar waar Uncle John mij mee naar toe zou nemen. Ik kon nog even een dubbele espresso bij de koffieboer om de hoek halen toen ik de auto van Uncle John aan zag komen. De espresso goot ik naar binnen, half mijn keel verbrandend. Ik nam achterin plaats bij Uncle John waarna zijn chauffeur de auto weer over de weg liet glijden. Op de vraag waar we naar toe gingen glimlachte Uncle John alleen.

Het monotone geluid uit de motor, de comfortabele achterbank van de auto maakten mij volledig kansloos tegen de vermoeidheid van de slapeloze nacht en spoedig viel ik in een diepe slaap. Ik schrok wakker toen Uncle John mij een beetje heen en weer schudde. Lachend vroeg hij of mijn vrouw wist dat ik zo hard kon snurken. Schaapachtig lachend veegde ik het kwijl van mijn mondhoek en stapte uit. Ik probeerde mij een beetje te oriënteren wat niet heel makkelijk was gezien mijn half wakkere toestand. Ik had werkelijk waar geen idee waar ik was. Ik zag een aantal oude flats, een paar winkels en eettentjes oftewel: dit straatbeeld kon van toepassing zijn op zo ongeveer 95% van Hong Kong en Kowloon.

De straatnamen die wij al lopend tegen kwamen zeiden mij helemaal niets en na zo’n 200 meter stapte Uncle John een oude en vervallen eetgelegenheid binnen. Her en der verspreid zaten enkele klanten en Uncle John nam plaats aan het raam en bood mij de stoel tegenover hem aan. Ik verwachtte dat Uncle John mij mee had genomen op één van de vele culinaire tripjes en mij hier wel een speciale lekkernij zou aanbevelen maar zwijgend staarde Uncle John door het raam. Ik volgde zijn blik en zag een overdekte markt. Zonder dat Uncle John zich bewoog vroeg hij mij of ik de fruitstal zag. Dat kon ik bevestigen waarna de vraag kwam of ik die oude vrouw van dat kraampje zag. Inderdaad, ik zag een oude vrouw achter de kisten schuifelen, een beetje voorover gebogen, mager. “Dat is mijn enige zusje, de moeder van Benny die je vanochtend hebt ontmoet ” vervolgde Uncle John droog en ik viel bijna van mijn stoel van verbazing.

Snelle update

Door Chief op dinsdag 17 december 2019 02:50 - Reacties (17)
Categorie: Over mij, Views: 3.072

Lieve Tweakers,

dank voor alle bezorgde berichtjes die ik heb mogen ontvangen: ik leef echt nog! Ben helaas bedolven onder werk en privegebied waardoor de blogs op dit moment kind van de rekening is geworden.

Ik heb helaas ook geen zicht wanneer ik weer tijd aan de blogs kan besteden. Er is een kleine hoop in mij dat dit nog voor het einde van dit jaar gebeurd maar dat is al ambitieus!

Mijn excuses voor de lange stilte en nogmaals mijn dank voor alle berichten!

Gr. Chief

Hong Kong, a whole different way, part III

Door Chief op maandag 30 september 2019 04:18 - Reacties (30)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 4.023

De groep mannen trokken natuurlijk meteen de aandacht van de al aanwezige klanten. Sommigen zag ik zelfs van schrik dichter naar elkaar schuiven maar de twee oudjes aan mijn tafel aten rustig verder. De groep wilden blijkbaar bij elkaar zitten en gingen op een opzichtige en intimiderende manier bij een aantal bezette tafels midden in de zaak staan. De gasten die een moment daarvoor nog als bevroren aan tafel zaten wisten niet hoe snel ze weg moesten komen. Een enkeling struikelde zelfs half.

Ik prijsde ons gelukkig dat onze tafel buiten schot viel maar dat was buiten Uncle Ngau gerekend die tussen twee happen door ineens luid de groep voor fai chai (nietsnutten/lammelingen) uitmaakte. Nu was het mijn beurt om van angst in elkaar te krimpen. Heel even had ik de hoop dat het toeval zo wilde dat al die gasten doof waren maar die hoop was snel vervlogen. Een paar lopende tattoos kwamen luid en wild met hun armen zwaaiend naar onze tafel om verhaal te halen. Had ik nog tijd voor een laatste schietgebedje?

Terwijl de mannen ons van dichtbij van alles toeschreeuwden aten de Uncles gewoon verder. Waar wij ons mee bemoeiden. Ik wilde bijna naar Uncle Ngau wijzen, zo van: “hij was het!” maar dat leek mij niet helemaal gepast. Door het gebrek aan reactie van onze kant werden de mannen alleen maar agressiever en zag ik dat er nog meer tattoos opstonden en zich naar ons bewogen. Dat was het sein voor de rest van de klanten om zich uit de voeten te maken. Sommigen gooiden een paar bankbiljetten op de toonbank, anderen gingen linea recta de trap af.

Dai kau fu (titel voor oom, de oudste broer van je moeder*), klonk het ineens en ik zag Uncle John voor het eerst opkijken. Zijn gezicht, wat even daarvoor nog vrij vermoeid was door het nachtje doorhalen, lichte heel duidelijk op en er kwam zowaar een brede glimlach tevoorschijn. Door de verandering van zijn gelaatsuitdrukking ontspande ik automatisch. “Hold that thought God, I won’t be checking in today just yet” dacht ik bij mijzelf.

“Oh, hallo jongen, ben jij het?” klonk het uit de mond van Uncle John. Aha! Die tattoo was dus het neefje van Uncle John en de moeder van die tattoo moest dus een zusje van Uncle John zijn! Ik had Uncle John nooit horen praten over een zusje maar laat ik nou niet doen alsof ik de Uncles zó goed kende. Sjonge, dacht ik, was de hele familie van Uncle John betrokken bij de triade?! Die tattoo gaf de mannen die het dichtst bij ons stonden een klap op hun achterhoofd. Of ze wel wisten wie die twee oudere mannen waren. Dat zelfs de sok fu (oudste generatie binnen een familie, in dit geval de triadeclan de twee met respect behandelden. Whhhaaaaooooooo, ik kreeg even een déjà vu moment over de ontmoeting met Ricky hier.

De tattoo plantte zich tussen Uncle John en mij en greep met twee handen de hand van de oude man vast. “Jou leng (volgers)?” vroeg Uncle John, knikkend met zijn hoofd naar de andere mannen. De tattoo, die ik voor deze gelegenheid zal promoveren naar Hoofdtattoo, lachte schaapachtig, gaf er een paar met zijn ene hand nog een keer een klap op hun hoofd terwijl hij met zijn andere hand nog steeds de hand van zijn oom vasthield en beval ze hun excuses aan te bieden wat gedwee werd opgevolgd.

De Hoofdtattoo schudde Uncle Ngau de hand en leek nu ook mij opgemerkt te hebben. Hij knikte naar mij en lachte naar zijn oom: “Zeg me niet dat dit jou leng is” waarna ook de beiden Uncles in de lach schieten. Mijn street credibility, toch al flinterdun, werd hiermee natuurlijk voor eeuwig het raam uitgegooid. Uncle John antwoordde ontkennend naar zijn neef en stelde mij voor als een vriend. Street credibility kwam weer in spoedvaart terug! Hoofdtatttoo stak zijn hand uit en met enige trots dat Uncle John naar mij refereerde als vriend schudde ik deze hand. “Chief”, stelde ik mij voor. “Benny”, luidde zijn antwoord.

Een andere tattoo schoof een stoel voor Benny aan die volgens het correcte Chinese protocol vulde hij de theekoppen aan voor de Uncles. Ook mijn kop werd aangevuld aangezien ik een gast was. Nu deze formaliteit uit de weg was begon het gesprek op gang te komen. Uncle Ngau vroeg Benny hoe het met de zaken ging. Vlakjes gaf Benny het neutrale antwoord dat het “wel ging” maar toen riep een andere tattoo die dicht bij ons stond dat “Sor** Kueng” zijn vlag in hun territorium probeerde te planten. Benny keek hem kwaad aan en de tattoo draaide zich vlug om.

“Je weet dat je oom zich er niet mee wilt bemoeien” zei Uncle Ngau een beetje streng maar Benny wilde ook niets van hulp weten: hij zou het zelf oplossen. Uncle John knikte goedkeurend. “Hoe gaat het met je moeder?” vroeg Uncle John en ook nu betrok het gezicht van Benny. Haar gezondheid liet haar een beetje in de steek en continue was ze tussen huis en ziekenhuis aan het pendelen. Nu was het de beurt aan Uncle John’s gezicht om te betrekken. Het bleef even stil aan onze tafel. Benny stond toen op, wenste de Uncles nog een goede dag, knikte naar mij en vertrok met zijn mannen in zijn kielzog. Hij gaf een seintje naar een van de tattoos die een paar flappen van $1,000 op een tafel legde.

Ineens was het muisstil in de zaak. Langzaam kwamen een paar serveersters uit de hoeken die stilletjes de bankbiljetten oppakten en de lege tafels afruimden. Ik wist niet wat ik moest zeggen maar zwijgen leek mij goud en dus deed ik alsof ik het kaartje met de stempels bestuurde. Ahhhh, ik herkende drie tekens op het kaartje: klein, groot, middel. Blijkbaar waren alle gerechten in die drie categorieën verdeeld en aan de hand van iedere stempel bij iedere categorie kon de eindbalans worden opgemaakt. Verrassend simpel.

“Wil je dat ik je zusje op zoek?” vroeg Uncle Ngau aan Uncle John waarna laatstgenoemde zwijgend zijn hoofd schudde. Huh? Waarom vroeg Uncle Ngau dat nou, Uncle John kon als broer toch prima zelf gaan? Ik begreep het niet helemaal maar het was niet moeilijk te concluderen dat het niet helemaal tussen Uncle John en diens zusje boterde. Veel tijd besteedde ik er niet aan. Aangezien de karretjes met dim sum niet meer verschenen, en dat kon je ze niet kwalijk nemen, vertrokken ook wij. Uncle John legde ons kaartje samen met een briefje van duizend op de toonbank waar nog niemand durfde te staan. Nou, dat was in ieder geval een flinke tip voor die paar koppen thee en dim sums.

Buiten nam ik afscheid van de Uncles. Aangezien het maar een paar honderd meter naar mijn appartement was kon ik lopen en hoefden de Uncles mij niet af te zetten. “Heb je plannen vanmiddag?” vroeg Uncle John en met het enthousiasme van een puppy die een riem ziet verschijnen om te gaan wandelen schudde ik mijn hoofd waarop Uncle John zei dat hij mij rond drie uur die middag zou ophalen.


* In de Chinese cultuur hebben alle familieleden een bepaalde titel. Aan de hand van die titel kan je opmaken of het een familielid van vader/moeder kant is en in welke graad. Hoogst ingewikkeld en altijd een bron van discussie als verre familieleden elkaar ontmoeten en proberen uit te vissen wat de juiste titels zijn.
** “Sor” betekent “gekke” of “idiote”

Hong Kong, a whole different way, part II

Door Chief op maandag 23 september 2019 07:53 - Reacties (15)
Categorie: Over mij, Views: 3.930

Het was enkele weken geleden sinds ik op het politiebureau was geweest (zie hier) en voor het grootste gedeelte ging mijn dagelijks leven eigenlijk gewoon door alsof er niets was gebeurd. Ik ging naar mijn werk, maakte maximale vlieguren om in mijn nieuwe rol te groeien maar genoot ondertussen ook van al het moois dat de stad te bieden had en dat was, ondanks de tientallen malen dat ik de stad in het verleden al bezocht had, verbazingwekkend veel.

Door de vele bezoeken aan Hong Kong sinds ik een jaar of 8 was dacht ik dat ik de stad wel kende but boy, was I wrong! Nu dat ik er woonde merkte ik pas hoe groot het verschil eigenlijk is tussen een stad leren kennen via vakanties of een stad leren kennen door er te wonen. Als toerist kwam ik eigenlijk altijd op dezelfde plekken maar nu als inwoner leerde ik de stad pas echt kennen. Ik beleefde de kleuren, en met name de geuren, als inwoner veel intensiever dan als toerist: hier kan ik dat eten wat mij wel lekker lijkt, daar kan ik dat altijd even snel kopen als ik het nodig heb, dit lijkt mij een leuk tentje om met vrouwlief te bezoeken.

Het intenser beleven komt natuurlijk ook door de dingen die je als toerist niet snel doet. Denk aan een lokale identiteitskaart laten maken in Wan Chai, een huurwoning zoeken op Hong Kong Island, en last but not least: de stad doorcrossen met de Uncles. De ontmoetingen met de Uncles, met name Uncle John, waren meer frequent sinds mijn vorig avontuur met ze en misschien kwam dat uit schuldgevoel van hun kant of omdat ik een nachtje in de villa van Uncle John en Aunt Mai had mogen slapen. Niet dat het mij uitmaakte hoor, ik vond het helemaal prachtig dat ik zoveel tijd met de Uncles mocht doorbrengen.

Er werd nog uiteraard veel gekaart maar ook naast de pokertafels was ik vaak in het gezelschap van de Uncles te vinden. Ik denk dat ze het wel leuk vonden om, in hun ogen, jonge gast die ook nog eens niet in Hong Kong was opgegroeid op sleeptouw te nemen en hoe doe je dat in Hong Kong: juist, door van de ene eettent naar de andere eettent te gaan. Net als vrijwel alle andere Hongkongers waren de Uncles echte foodies die niet te beroerd waren om de hele stad door te crossen voor de lekkerste en bekendste gerechten, hoe triviaal ze soms ook waren. Denk bijvoorbeeld een uur rijden voor daahn taat (egg tarts) om vervolgens drie kwartier rijden er achteraan te plakken voor lai cha (milk tea). Voor Hongkong begrippen behoorlijke afstanden.

Sommige van deze plekken waren bekend bij het grote publiek, je kon ze “gewoon” vinden op de verschillende websites en fora die met eten te maken hadden maar andere plekken waren dermate onbekend bij het grote publiek dat ik ze onmogelijk had gevonden zonder de tot gidsen gepromoveerde Uncles en op deze manier leerde ik nieuwe “geheimen” van de stad kennen.

Een van die geheimen stond nota bene recht onder mijn neus zonder dat ik het doorhad en leerde ik op een zondagochtend kennen. Ik had net een nacht doorgehaald met Uncle John en Uncle Ngau en we verlieten de bar, die tevens zeven dagen in de week dienst deed als pokerroom, rond zes uur in de ochtend. Uncle John opperde om samen te gaan ontbijten en uiteraard stemde ik meteen toe: eten met de Uncles, met name Uncle Ngau, stond vrijwel altijd garant voor smeuïge verhalen uit hun verleden. Een aantal opties werden besproken maar als snel waren de Uncles het erover eens om te gaan dim summen in Sheung Wan. In plaats van hun chauffeur te bellen hielden de Uncles een taxi aan voor een korte rit van Wan Chai naar Sheung Wan.

Ik was recentelijk naar die wijk verhuisd maar de plek van bestemming was mij onbekend. Al snel kwamen we via Queen’s Road Central op Wellington Street in de wijk Central en stopte de taxi voor een onopvallend gebouw zoals zovelen in Hong Kong: oud, grijs en zes of zeven verdiepingen hoog. We liepen binnen wat op een lokale bakkerij leek maar je kon de trap die naar de tweede verdieping voerde niet missen. Enkele treden later bevonden we ons op de tweede verdieping waar het ondanks het vroege uur al behoorlijk druk was aan de vele tafeltjes die zoals altijd in Kong Kong zo dicht bij elkaar stonden dat van private space geen sprake kon zijn.

We bemachtigden nog een van de weinige beschikbare tafels en ik keek eens rustig om mij heen en zag de bekende, zeer Spartaanse inrichting wat niet veel meer betrof dan witte muren met daarin wat kaligrafie (waar ik overigens geen letter van kan lezen), tafels met daarop ongeïdentificeerde laagjes prut en keiharde houten tafels die zo uit de 18e eeuw hadden kunnen komen. Een ober kwam aangesneld, veegde voor de show met een lap over de tafel en zette achteloos en luid een groot aantal kopjes op tafel. Hetzelfde gerinkel hoorde je het hele restaurant door. De ober vroeg welke thee wij wilden en Uncle John gaf aan dat wij pu’er cha wilden. Voordat de ober vertrok legde hij een soort van stempelkaart op tafel. Was een spelletje bingo bij de prijs inbegrepen?

Enkele seconden later verscheen de ober weer en kregen wij ieder een kop voor onze neus gemikt met daarin wat blaadjes die ik herkende als thee. Uit een enorme pot goot hij heet water in ieder van die koppen en deed daar een deksel op om vervolgens weer te verdwijnen. Deze setup kende ik nog niet maar voordat ik goed en wel had bedacht wat ik met die kop aan moest hoorde ik een oude dame vlak mij van alles gillen. Ungle Ngau sprong op, pakte snel de stempelkaart op en liep naar de bron van het gegil: een oud vrouwtje dat een karretje vol dampend etenswaar voor zich uit duwde en binnen enkele seconden was dat arm oud vrouwtje 360 graden omsingeld door mensen die van alles riepen, allen zwaaiend met het stempelkaartje.

Het vrouwtje leek nergens van onder de indruk. Een voor een kwamen de mensen om haar heen aan de beurt: zij kregen een of meerdere mandjes eten van haar, zij kreeg een stempelkaart die zij dan voorzag voor nieuwe stempels alvorens zij deze kaart terug gaf. Rinse and repeat. Al gauw kwam Uncle Ngau met een paar mandjes terug aan onze tafel toen hij vanuit zijn ooghoek een ander vrouwtje met een identiek karretje zag en als pijl uit een boog weer vertrok. Uncle John schoot in de lach: alleen als het om eten ging kon je Uncle Ngau van zijn luie reet af krijgen.

Enkele minuten later kwam Uncle Ngau terug met een toren van vijf mandjes en spreidde deze over de tafel uit. Dat paste nog net. Ik zag hoe Uncle John de kop waar de thee in zat oppakte en de thee voorzichtig in een ander kleiner kopje liet lopen. Aha! Zo moest dat dus en ik volgde zijn voorbeeld om even later aan de thee te nippen dat verbazingwekkend goed smaakte. We wilden net aan de rest van het ontbijt beginnen toen er nogal wat commotie ontstond. In het restaurant stond een groep van 15-20 mannen, allen “gekleed” in een singlet en allen hadden hun armen vol tattoos en als je nu denkt “triade!” dan zeg ik: ding ding ding, u mag door voor de wasmachine.