De avonturen met de Uncles

Hong Kong, a whole different way, part VI

Door Chief op maandag 24 februari 2020 06:14 - Reacties (10)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 2.593

Ik zat dus met Uncle John in een cha chaan teng (theehuis/kleine eetgelegenheid) terwijl hij vertelde over de geschiedenis van zijn relatie met zijn zus. Hij wilde net verder gaan met praten over de bewuste dinsdag


Uncle John nam eerst een slok van zijn lai cha en ik, ik verroerde geen vin want als ik iets geleerd had in de tijd met Uncle John: als hij praat dan houd ik mijn mond. Punt. Ik keek de oude man aan die uiterlijk kalm leek maar de twinkeling die hij normaliter in zijn ogen heeft had plaatsgemaakt voor een vuur die ik voor het eerst zag. Dit kon niet veel goeds betekenen voor zijn verhaal.

Tergend langzaam ging de kop lai cha terug op tafel en ik stond bijna te wippen op het bankje toen Uncle John eindelijk verder ging met zijn verhaal. Die bewuste dinsdag zat hij in net als nu in een cha chaan teng toen enkele van zijn mannen gehaast binnen kwamen. Wat ze toen aan Uncle John vertelden wilde hij nu niet met mij delen maar al snel bleek uit zijn verhaal dat het om leven of dood ging.

Zonder veel op de details in te gaan was vrijwel iedereen op zoek naar de zwager van Uncle John: rivaliserende triades die hem liever dood dan levend zouden vinden maar ook de politie die een buitenkansje roken om een kroongetuige op te pikken. Dan was er natuurlijk ook Uncle John en zijn mannen al gaf hij meteen toe dat hij het alleen voor zijn zusje deed en om geen enkele andere reden.

De zus van Uncle John wist van boe noch ba toen hij haar opzocht maar koos meteen de kant van haar man. Ze eiste dat Uncle John voor zijn veiligheid garant zou staan wat volgens haar niet moeilijk moest zijn gezien zijn status in de onderwereld. Daarnaast geloofde ze helemaal niet dat de situatie zo ernstig was. Uncle John kon hoog en laag springen, lullen als Brugman maar het kwartje wilde gewoon niet vallen bij zijn zusje die in een ontkenningsfase leek te zijn belandt.

De spanningen tussen Uncle John en zijn zusje liepen al snel op toen in de daaropvolgende dagen niets van de zwager werd vernomen. Het zusje verweet Uncle John dat hij helemaal niets deed om haar man veilig terug te vinden. Ze had geen idee dat dat dichter bij de waarheid was dan dat ze dacht: Uncle John had zijn handen vol om alle schermutselingen binnen zijn eigen triade maar ook met andere triades een hoofd te bieden, om maar te zwijgen van de politie die met hernieuwde krachten alles aan het uitkammen waren.

Die situatie duurde echter niet lang want er was nog geen week verstreken of er was een lijk gevonden. Op verzoek van de politie ging Uncle John samen met zijn zusje naar het ziekenhuis en konden het lijk inderdaad identificeren als de missende zwager en echtgenoot. Hoewel Uncle John zo goed mogelijk de uitvaart probeerde te regelen eindigde diezelfde uitvaart in een complete scene met een gillende en slaande weduwe met in haar armen haar zoontje, Benny, een peuter van een paar turven hoog.

Uncle John pauseerde en keek naar buiten en ik volgde zijn blik. In het marktkraampje zag ik zijn zusje wat groenten afwegen voor een klant. Tergend langzaam gingen haar bewegingen die haar zichtbaar veel energie kostten. Toen de klant verdween en de vrouw weer ging zitten draaide Uncle John zijn blik weer naar voren. Ik zag duidelijk dat hij het moeilijk had, aan het vechten was tegen zijn emoties. Ik wist me geen raad met welke houding ik aan moest nemen. Het enige dat in mij opkwam was om een paar velletjes van de WC-rol die op tafel stond te scheuren en aan te bieden aan Uncle John. Een zwakke glimlach was mijn beloning.

Een ober kwam de lege koppen ophalen en keek nieuwsgierig naar Uncle John en in de hoop dat de man snel zou weglopen haastte ik mij om nog twee koppen lai cha te bestellen wat ook het gesorteerde effect opleverde. De ober draaide zich om en riep luidkeels mijn bestelling door de zaak. Ik herinner het mij nog goed: vanaf toen leek onze tijd stil te staan maar alles om ons heen juist in een sneltreinvaart voorbijraasde. Obers snelden voorbij, luid de bekers, koppen en borden op tafel gooiend. Klanten gingen weg, vervangen door nieuwe klanten en het enige dat ze met elkaar gemeen hadden was dat ze praatten alsof ze bang waren dat niemand ze kon horen. Ik pikte flarden van paardenraces (een altijd populair gespreksonderwerp in Hong Kong), voetbalwedstrijden en meningen over de economie op. Over een laatste vrouwelijk verovering, pech met een pas gekochte auto en een kind dat de wind van voren kreeg over slechte resultaten op school.

Al die tijd bleef Uncle John zwijgzaam en begon de schemering in te vallen en gingen de lichten op de markt aan. Af en toe keek hij naar buiten als hij enige beweging bij het marktkraampje zag. Af en toe kwam er een klant en zag je de vrouw dezelfde moeilijke lichamelijke bewegingen maken. Gelukkig werd het restaurant waar wij in zaten niet heel druk bezocht, wat mij gezien de kwaliteit van de lai cha ook niet verbaasde, en werden wij met rust gelaten. Het is namelijk in Hong Kong de normaalste zaak van de wereld dat je min of meer naar buiten wordt geschopt als je niets bestelt of klaar bent met je maaltijd.

Weer de blik van Uncle John naar de markt waar de vrouw nu aanstalten leek te maken om er voor die dag een einde aan te breien. Langzaam reed ze een karretje voor de markt om daar de overtollige verkoopwaar op te zetten maar bij de eerste doos ging het gelijk mis: ze zette de doos iets verkeerd op het karretje waardoor de doos omviel en de appels over de vloer vielen, een enkele zelfs over straat. Pijnlijk langzaam probeerde de vrouw de appels één voor één op te pakken. Mensen die voorbij kwamen liepen stoïcijns door. Uncle John sprong rechtop maar ging ook net zo snel weer zitten maar nu met twee gebalde vuisten op tafel.

Hong Kong, a whole different way, part V

Door Chief op maandag 3 februari 2020 03:50 - Reacties (16)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 2.951

Als Chinees zijnde heb ik toch al geen al te grote ogen en de slapeloze nacht maakte dat niet beter maar toen ik probeerde de vrouw te ontwaren waar Uncle John naar verwees kon je niets dan twee spleetoogjes op mijn gezicht ontwaren. Ik tuurde zo hard als ik kon naar de oude vrouw bij de fruitstal maar ik kon haar gelaat ondanks mijn dappere pogingen niet goed zien. Wat ik wel kon zien was dat de vrouw erg oud leek. Ze probeerde een klein kistje met fruit, ik dacht druiven, van een pallet te halen maar dat kostte haar duidelijk heel veel moeite terwijl het kistje toch echt niet groot of zwaar leek.

Ik keek nog eens naar de man die tegenover mij zat: Uncle John, een multimiljonair die aan niets ontbrak. Vervolgens vestigde ik weer mijn blik op de oude vrouw die duidelijk aan het worstelen was met het kistje fruit en waarschijnlijk met veel meer dingen in haar leven. Ik kon niet bevatten dat zij broer en zus van elkaar waren. Toen ik weer naar Uncle John keek zag ik niets dat verraadde dat hij het moeilijk had.

Net op dat moment kwam er een medewerker van de eetgelegenheid aan onze tafel. Zoals gebruikelijk gooit hij zonder een woord te zeggen twee glazen lauwe thee op tafel en kijkt ons verveeld aan. Uncle John bestelt twee lai cha (milk tea) waarna de man, nog altijd zwijgzaam, vertrekt. Uncle John keek naar mijn vragende ogen maar zweeg. Een beklemmende stilte volgde en ik wist mij geen goede houding te vinden.

De stilte werd verbroken door dezelfde medewerker als die onze bestelling had opgenomen en ook ditmaal zette hij de drankjes ruw op tafel. Zo ruw dat er meer thee op het schoteltje lag dan dat er over was gebleven in de kop. Het bleef me verbazen dat in bijna alle sectoren in Hong Kong enige vorm van service ontbrak maar de klanten desondanks terug blijven komen. Consumptie is klaarblijkelijk belangrijker dan service in dit land.

Blij dat er enige vorm van afleiding was nam ik een slok van de lai cha en ik verslikte me toen Uncle John eindelijk wat zei. Proestend kwam de lai chi weer uit mijn mond waardoor een gedeelte van de tafel bedekt werd met het zoete goedje. Niet dat de tafel daarvoor al schoon was overigens. Uncle John lachte een beetje, trok wat WC papier van het rolletje dat op tafel stond (je dacht toch niet dat er tissues op tafel stonden he) en gaf mij dat aan. Schaapachtig nam ik het papier aan en veegde de tafel zo goed en kwaad als het kon schoon. Ik kan jullie vertellen dat er meer dan alleen lai cha op het papier achterbleef en tot zover sloeg het restaurant twee uit twee: slechte service. Check. Slechte hygiene: check.

Eindelijk stak Uncle John van wal en ik hing aan zijn lippen tijdens de monoloog. Zijn relatie met zijn zusje was van jongs af aan al moeizaam geweest. Hij was al op jonge leeftijd naar Hong Kong gevlucht terwijl zijn zusje bij hun ouders in China verbleef. Tot zover een verhaal als dertien in een dozijn voor de tijd. Daarbij kwam ook nog dat hun ouders helemaal geen noodzaak zagen om te emigreren, zij vonden het prima in China waardoor Uncle John min of meer gebrouilleerd raakte met zijn ouders waardoor het onderlinge contact tot het minimale werd beperkt.

Toen zijn zusje eenmaal volwassen was vertrok ook zij naar Hong Kong en op dat moment probeerden zowel hij als zijn zusje hun relatie te verbeteren wat een moeizaam proces met pieken en dalen was. Zijn zusje woonde inmiddels bij hem en was niet gewend om een oudere broer in de buurt te hebben die haar vertelde wat zei wel en niet geacht werd te doen terwijl Uncle John, inmiddels al opgeklommen binnen de triade, de hele dag niets anders deed dan orders rond blaffen en uiteraard botste dat.

Desondanks verbeterde hun relatie langzaam over de jaren maar ging het volledig mis toen zijn zusje verliefd werd op iemand binnen de triade. Erger nog, het was iemand die onder Uncle John viel en hij was pertinent tegen de relatie. Hij had niets tegen die jongen zelf: hij was een gewaardeerd lid en erg bruikbaar voor Uncle John. Nee, het probleem was dat hij niet wilde dat zijn zusje een relatie zou hebben met een lid van de triade. Bij het horen van de reinste hypocrisie proestte ik het weer uit. Andermaal trok Uncle John een stuk van de WC rol en andermaal veegde ik een stuk van de tafel schoon. Nog een paar keer en we zouden zowaar de echte kleur van de tafel onder het vet en andere viezigheid kunnen ontdekken……

Uncle John probeerde lange tijd op elke manier de twee tortelduifjes uit elkaar te houden maar dat werkte alleen maar averechts. Het hielp natuurlijk niet dat Aunt Mai die op dat moment al aan Uncle John’s zijde was min of meer aan haar kant stond. Aunt Mai was door haar eigen ervaring natuurlijk erg begripvol en het was ook Aunt Mai’s verdiensten dat de broer en zus niet compleet van elkaar vervreemden. Na maanden van vechten, huilen en nog meer drama was Uncle John overstag gegaan maar hij had weinig keus: zijn zusje was zwanger van de man in kwestie. Benny, bedacht ik mij.

Uncle John zag het lichtje boven mijn hoofd branden en knikte bevestigend. Benny. Het ging een tijdje hosanna en waren ze een fijne familie totdat de man zich steeds vervelender ging gedragen. Hij dacht dat hij meer rechten had dan anderen binnen de triade nu hij eenmaal een triade baas als schoonbroer had en gedroeg zich als zodanig. De klachten over hem waren niet aan te slepen, veroorzaakte door zijn gedrag meerdere malen bijna een complete oorlog tussen de triades en Uncle John moest meerdere malen het hand boven zijn hoofd houden om hem levend te houden.

In plaats van dankbaarheid verergerde het gedrag van zijn zwager daar alleen maar door. De man was ondertussen bij zijn vrouw ook aan het klagen dat Uncle John hem met opzet de schuld gaf van alles. Dat Uncle John hem met opzet klein wilde houden in de triade en hem geen kansen gaf om zich omhoog te werken. De vrouw slikte alles als zoete koek en beklaagde zich talloze malen bij haar broer. De irritaties liepen aan beide kanten iedere keer weer hoog op en leidde vrijwel iedere keer dat broer en zus zich in dezelfde ruimte vonden tot hoogoplopende ruzies.

Het was dankzij de diplomatieke gave van Aunt Mai dat haar man zijn zwager niet te zwaar liet straffen en God (nou ja, Boeddha) weet dat hij dat wel verdiend had. Zo modderde dat een aantal jaren aan tot die bewuste dinsdag…….

Hong Kong, a whole different way, part IV

Door Chief op maandag 30 december 2019 10:21 - Reacties (20)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 3.585

Ik had nog een aantal uren voordat Uncle John mij zou komen ophalen maar eigenlijk te kort om nog te gaan slapen. Mezelf kennende zou ik alleen maar nog brakker zijn van een paar uur slaap en kon dus maar beter wakker blijven. Als alternatief besloot ik mijn oma van vaders kant, de laatst levende grootouder die ik nog had, te gaan bezoeken. De bezoekjes aan het bejaardentehuis waren inmiddels een vrijwel wekelijks ritueel geworden en deze bezoekjes bezorgden mij altijd een mix aan gevoelens die ik moeilijk kan uitleggen.

Aan de ene kant was het erg fijn dat ik mijn oma zo vaak kon bezoeken nu ik in Hong Kong woonachtig was maar iedere keer als je die ouderen in dat tehuis zag……. Een bejaardentehuis in Hong Kong is voor de doorsnee oudere absoluut geen pretje terwijl Hong Kong een van ’s werelds rijkste landen is. Net als voor de niet-bejaarden is de woningnood hoog wat zich vertaalt in de ruimte, of eerder gebrek daaraan, voor de bewoners van een bejaardentehuis. Voor de “gewone” bejaarde bestond je privéruimte uit niets meer dan een bed en een kastje op misschien drie tot maximaal 4 vierkante meter.

De bedden die in een grote ruimte stonden werden door elkaar gescheiden door niet meer dan een wandje wat zo’n 1.5 meter hoog was en dus nul komma nul aan privacy bood. De kleren en andere persoonlijke bezittingen kon je dan in het ladekastje of onder je bed bewaren. That’s it. Mijn oma had het dan een stuk beter getroffen: zij had tenminste een eigen kamer hoewel die ook niet groter zal zijn geweest dan tien vierkante meter. Overigens denk ik niet dat mijn oma haar woonsituatie heel bewust heeft meegemaakt. Ze was nogal dement en al jaren niet meer uit bed geweest hoewel er niets mankeerde aan haar loopvermogen. Ze vertikte het gewoon.

Als ik dan het bejaardentehuis doorliep naar de kamer van mij oma was het aanzicht best treurig. Terwijl je de urinelucht die altijd aanwezig leek probeerde te negeren zag je een groepje mahjongen, een ander groepje die aan hun rolstoelen waren gekluisterd voor een TV zitten maar de overgrote merendeel liggen of zitten in hun bed. De meesten keken niet op of om en als dan een bewoner je aankeek dan zag je diezelfde doffe blik. Bezoekers kon je meestal ook op twee handen tellen.

Altijd was ik weer blij om de deur van de kamer van mijn oma te openen. Gewapend met een zestal pakjes appelsap en een tweetal daahn taat (egg tarts) trad ik het kamertje binnen. Mijn oma zat rechtop en keek mij een beetje vragend aan. Zoals altijd begroette ik haar en noemde ik mijn naam. Hoewel ik 99% zeker wist dat ze mijn gelaat niet herkende verscheen er toch een glimlach op haar gezicht, waarschijnlijk bij het horen van mijn naam. Bij het zien van de lekkernijen pakte ze een tissue en spreidde dat netjes onder haar kin. Ik pakte een lepeltje uit haar kastje en maakte dat voor de zekerheid even schoon onder de kraan om haar vervolgens dit samen met de daahn taat aan te geven.

Vakkundig lepelde ze alleen de inhoud van deze gebakjes naar binnen en gaf ze mij de korstjes terug. Nog een pakje appelsap erachter aan, tissue opvouwen en tevreden ging ze liggen met gesloten ogen. Helaas was dit geen dag dat ze een helder moment had. Die dagen had ik wel meegemaakt en dan kon ze fantastisch vertellen over vroeger, tot aan haar eigen jeugd aan toe. Dan luisterde ik ademloos toe, zeker als mijn vader in de verhalen voorkwam. Nee, zo’n dag was het vandaag niet. Nog even bleef ik zitten om haar rustig te zien ademhalen en stilletjes sloop ik naar buiten en op de terugweg hetzelfde treurige beeld van zoveel ouderen die daar niets anders deden dan liggen of zitten.

Eenmaal buiten had ik net als altijd een paar minuten nodig om het mistroostige beeld van mij af te slaan. In de buurt nam ik een simpele lunch om vervolgens de bus naar huis te nemen. In de drie kwartier durende rit naar huis kon ik mezelf niet bedwingen om het beeld van het bejaardentehuis te koppelen aan mijn alsmaar ouder wordende ouders. Zoveel bejaardentehuizen had ik niet van binnen gezien in Nederland maar ik vroeg me af: zouden de bejaarden daar ook zo eenzaam zijn? Retorische vraag uiteraard die mijn stemming er niet beter op maakte. De rit duurde dan gevoelsmatig ook langer dan normaal, ondanks dat ik zeker wist dat Uncle John een verrassing voor mij in petto had.

De snelle douche thuis kon gelukkig mijn zinnen een beetje verzetten en ik keek uit naar waar Uncle John mij mee naar toe zou nemen. Ik kon nog even een dubbele espresso bij de koffieboer om de hoek halen toen ik de auto van Uncle John aan zag komen. De espresso goot ik naar binnen, half mijn keel verbrandend. Ik nam achterin plaats bij Uncle John waarna zijn chauffeur de auto weer over de weg liet glijden. Op de vraag waar we naar toe gingen glimlachte Uncle John alleen.

Het monotone geluid uit de motor, de comfortabele achterbank van de auto maakten mij volledig kansloos tegen de vermoeidheid van de slapeloze nacht en spoedig viel ik in een diepe slaap. Ik schrok wakker toen Uncle John mij een beetje heen en weer schudde. Lachend vroeg hij of mijn vrouw wist dat ik zo hard kon snurken. Schaapachtig lachend veegde ik het kwijl van mijn mondhoek en stapte uit. Ik probeerde mij een beetje te oriënteren wat niet heel makkelijk was gezien mijn half wakkere toestand. Ik had werkelijk waar geen idee waar ik was. Ik zag een aantal oude flats, een paar winkels en eettentjes oftewel: dit straatbeeld kon van toepassing zijn op zo ongeveer 95% van Hong Kong en Kowloon.

De straatnamen die wij al lopend tegen kwamen zeiden mij helemaal niets en na zo’n 200 meter stapte Uncle John een oude en vervallen eetgelegenheid binnen. Her en der verspreid zaten enkele klanten en Uncle John nam plaats aan het raam en bood mij de stoel tegenover hem aan. Ik verwachtte dat Uncle John mij mee had genomen op één van de vele culinaire tripjes en mij hier wel een speciale lekkernij zou aanbevelen maar zwijgend staarde Uncle John door het raam. Ik volgde zijn blik en zag een overdekte markt. Zonder dat Uncle John zich bewoog vroeg hij mij of ik de fruitstal zag. Dat kon ik bevestigen waarna de vraag kwam of ik die oude vrouw van dat kraampje zag. Inderdaad, ik zag een oude vrouw achter de kisten schuifelen, een beetje voorover gebogen, mager. “Dat is mijn enige zusje, de moeder van Benny die je vanochtend hebt ontmoet ” vervolgde Uncle John droog en ik viel bijna van mijn stoel van verbazing.

Hong Kong, a whole different way, part III

Door Chief op maandag 30 september 2019 04:18 - Reacties (30)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 3.699

De groep mannen trokken natuurlijk meteen de aandacht van de al aanwezige klanten. Sommigen zag ik zelfs van schrik dichter naar elkaar schuiven maar de twee oudjes aan mijn tafel aten rustig verder. De groep wilden blijkbaar bij elkaar zitten en gingen op een opzichtige en intimiderende manier bij een aantal bezette tafels midden in de zaak staan. De gasten die een moment daarvoor nog als bevroren aan tafel zaten wisten niet hoe snel ze weg moesten komen. Een enkeling struikelde zelfs half.

Ik prijsde ons gelukkig dat onze tafel buiten schot viel maar dat was buiten Uncle Ngau gerekend die tussen twee happen door ineens luid de groep voor fai chai (nietsnutten/lammelingen) uitmaakte. Nu was het mijn beurt om van angst in elkaar te krimpen. Heel even had ik de hoop dat het toeval zo wilde dat al die gasten doof waren maar die hoop was snel vervlogen. Een paar lopende tattoos kwamen luid en wild met hun armen zwaaiend naar onze tafel om verhaal te halen. Had ik nog tijd voor een laatste schietgebedje?

Terwijl de mannen ons van dichtbij van alles toeschreeuwden aten de Uncles gewoon verder. Waar wij ons mee bemoeiden. Ik wilde bijna naar Uncle Ngau wijzen, zo van: “hij was het!” maar dat leek mij niet helemaal gepast. Door het gebrek aan reactie van onze kant werden de mannen alleen maar agressiever en zag ik dat er nog meer tattoos opstonden en zich naar ons bewogen. Dat was het sein voor de rest van de klanten om zich uit de voeten te maken. Sommigen gooiden een paar bankbiljetten op de toonbank, anderen gingen linea recta de trap af.

Dai kau fu (titel voor oom, de oudste broer van je moeder*), klonk het ineens en ik zag Uncle John voor het eerst opkijken. Zijn gezicht, wat even daarvoor nog vrij vermoeid was door het nachtje doorhalen, lichte heel duidelijk op en er kwam zowaar een brede glimlach tevoorschijn. Door de verandering van zijn gelaatsuitdrukking ontspande ik automatisch. “Hold that thought God, I won’t be checking in today just yet” dacht ik bij mijzelf.

“Oh, hallo jongen, ben jij het?” klonk het uit de mond van Uncle John. Aha! Die tattoo was dus het neefje van Uncle John en de moeder van die tattoo moest dus een zusje van Uncle John zijn! Ik had Uncle John nooit horen praten over een zusje maar laat ik nou niet doen alsof ik de Uncles zó goed kende. Sjonge, dacht ik, was de hele familie van Uncle John betrokken bij de triade?! Die tattoo gaf de mannen die het dichtst bij ons stonden een klap op hun achterhoofd. Of ze wel wisten wie die twee oudere mannen waren. Dat zelfs de sok fu (oudste generatie binnen een familie, in dit geval de triadeclan de twee met respect behandelden. Whhhaaaaooooooo, ik kreeg even een déjà vu moment over de ontmoeting met Ricky hier.

De tattoo plantte zich tussen Uncle John en mij en greep met twee handen de hand van de oude man vast. “Jou leng (volgers)?” vroeg Uncle John, knikkend met zijn hoofd naar de andere mannen. De tattoo, die ik voor deze gelegenheid zal promoveren naar Hoofdtattoo, lachte schaapachtig, gaf er een paar met zijn ene hand nog een keer een klap op hun hoofd terwijl hij met zijn andere hand nog steeds de hand van zijn oom vasthield en beval ze hun excuses aan te bieden wat gedwee werd opgevolgd.

De Hoofdtattoo schudde Uncle Ngau de hand en leek nu ook mij opgemerkt te hebben. Hij knikte naar mij en lachte naar zijn oom: “Zeg me niet dat dit jou leng is” waarna ook de beiden Uncles in de lach schieten. Mijn street credibility, toch al flinterdun, werd hiermee natuurlijk voor eeuwig het raam uitgegooid. Uncle John antwoordde ontkennend naar zijn neef en stelde mij voor als een vriend. Street credibility kwam weer in spoedvaart terug! Hoofdtatttoo stak zijn hand uit en met enige trots dat Uncle John naar mij refereerde als vriend schudde ik deze hand. “Chief”, stelde ik mij voor. “Benny”, luidde zijn antwoord.

Een andere tattoo schoof een stoel voor Benny aan die volgens het correcte Chinese protocol vulde hij de theekoppen aan voor de Uncles. Ook mijn kop werd aangevuld aangezien ik een gast was. Nu deze formaliteit uit de weg was begon het gesprek op gang te komen. Uncle Ngau vroeg Benny hoe het met de zaken ging. Vlakjes gaf Benny het neutrale antwoord dat het “wel ging” maar toen riep een andere tattoo die dicht bij ons stond dat “Sor** Kueng” zijn vlag in hun territorium probeerde te planten. Benny keek hem kwaad aan en de tattoo draaide zich vlug om.

“Je weet dat je oom zich er niet mee wilt bemoeien” zei Uncle Ngau een beetje streng maar Benny wilde ook niets van hulp weten: hij zou het zelf oplossen. Uncle John knikte goedkeurend. “Hoe gaat het met je moeder?” vroeg Uncle John en ook nu betrok het gezicht van Benny. Haar gezondheid liet haar een beetje in de steek en continue was ze tussen huis en ziekenhuis aan het pendelen. Nu was het de beurt aan Uncle John’s gezicht om te betrekken. Het bleef even stil aan onze tafel. Benny stond toen op, wenste de Uncles nog een goede dag, knikte naar mij en vertrok met zijn mannen in zijn kielzog. Hij gaf een seintje naar een van de tattoos die een paar flappen van $1,000 op een tafel legde.

Ineens was het muisstil in de zaak. Langzaam kwamen een paar serveersters uit de hoeken die stilletjes de bankbiljetten oppakten en de lege tafels afruimden. Ik wist niet wat ik moest zeggen maar zwijgen leek mij goud en dus deed ik alsof ik het kaartje met de stempels bestuurde. Ahhhh, ik herkende drie tekens op het kaartje: klein, groot, middel. Blijkbaar waren alle gerechten in die drie categorieën verdeeld en aan de hand van iedere stempel bij iedere categorie kon de eindbalans worden opgemaakt. Verrassend simpel.

“Wil je dat ik je zusje op zoek?” vroeg Uncle Ngau aan Uncle John waarna laatstgenoemde zwijgend zijn hoofd schudde. Huh? Waarom vroeg Uncle Ngau dat nou, Uncle John kon als broer toch prima zelf gaan? Ik begreep het niet helemaal maar het was niet moeilijk te concluderen dat het niet helemaal tussen Uncle John en diens zusje boterde. Veel tijd besteedde ik er niet aan. Aangezien de karretjes met dim sum niet meer verschenen, en dat kon je ze niet kwalijk nemen, vertrokken ook wij. Uncle John legde ons kaartje samen met een briefje van duizend op de toonbank waar nog niemand durfde te staan. Nou, dat was in ieder geval een flinke tip voor die paar koppen thee en dim sums.

Buiten nam ik afscheid van de Uncles. Aangezien het maar een paar honderd meter naar mijn appartement was kon ik lopen en hoefden de Uncles mij niet af te zetten. “Heb je plannen vanmiddag?” vroeg Uncle John en met het enthousiasme van een puppy die een riem ziet verschijnen om te gaan wandelen schudde ik mijn hoofd waarop Uncle John zei dat hij mij rond drie uur die middag zou ophalen.


* In de Chinese cultuur hebben alle familieleden een bepaalde titel. Aan de hand van die titel kan je opmaken of het een familielid van vader/moeder kant is en in welke graad. Hoogst ingewikkeld en altijd een bron van discussie als verre familieleden elkaar ontmoeten en proberen uit te vissen wat de juiste titels zijn.
** “Sor” betekent “gekke” of “idiote”

Hong Kong, a whole different way

Door Chief op maandag 26 augustus 2019 03:07 - Reacties (17)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 3.556

Ondanks dat ik geboren en getogen ben in een Limburgse boerengat heb ik van kinds af aan al een sterke band met Hong Kong. Heel veel mensen zullen daar wel beeld van hebben en meestal is dat beeld gerelateerd aan de talloze wolkenkrabbers of aan de mensenmassa die je schijnbaar op iedere plek van die stad tegenkomt. Meer recent zijn de beelden, helaas, gerelateerd aan de ongeregeldheden die al weken aanhouden. Over dat laatste wil ik mij voorlopig niet over uitweiden maar ik volg het nieuws met bovengemiddelde interesse want Hong Kong heeft een speciale plek in mijn hart.

Volgers van deze blog weten dat Hong Kong mijn plaats van afkomst is, althans, de twee vorige generaties van mijn familie komen daar vandaan en ook mijn twee oudere zussen zijn in de voormalige Britse kolonie geboren. De natuurlijke link met Hong Kong is hier dan ook mee gelegd. Thuis spraken mijn ouders vrijwel uitsluitend Kantonees met mij, inburgeringscursus is zooooo 2000, en in de pre-kabeltijd keek ik ook meer series van TVB dan van de NOS. TVB was toen, en is nog steeds, het grootste en meest populaire televisiestation van Hong Kong. Dat TVB vaker van monopolie praktijken is beschuldigd dan Pamela Anderson van bil is geweest verandert dat feit niet.

Hoe we in dat tijdperk, de jaren ’70 en ’80, dan toegang hadden tot de genoemde Chinese TV programma’s? Heel simpel en slechts drie letters lang: V H S. Voor de jongere Tweakers onder ons, VHS staat voor Video Home System en is de voorouder van de optische schijven zoals de Compact Disc. De programma’s werden op videobanden over delen van de hele wereld verspreid die consumenten zoals mijn ouders dan konden huren. Iedere week kwam er een, niet geheel verrassend, Chinese man in een aftandse auto langs om een vast aantal videobandjes op te halen en weer een setje nieuwe videobandjes af te leveren.

Van dat setje was altijd eentje voor de jongsten dus alleen maar met tekenfilms. Dat zijn dan ook mijn eerste herinneringen aan TV kijken: Captain Tsubasa bijvoorbeeld in plaats van Sesamstraat zoals mijn leeftijdsgenootjes van die tijd. Naarmate ik iets ouder werd keek ik mee met mijn ouders naar de meer volwassen genre, de zogenaamde “TVB Drama”. Dat zijn TV series die destijds zo’n 21 afleveringen van ieder 40 minuten lang waren. Tegenwoordig zijn ze al langer en tellen nu doorgaans minimaal 30 afleveringen. Het valt niet te ontkennen dat het niet onder het kopje “pedagogisch verantwoord” opvoeden valt maar daarmee niet minder leuk want dat was eigenlijk het enige moment van de dag dat wij als kinderen samen met onze ouders konden zitten. Dat was dan na tienen in de avond aangezien dan onze toko pas dicht was. Nee, onze ouders hebben niet het opvoeden uitgevonden zullen we maar zeggen maar leuk was het zeker!

De TVB series hadden vele verschillende thema’s maar mijn favoriete thema’s waren, hoe kan het ook anders, kungfu en maffia en dat was hoe ik leerde over de triades in Hong Kong. Natuurlijk waren het gewoon TV series en voor het overgrote deel fictief en geromantiseerd maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik er niet van onder de indruk was. Sterker nog, het leek mij al snel ontzettend stoer om lid te zijn van een triade: vrienden voor het leven maken, samen met geweld hogerop komen in zo’n organisatie en op den duur de hele stad runnen als een baas. Mensen zouden op straat stoppen en ons met zowel angst als respect aankijken. Hoe vaak had ik wel niet het idee aan mijn jeugdvrienden van destijds, die desondanks nu nog steeds mijn meest dierbaren vrienden zijn, voorgelegd om samen het boerengat waar wij woonden over te nemen om dan net zo vaak die glazige blikken van hun te ontvangen.

Nou ja, ergens is dat ook wel te begrijpen hè. Het is natuurlijk een heel stuk sexier om de scepter te zwaaien over een gebied zoals Wan Chai dat bezaaid was met discotheken, nachtclubs en bordelen dan met harde hand te regeren over ons boerengat waar meer boeren waren dan winkels. Wat krijg je dan als je die boeren afperst? Melk? Een paar eieren? In ons dorp waren maar een paar winkels, cafés, één cafetaria en één restaurant en die laatste was nota bene van mijn bloedeigen ouders. “Ja pa en ma, als jullie ons netjes iedere week beschermgeld betalen dan zorgen wij dat het jullie rustig en veilig jullie babi bangang en sateetjes kunnen verkopen en anders, anders staan wij nergens voor in hoor”. En wat denk je dat als ik antwoord kreeg tussen hun hoongelach door? Nou? “Dat krijg je al en dat heet zakgeld en nu als de donder aan de afwas jongen.”. Bummer. Nee, sexy leek dat zeker niet.

Het was dan ook het equivalent van een Godsgeschenk toen ik de Uncles leerden kennen in de periode dat ik in Hong Kong woonde. De Uncles hebben al meerdere malen hun opwachting gemaakt in mijn blogs, wat zeg ik, de hoofdrollen gespeeld en hebben inmiddels hun eigen ware fanbase opgebouwd binnen de Tweakers community waar de Uncles ook vanaf weten. Ik heb de Uncles trouwens maar niet gezegd dat Tweakers een tech site is want dat vinden die old-schoolers natuurlijk alleen maar iets voor nerds. No offence.

De Uncles hebben een diep verleden in de triades en via deze mannen van pensioengerechtigde leeftijd kwam ik hoogstpersoonlijk in aanraking met diverse aspecten van triades in Hong Kong zoals jullie in mijn blogs kunnen opzoeken. Dat niet alleen, ze zijn natuurlijk een uitstekende bron van informatie voor mijn schijnbaar onuitputtelijke nieuwsgierigheid. Natuurlijk durfde ik aan het begin niet veel vragen te stellen hoewel dat door mijn nieuwsgierigheid bijna onmogelijk was. Zie je het al voor je? Het aantal vragen bouwt zich continue op in je hoofd maar je wil ze kost wat kost niet stellen? Oh the cruelty! Toch is het me aardig gelukt op een slippertje hier en daar na en waarschijnlijk heb ik mede daarom een vriendschap met de Uncles kunnen veiligstellen.

Die vriendschap is mij natuurlijk veel waard maar die nieuwsgierigheid van mij hè, die nieuwsgierigheid. Meer dan eens zou het mij in situaties brengen waar ik nooit over had durven dromen, laat staan te beleven en erover te bloggen. Dat het daar niet bij bleef, wel, daarover meer de komende weken.