To the moon! (Part 8)

Door Chief op maandag 26 november 2018 06:50 - Reacties (22)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 3.128

Na de waarschuwende woorden van Uncle John hield ik abrupt stil in de hal van het gebouw. De woorden drongen langzaam maar met volle impact op mij in. Was ik in gevaar? Uncle John leek mijn stilte te begrijpen. Hij vertelde dat hij niet zeker wist in hoeverre ik in de problemen zat maar hij maakte zich enigszins zorgen dat ik het land niet uit zou komen indien RichieRich en zijn vrouw toch erg veel invloed hadden in Thailand.

Het zekere voor het onzekere, dat waren woorden die dicht aan mijn hart lagen. Snel bedankte ik Uncle John weer en zei dat ik zou maken dat ik het land uitkwam. De adrenaline raasde weer door mijn lijf en zette ik het op een lopen richting het hotel. Het was nu nog drukker op straat en ik had geen idee hoe vaak ik “sorry” riep als weer iemand opzij beukte. Het leek wel alsof ik tien minuten lang sorry achter elkaar zei.

Bij de receptie probeerde ik even op adem te komen, nieuwsgierig aangekeken door portiers en baliemedewerkers. Ik zag een halfvolle glas met doorzichtig vocht op een balie staan. Aangenomen dat het dezelfde sap was als een paar dagen eerder had gekregen bij het inchecken sloeg ik het vocht naar binnen in een poging van mijn droge bek af te komen. Gelukkig, het was inderdaad dezelfde smaak als een paar dagen eerder. Nu maar hopen dat er niemand met vreselijke ziektes aan gelurkt had. One problem at a time Chief, one problem at a time.

Al hijgend vroeg ik de baliemedewerker om een taxi voor mij te bellen die mij naar het vliegveld kon brengen. “Checkout…..*hijg*…..room xxxx *hijg*”. De baliemedewerker knikte en ik was dankbaar dat ik niet nog meer woorden uit mijn hijgende longen hoeven te persen. De man tikte op het toetsenbord en ik hoorde de printer mijn rekening uitspugen. Ik presenteerde mijn creditcard maar de autorisatie leek een eeuwigheid te duren hoewel het in werkelijkheid waarschijnlijk binnen tien seconden gebeurd was. Nadat ik mijn creditcard eindelijk terugkreeg vroeg de beste man of ik nog iets nodig had. “Taxi…..airport *hijg*. Weer knikte de man en pakte de telefoon.

Ik schoot naar de lift om snel mijn spullen te pakken. Op mijn kamer gooide ik alles in de kleine koffer, mijn paspoort stak ik in mijn achterzak. Zonder de kamer verder te controleren ging ik terug naar de lift. In de lift probeerde ik Mark te bellen maar hij nam niet op. Na de tweede poging ging de liftdeur open en ik besloot het in de taxi te proberen. Er stond inderdaad een taxi bij de ingang en ik nam maar aan dat die voor mij was. “Suvarnabhumi airport” vertelde ik de chauffeur die rustig weg reed. Weer probeerde ik Mark te bellen maar ook de volgende twee pogingen waren vruchteloos. Ik stuurde hem maar een bericht om net als ik het land te verlaten.

Daarna opende ik de browser op mijn telefoon om te kijken welke vlucht ik nog zou kunnen nemen. Ik had ruim de laatste vlucht naar Singapore gemist. De eerstvolgende vlucht zou om 8u in de ochtend vertrekken maar er ging nog een vlucht rond 3:30 in de nacht naar Hong Kong. Hong Kong, dat klonk zo slecht nog niet en dus besloot ik snel die ticket te boeken wat mij lukte. In de tussentijd gingen de berichten op Slack op en neer. Geen teken van leven van Mark noch Dave dus probeerde ik de medewerkers voor zover het ging gerust te stellen. Er was sprake van een misverstand en we zouden het oplossen. Ondertussen mochten ze thuis blijven tot nader order maar zouden gewoon doorbetaald worden. Ik hoopte maar dat we dat laatste waar konden maken.

De rit in de taxi ging traag. In Bangkok was er eigenlijk ook nooit sprake van spits: het was altijd een chaos in het verkeer. Ik nam doorgaans dan ook de metro van en naar het vliegveld maar daar had ik nu absoluut geen trek in. Toch kwam ik uiteindelijk aan bij het vliegveld waarna ik naar de balie van de vliegtuigmaatschappij ging. Ik voelde mij niet op mijn gemak en liep op een schichtige manier, de kraag van mijn polo zo hoog mogelijk omhoog getrokken en met de ogen naar de grond. Het was zo ruim voor vertrek dat er geen rij bij de incheckbalie stond. Ik had maar één stuk handbagage en al snel kreeg ik mijn instapkaart mee.

Met het koffertje rollend achter mij liep ik naar de 1e controle. Mijn hart raasde en ik voelde het zelfs in mijn keel kloppen toen ik mijn paspoort met daarin de incheckkaart in de vragende hand van de officier legde. Die scande mijn instapkaart, vergeleek een paar dingen op de paspoort met de instapkaart en gaf zonder mij aan te kijken de documenten terug. Een stap dichter bij vrijheid dacht ik. De grootste test zou echter nog komen, de paspoortcontrole.

Een lange rij stond er niet en al snel was ik aan de beurt. Langzaam stapte ik naar de officier die in het hokje zat en gaf mijn documenten af. Ik durfde hem niet aan te kijken maar het moest gebeuren. De jaren die ik aan een pokertafel had doorgebracht gaf datgene wat ik nu nodig had, een pokerface. Alsof ik met een bluf al mijn chips naar voren schoof keek ik de officier met een kalme lach aan en zowaar: de officier lachte terug! Mijn paspoort werd gescanned, er volgden nog een paar aanslagen op een toetsenbord waarna de hand van de officier naar de stempel ging. Als in slowmotion zag ik de hand met stempel de lucht in gaan maar net voordat de stempel op mijn paspoort belandde dook een collega officier op naast het hokje die een paar woorden Thais uitwisselde met de man in het hokje en mijn hart sloeg twee slagen over.

De nieuwe officier keek mij aan en ik wist de lach op mijn gezicht in stand te houden waarna de man mij vriendelijk toeknikte. De officier in het hokje liet eindelijk de stempel in mijn paspoort ploffen en gaf daarna mij de documenten terug. Ik knikte vriendelijk maar zette snel stappen richting de vertrekhal. Na een paar stappen draaide ik mij een beetje om en zag de twee officieren van plek wisselen. Het was dus tijd voor een dienstwissel. Ik verlaagde het tempo waarin ik liep en haalde een aantal keer diep adem. Bijna was ik er. Bijna.

Ik moest nog een paar uur doorkomen voordat mijn vlucht zou vertrekken. Bij de eerste de beste mogelijkheid kocht ik een halve liter water. Ik liep naar de gate vanwaar mijn toestel zou vertrekken maar ik ging twee gates verderop zitten waar een ander toestel over zo’n 1.5u zou vertrekken maar wel al wachtenden waren. Bij die gate waren er nog tal van vrije rijen zitplaatsen en toch ging ik in een rij tussen andere wachtenden zitten die mij lichtelijk geïrriteerd aankeken. Ik bleef strak voor me kijken en deed net alsof er niets aan de hand was.

Een paar uur later zat ik op enkele duizenden meters hoogte in het vliegtuig richting Hong Kong en sloeg de vermoeidheid zonder enige vorm van medelijden toe en werd ik pas weer wakker toen ik door een flight attendent wakker werd gemaakt. Verdoofd keek ik om mij heen en er was niemand te bespeuren. Ik had het voor elkaar gekregen om door de landing heen te slapen en had niet eens in de gaten dat alle passagiers waren uitgestapt. Snel sprong ik op en liep ik het vliegtuig uit waar de schoonmaakploeg al ongeduldig aan het wachten waren. De welbekende geuren en geroezemoes verwelkomden mij in de terminal van Hong Kong. Hong Kong, zelden was ik blijer dan nu om op deze luchthaven aan te komen.

To the moon! (Part 7)

Door Chief op maandag 19 november 2018 05:28 - Reacties (17)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 2.750

Een stoet van een kleine twee dozijn volgde mij het moderne gebouw binnen. De toegangspoorten zorgden voor een probleem aangezien ik maar één toegangspas had maar dat werd pragmatisch opgelost: de rest sprong gewoon over de poorten heen. Ik zag een oplettende bewaker naar ons toelopen en die probeerde ik snel af te wimpelen door te roepen dat ze bij mij hoorden en daarbij driftig met mijn toegangspas zwaaide. De bewaker draaide zich na het maken van een wegwerpgebaar weer om. Bewaking….juist.

De lift ging open en met wat proppen pasten we er allemaal in. De lift begon haar opwaartse beweging en vanuit mijn ooghoek zag ik hoe de leider een kapmes vanonder zijn shirt haalde. Dat had ik kunnen weten, deze lui staan er nou niet bepaald bekend om dat ze bij onenigheid netjes met elkaar aan tafel gaan zitten en met steekhoudende argumenten elkaar proberen te overtuigen van hun standpunt…. Toch schrok ik er van, zeker toen de anderen hem volgen en ik dus in een lift met twintig plus getrokken kapmessen stond. Mijn enige doel was om mijn collega’s daar veilig weg te krijgen en de kans op succes werd er in mijn ogen niet groter op door met getrokken kapmessen binnen te stormen.

Ik legde mijn hand op de arm van de leider en keek hem recht in de ogen aan. “Put them away”. Hij gaf geen krimp. “Put them way and don’t pull them unless absolutely needed”. Ik had absoluut geen idee hoe zijn niveau van Engels was maar hij gaf nog steeds geen krimp. “Put them away, safety first” zei ik op een wat indringende toon terwijl ik zijn arm omlaag duwde en God zij dank stak hij het kapmes weer onder zijn shirt. Hij keek opzij, knikte met zijn hoofd waarna de anderen zijn voorbeeld volgden. Ik kon alleen maar hopen dat die messen opgeborgen bleven.

Eindelijk kwamen we op de 31e verdieping aan en stonden we met z’n allen voor de deuren van de zes liften die het gebouw rijk was. “We go in, you get your people and you get out” hoor ik iemand naast me zeggen. Ik draai me naar de stem en zie dat het uit de mond van de leider komt. Eén vraag is beantwoord: met zijn Engels is in ieder geval he-le-maal niets mis. Voordat ik knik zeg ik dat er enkele collega’s in een vergaderruimte zitten waar minimaal twee bad-guys bij waren. Hij draait zich om, zegt wat in het Thais en kijkt vervolgens mij aan. “Let’s go and stay close” zegt hij. “Let’s go” antwoord ik weer.

De adrenaline suisde door mijn lichaam en ik voelde mijn eigen hartslag in mijn borstkas terwijl ik voor de groep richting ons kantoor liep. Voor een groep van ruim twintig mensen waren we angstaanjagend stil. Vlak bij ons kantoor gaat ineens de deur van de buren open. Een dame die met haar ogen op haar telefoonscherm kijkt stapt eruit en abrupt staan wij stil. Dan kijkt de vrouw op van haar scherm en ziet ons staan waarna ze van schrik haar telefoon met een plof op het tapijt van de gang laat vallen.

Ik pak het toestel op, druk het in haar hand en gebaar naar haar dat ze naar de liften moet lopen. Zonder na te denken zet de dame het op een drafje richting de liften en ik kijk haar na totdat ze de hoek om is. Vervolgens zet ik nog een paar stappen naar de deur van ons kantoor die natuurlijk dicht is. Ik haal nog een keer diep adem en kijk opzij naar de leider die met zijn hoofd knikt. “There goes nothing” was het laatste wat ik dacht voordat ik met één hand de deurklink vastpakte en mijn wijsvinger van mijn andere had op de vingerlezer drukte.

Ik hoorde de welbekende piep en trok meteen de deur open. De mannen die zojuist nog achter mij stonden stormden langs mij heen en er leek geen einde aan de rij te komen. Ik hoorde alleen geschreeuw, van wie, dat kon ik niet zeggen. Als laatste rende ik het kantoor binnen al was het maar twintig stappen naar de vergaderruimte. Toen ik snel mijn hoofd draaide richting de grote ruimte, zag ik verschillende mannen tegen een muur staan, omringd door andere mannen. Ik kon ze met de beste wil niet van elkaar onderscheiden maar zolang ik niet tegen werd gehouden rende ik door.

De vergaderruimte was open. Een paar mannen hielden twee mannen tegen de grond en ik zag de verschrikte gezichten van mijn collega’s die zowaar blij leken om mij te zien. Buiten de angst zag ik geen verwondingen en ik droeg ze op te vertrekken. “Go home now and don’t come back until we tell you to”. Snel stapten mijn collega’s de ruimte uit. Ze aarzelden toen ze al die mensen in de grote ruimte zagen. Weer wat geschreeuw en nu zag ik iemand zijn vuist in het gezicht van een ander planten. De ontvangende partij klapte met zijn hoofd tegen de muur, viel om waarna het geschreeuw verstomde.

Ik zag mijn collega’s twijfelen. “Get your stuff and get out!” zei ik. In mijn hoofd ging dat op een beheerste manier maar in werkelijkheid kwam dat als geschreeuw uit mijn mond. Snel pakten mijn collega’s hun persoonlijke spullen en maakten dat ze wegkwamen. Dave kon ik nergens bespeuren en ik nam dan ook aan dat hij van de verwarring gebruikt had gemaakt en met de noorderzon vertrokken was. Het leek erop dat al onze collega’s veilig weg waren.

De leider kwam nu naar mij toe en zei dat ik kon vertrekken. Ik vroeg me niet eens af wat er met die andere lui zou gebeuren en stak mijn hand uit. Handen werden geschud, ik bedankte hem en ik liep het kantoor uit alsof er niets was gebeurd maar buiten leunde ik toch nog even de muur en slaakte een diepe zucht. De telefoon in mijn broekzak bleef vibreren en na de korte pauze pakte ik het toestel uit mijn broekzak en liep naar de liften. Op Slack vlogen de berichten over het scherm maar ik registreerde ze nauwelijks behalve het bericht van Mark dat ook hij met zijn admin account niet meer bij de servers kon.

Lekker belangrijk, dacht ik bij mezelf. Iedereen is veilig, althans voor nu. Weer beneden aangekomen keek ik om mij heen en zag geen van mijn collega’s. Ik hoopte maar dat ze van dit alles niet teveel geschrokken waren maar één ding wist ik wel zeker: de komende dagen zouden er gegarandeerd collega’s hun baan opzeggen en dat kon ik ze moeilijk kwalijk nemen. Ik belde Uncle John die snel opnam. Snel lichtte ik hem over de situatie in en dat iedereen dankzij hem veilig was. Daar was hij blij mee maar tegelijk gaf hij mij een waarschuwing: pak je spullen, ga naar het vliegveld en neem de eerste de beste vlucht het land uit. Nu.

To the moon! (Part 6)

Door Chief op maandag 12 november 2018 02:52 - Reacties (32)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 3.296

Terwijl de berichtjes van Mark binnen blijven komen dat zijn pogingen om RichiRich te bereiken niets hebben opgeleverd scroll ik op mijn telefoon naar het nummer van Uncle John. Als ik zijn nummer heb gevonden blijft mijn vinger boven het scherm zweven en twijfel ik even. Het daaropvolgend bericht van één van mijn medewerkers maakt aan alle twijfels een einde: iedereen behalve Dave zijn in een vergaderruimte gezet met twee “bewakers” en de angst sluipt er nu goed in. “Please help us” staat er als laatste bericht op mijn scherm.

Enkele seconden nadat ik op het scherm heb getikt neemt Uncle John op die zoals altijd hartelijk klinkt. Ik moet hem helaas onderbreken en met serieuze stem vertel ik hem dat ik problemen heb. Uncle John stopt meteen met praten en luistert. Op zo’n korte maar duidelijk mogelijke manier leg ik hem uit wat er is gebeurd: mijn medewerkers zitten vast in ons kantoor in Bangkok en worden daar tegen hun wil door een aantal mannen vastgehouden. We verdenken onze partner aangezien ze op zoek zijn naar alle admin login gegevens. Die partner en diens vrouw hebben goede relaties met zowel de politie, politiek alsmede de onderwereld.

Ik hoor mezelf het verhaal vertellen en zelfs in mijn eigen hoofd klinkt het absurd maar mijn benauwde stem verraadt dat het mij menens is. Mijn enige prioriteit is om mijn medewerkers daar veilig weg te krijgen en of Uncle John mij op wat voor manier dan ook kan helpen. Op heel zakelijke toon vraagt Uncle John naar details van de situatie: hoeveel medewerkers? Zes antwoordde ik. Hoeveel van de andere partij? Ongeveer tien. Waren ze gewapend? Volgens mij niet. Waar was ons kantoor? Ik gaf hem de naam van het gebouw waar ons gebouw gevestigd was, inclusief de verdieping. Als laatste vroeg hij waar ik was. In een hotel iets verderop was mijn antwoord. Enkele seconden bleef het stil aan de lijn.

“Ik bel je zo snel mogelijk terug en in de tussentijd blijf je op je kamer, ok?” klonk het. Ik antwoordde bevestigend en Uncle John hing op. De tijd kroop voorbij. Ik hoopte dat Dave ondertussen zo slim was geweest om gewoon te geven waar die mannen om vroegen maar daar leek het niet op. Ik stuurde nog een berichtje naar mijn collega: “Blijf rustig, werk mee en hulp is onderweg”. Hulp is onderweg….. Ik wist niets beter te zeggen en ik hoopte maar dat die woorden uit zouden komen, in wat voor vorm dan ook.

Eindelijk verscheen de naam van Uncle John op mijn scherm en snel pakte ik op. “Luister heel goed” begon Uncle John meteen en ik hield mijn adem in. Ik moest zorgen dat ik binnen een kwartier bij ons gebouw zou zijn. Dichtbij genoeg om de ingang te zien, ver genoeg weg om uit het zicht van dezelfde ingang te zijn. Ik moest pas tevoorschijn komen als ik een aantal tuk tuks voor de ingang zag verschijnen met daarin een man of twintig in totaal. Zij zouden mij wel herkennen als ze mij zagen, Uncle John had een foto van ons samen gestuurd. Slim, dacht ik bij mezelf.

Je gaat met die mannen naar binnen en die mannen gaan ontzettend veel kabaal maken en zorgen dat jij je mensen weg kan halen. “Hoor je dat Chief?” vroeg Uncle John en het enige wat ik kon zeggen was “Ja….”. “Maar Chief” ging Uncle John verder. “Als er ook maar één een wapen trekt, het maakt me niet uit wie, dan maak je je uit de voeten. Met OF zonder je mensen. Begrepen?”. Ik bleef stil. “Chief jongen?” klonk het. “Ik kan ze daar niet laten zitten Uncle John” klonk het na een paar seconden. Een zucht aan de andere kant van de lijn. “Haast je nu en bel mij zodra je de kans hebt” zei Uncle John nog. Ik bedankte hem snel, schoof mijn telefoon in mijn achter broekzak, schoot mijn schoenen aan en stormde naar buiten. Ik nam de trap om vanaf de vijfde verdieping naar beneden te gaan. Hoewel het hotel bijna een kilometer van ons kantoor was zag ik het moderne en hoge gebouw in de verte al staan. Ik probeerde zo snel mogelijk te rennen wat lastig was aangezien het stervensdruk was op straat. De avond was begonnen en dus legden straattentjes beslag van de stoep en de hongerige klanten dromden zich er om heen.

Hijgend kwam ik bij het gebouw aan en zag net een aantal tuk tuks stoppen bij de ingang. Ik stopte even bij het zien van de gedaantes die uit de tuk tuks sprongen. Ging dit gebeuren, dacht ik bij mijzelf? Ging ik nou echt ons eigen gebouw bestormen met mannen die ik niet ken? Met mannen die zogezegd hoogstwaarschijnlijk geen lid waren van het kerkkoor? Had ik een keus? Ik schudde de vragen van mij af en zette het weer op een sprint. Dichtbij de tuk tuks merkten een aantal mij op en ik zag ze op hun mobiel kijken en vervolgens weer naar mij. Grappig, blijkbaar gebruikten ook de mafia tegenwoordig ook een groepschat.

In een andere situatie zou ik hier waarschijnlijk hard om lachen maar ik kon met geen mogelijkheid een glimlach op mijn gezicht toveren. Zwaar ademend stond ik nu voor die groep mannen. Een daarvan, waarschijnlijk de leider, kwam naar mij toe. “Let’s go” zei hij. “Let’s go” antwoordde ik.

To the moon! (Part 5)

Door Chief op woensdag 7 november 2018 07:40 - Reacties (25)
Categorie: Werk, Views: 2.664

RichieRich beweert bij hoog en laag dat hij vanaf het begin heel duidelijk is: hij wil onder geen beding dat zijn aandelenbelang onder de 51% valt tenzij het om een exit gaat en daar is op dit moment geen sprake van. Mark op zijn beurt beweert net zo stellig dat hij nooit van deze voorwaarde heeft gehoord en dat het ook niet in de aandeelhoudersovereenkomst staat. Tegen mij geeft Mark wel toe dat RichieRich dat destijds misschien wel genoemd had en dat hij het wellicht vergeten was….

Wie er ook gelijk heeft, feit is dat we in een onmogelijke situatie waren belandt: geen extra kapitaal. Geen extra kapitaal betekent geen verzekeringslicentie of overname en hoe langer deze situatie zou duren, hoe langer we geld blijven verbranden. Met de cashflow problemen bij Venture was het zelfs onzeker of we de rekeningen van deze maand zouden kunnen betalen.

Het mailverkeer tussen Mark en Venture ging vrolijk verder toen Mark weer onverrichter zake in Bangkok was teruggekeerd. De emails vlogen elkaar in een rap tempo op en per email werd de toon onvriendelijker tot er zelfs wederzijds dreigingen werden gebruikt. Ik waarschuwde Mark dat hij niet meer via emails moest communiceren hierover, het deed zeer klaarblijkelijk meer kwaad dan goed. Of het door zijn trots of zijn wanhoop kwam weet ik niet maar Mark maakte een kapitale fout: hij verstuurde een email naar alle belangrijke partners van Venture, inclusief Tencent in China en SoftBank in Japan, waarin hij RichieRich als een irrationale en onbetrouwbare partner omschreef.

Ik kreeg de mail pas nadat Mark deze verstuurd was en je hoeft geen Einstein te zijn om te begrijpen dat dit gewoon dom was. Hoe je het ook met elkaar oneens bent, je gaat geen vuile was ophangen bij buren die er niets mee te maken hebben en zeker niet met uitspraken die je niet eens op papier kan bewijzen. Voordat ik Mark te pakken kon krijgen op zijn mobiel kwam al het antwoord van RichieRich die fijntjes zijn mening gaf. Op niet misstaande wijze gaf hij zijn mening en dat niet alleen, hij deelde gelijk mede dat Mark CEO af was en dat hij zelf per direct de leiding over zou nemen en dat de rest van het management team van DreamHolding, waaronder ik, per direct op non-actief waren gesteld. Zo, daar konden we het mee doen.

Het was moeilijk rustig te blijven gezien al deze ontwikkelingen. Ik kreeg het nog voor elkaar om RichieRich persoonlijk te spreken toen hij eenmaal in Bangkok was maar hij was geenszins van plan om zijn mening te herzien. De email van Mark had dusdanige impact dat RichieRich nu nog bezig was met het herstellen van de relaties met haar partners en was, ook wel logischerwijs, laaiend. Na dit gesprek had ik voor het eerst het idee dat de toekomst van DreamHolding serieus in gevaar was. Daarop besloot ik dat het tijd werd om onze werknemers in te lichten over de laatste ontwikkelingen.

Tijdens een townhall probeerde ik de groep zo goed en kwaad mogelijk in te lichten over het feit dat het management team op non-actief was gesteld. Om de reden waarom draaide ik een beetje heen om Mark een beetje te beschermen. Mark voelde zich toch al niet op zijn gemak, gezien zijn geslagen houding tijdens de townhall. Ik besefte terdege dat we het risico namen dat enkelen er de brui aan zouden geven maar dat vond ik minder belangrijk dan open kaart te spelen. Daarbij kwam ook nog dat er een kans bestond dat wij de salarissen niet konden betalen door de cashflow problemen bij Venture. Ik wilde iedereen daarom zoveel mogelijk tijd geven om zichzelf opties te verschaffen. Verschillende collega’s meldden zich bij mij dat ze de eerlijkheid waardeerden maar zagen de noodzaak om actief op te zoek te gaan naar een nieuwe baan, just in case shit happens. Dat begreep ik volledig en ik moedigde het ook actief aan. De sfeer die dag was natuurlijk behoorlijk bedrukt.

Die avond gebeurde echter het ondenkbare. Het was rond acht ’s avonds toen ik net terug was op mijn hotelkamer in Bangkok. Ik kreeg een aantal Whatsapp berichten binnen van één van onze medewerkers: er waren een aantal onbekende mannen binnengedrongen die Dave, onze CTO, op een intimiderende manier de admin log in details probeerden te ontfutselen. Hij kon mij niet bellen want hij was ook nog op kantoor en stuurde mij stiekem berichten. Twee mannen hadden zich voor de deur geposteerd en niemand mocht erin of eruit. Ik vroeg hem kalm te blijven en vooral mee te werken maar er brak een lichte paniek in mij uit.

Snel belde ik Mark en ook bij hem hoorde ik paniek in zijn stem. Waarschijnlijk wilde RichieRich voorkomen dat wij alle programmeercode en ontwerpen zouden kopiëren om op die manier een doorstart te maken. Dat kon mij op dat moment geen bal interesseren, de veiligheid van onze collega’s was het allerbelangrijkste. Politie bellen was het eerste wat in mij opkwam maar Mark zei dat het weinig zin had in Bangkok: RichieRich en zijn vrouw hadden goede connecties binnen de politie die waarschijnlijk niet of op z’n hoogst zeer laat van zich zouden laten horen. Ik had geen persoonlijke ervaring met de Thaise politie maar ik geloofde Mark op zijn woord. Op dat moment kon ik maar één persoon bedenken die ons misschien kon helpen: Uncle John.