The Good, the Bad and the Condemned, part X

Door Chief op maandag 18 december 2017 09:05 - Reacties (16)
Categorie: Uncles, Views: 2.500

Nadat ik hoogst persoonlijk een aantal spelers aan gort had gespeeld eindigde mijn eerste bezoek aan club Blue vrij snel: we waren er uit getrapt. Wachtende op de auto van Uncle Yin kwamen stomtoevallig enkele handlangers van Ricky voorbij gelopen die mij aanspraken als "Chief Gor", alsof ik deel uitmaakte van de triade. Hoe het verder ging, dat lezen jullie hieronder.


Geloof mij, de uitdrukking op mijn gezicht was minstens net zo verbaasd als die op Percy’s gelaat. In de pokerscene in Hong Kong was ik wel vaker “Gor” genoemd en zelfs “Si Fu” maar nooit door leden van de triade.

De mannen liepen gewoon door alsof er niets gebeurd was en in hun ogen was er natuurlijk ook niets gebeurd. Buiten hun gehoorafstand barste Uncle Ngau in lachen uit en klapte zodanig hard op mijn schouder dat ik wakker schrok. “Zo jongen, nu hoor je er helemaal bij” lachte Uncle Yin mee en hoewel hij het natuurlijk gekscherend had gezegd maakte ik mij nu toch lichtelijke zorgen. Zoals altijd was daar Uncle John die de situatie goed inschatte: ik hoefde me geen zorgen te maken, het betekende niets al had ik wat meer krediet als ik over straat zou lopen in Mong Kok, het gebied van Ricky. Percy’s ogen waren nu zo groot als schoteltjes terwijl ik niet goed wist wat ik er van moest denken.

Voordat ik aan Percy probeerde uit te leggen dat ik niets met de triades te maken had kwam de wagen van Uncle Yin al voorrijden en stapten we in. Eenmaal in de auto draaide Uncle Yin die voorin zit zich om en vroeg zich openlijk af wat de mannen van Ricky nou in Central deden. Uncle John was ook verrast die mannen daar te treffen. Triade leden blijven zoveel mogelijk in hun eigen gebied maar deze mannen waren zelfs van Kowloon naar Hong Kong Island gegaan. Terwijl de auto richting Wanchai reed bleef het opvallend stil, alsof iedereen in haar of zijn gedachten ergens anders was.

Wanchai lag om de hoek en binnen tien minuten stonden we voor het King’s hotel. Hotel was overigens wel heel veel eer voor dit gebouw. De hotelkamers besloegen slechts een aantal verdiepingen in dit gebouw. Daarboven en daaronder bevonden zich voornamelijk (karaoke)bars en mahjong ruimtes. Één van de bars werd ’s avonds omgebouwd in een pokerroom met ruimte voor drie tafels. Het was de plek waar ik de Uncles had ontmoet.

Percy draait zich naar mij om op het moment dat zij uitstapt en kijkt mij recht in mijn ogen aan. Haar blik wordt vergezeld door een licht verlegen glimlach. Ik mocht dan geen Adonis zijn maar zelfs ik herkende die blik. Uh oh. Dit beloofde niet veel goeds. Die blik duurde in mijn gedachten eindeloos maar zal in werkelijkheid niet meer dan twee of drie seconden hebben geduurd voordat ze zich terugdraaide en uitstapte. Ik boog mijn hoofd voorover om uit te stappen toen ik het inmiddels bekende gevoel van de hand van Uncle John op mijn schouder voelde en ik hem zachtjes “voorzichtig jongen!” hoorde fluisteren. Ik was dus niet de enige die die blik van Percy had gezien.

Met z’n vijven stonden we in de knusse lift naar boven en ineens voelde ik iets over mijn rechterhand glijden. Ik keek naar rechts en keek wederom in het gezicht van Percy die mij uitdagend aankeek. Hoewel ik beleefd een glimlach produceerde wist ik ook meteen dat ik dit in de kiem moest smoren maar voor ik daar de kans voor had gingen de lift deuren open en gaf ons meteen een zicht op de pokerroom omdat de lift zo ongeveer midden in de pokerroom uitkwam.

Zoals altijd als de Uncles de pokerroom in het King’s hotel betraden voelde je een rimpeling van opwinding door de pokerroom gaan. Je hoorde bijna de regelval aan kwijl van de spelers op de grond druppelen. De tafels zaten behoorlijk vol zoals bijna iedere zaterdag en niemand zou nu opstaan om plaats te maken in de hoop dat iemand anders op zou staan. Niet zo lang geleden was ik één van hen maar nu, nu ik de Uncles kende voelde het toch wel anders. In club Blue kende niemand de Uncles maar hier, hier leken de Uncles een paar guppies in een aquarium vol piranha’s.

Ik weet het, ze deden het puur voor de lol maar geld kan je ook op een andere manier weggeven. Kreeg je tenminste nog belastingaftrek over. Oh well, ik moest nu even concentreren op een ander probleem. Misschien hadden de Uncles vandaag wel het geluk aan hun zijde, iets wat ik wel kon gebruiken.

The Good, the Bad and the Condemned, part IX

Door Chief op dinsdag 12 december 2017 06:07 - Reacties (28)
Categorie: Uncles, Views: 2.398

Ik had net een heerlijke poker sessie gehad tijdens mijn eerste bezoek aan club Blue waarbij ik een paar spelers had leeggeplukt. Helaas brak daarmee ook onze tafel op. Hoe het verder ging, dat lezen jullie hieronder

In minder dan twee uur had ik mijn buy-in meer dan vervijfvoudigd van $10k naar ruim $50k. Misschien niet de meest winstgevende sessie ooit maar als ik dat afzet tegen het lage risico dan was het eigenlijk compleet bizar. Helaas was ik daardoor alleen achter gebleven aan de pokertafel. Als ik niet die hele stapel chips voor mij had gehad dan zou ik waarschijnlijk een beetje Remi gevoel hebben gekregen. De manager had natuurlijk de gasten zien vertrekken en de meeste anderen verlieten ook de club. De blik die hij mij gaf was zeer duidelijk: hij was er niet blij mee.

Tjah, ik kan nu eenmaal niet iedereen plezieren hè. Zit ook niet in mijn natuur. Anyway, ik had nu de keuze om a) naar huis te gaan b) te wachten op de Uncles of c) plaats te nemen aan een $50-$100 tafel. Keuze a paste niet bij mij karakter, keuze b zit niet in mijn bloed dus werd het optie c: plaatsnemen aan een $50-$100 tafel. De enige open plek was aan de tafel van Uncle Yin, Uncle Ngau en Percy.

Met mijn stack mocht ik plaatsnemen en daar waren de meesten niet blij mee. De max buy-in aan de $50-$100 tafel was $20k maar aangezien ik van een andere tafel kwam mocht ik alles meenemen. Ik vormde dus direct een bedreiging voor vrijwel alle stacks. De Uncles kon het niets uitmaken, die waren het wel gewend. Ook Percy kon het weinig deren, die zou toch wel een beetje uit mijn buurt proberen te blijven maar de meeste anderen hoorde ik wel even zuchten. De stand stond gelijk 1-0 in mijn voordeel. Bring it!

We hadden nog geen twee rondjes gehad toen ik preflop heads-up kwam tegen Percy. Ik flopte de keiharde nuts (best mogelijke hand) terwijl zij begon te beuken. Op zowel de flop als de turn bette zij terwijl ik gewoon callde. De river veranderde niets aan mijn hand en ik had nog steeds de best mogelijke hand. Ik bette de river en Percy speelde met de chips voor haar en ik zag haar stacks naar voren schuiven om een grote raise te maken. Aangezien ik Percy goed kende nam ik haar een beetje tegen haarzelf in bescherming en zei ik luid en duidelijk dat ze dat beter niet kon doen.

Ze twijfelde geen moment en in plaats van de raise te plaatsen zei ze “call” waarop ik mijn winnende hand liet zien. Percy knikte goedkeurend en gooide haar hand in de muck maar vanaf toen brak de pleuris een beetje uit. Een meneer vond het niet leuk wat er gebeurde en beweerde dat er sprake was van “collusion”. Collusion is een term in de pokerwereld waarbij bedoeld wordt dat twee of meerdere spelers samen werken tegen de rest van de tafel. Een voorbeeld daarvan is als twee spelers elkaar via seinen laten weten welke kaarten ze vast hebben.

Hier was duidelijk geen sprake van. Wat ik deed was waarschijnlijk nou niet helemaal koosjer maar collusion, dat ging te ver. Percy en ik legden uit dat we elkaar al lang kennen en vaak tegen elkaar spelen. Een kleine vriendendienst was het, niet meer dan dat. De man nam daar geen genoegen mee en bleef zeiken waardoor de Uncles er zich ook mee gingen bemoeien. Moet je net Uncle Ngau aan tafel hebben. In niet te misstane krachttermen gaf hij zijn mening die, kort samengevat, neerkwam op “minder zeiken, meer kaarten”. De man, die hoogstwaarschijnlijk geen idee had wat voor achtergrond Uncle Ngau had, begon nu te schreeuwen en stond op en nam een dreigende houding aan. Dat was fout nummer twee want Uncle Yin die naast hem zat sprong op en pakte de man gelijk in een houdgreep. Geen woorden maar daden zullen de Feyenoord fans onder ons denken.

De manager kwam aangesneld maar wist zich eigenlijk geen raad met de situatie die hij zag: een man hevig worstelend in de wurggreep van Uncle Yin. De dealer probeert zo goed en kwaad mogelijk uit te leggen wat er in de hand was gebeurd en dat was blijkbaar genoeg voor de manager om Percy en mij vriendelijk doch dringend te verzoeken om de club te verlaten. Voor Percy kon tegensputteren zei ik dat het prima was want het laatste wat ik wilde was een vechtpartij waarbij we nog een keer de politie mochten ontmoeten. Genoeg politie gezien voor één weekend. Waarschijnlijk genoeg voor de rest van mijn leven.

Uncle John was bij ons aan tafel gekomen en tikte Uncle Yin op de schouder die daarop losliet. De arme man snakte naar adem, waarschijnlijk de enige reden waarom hij niet meer als een dolle man schreeuwde zoals een aantal minuten geleden. We pakten onze chips op, wisselden deze in bij de kassière en samen met de Uncles liep ik op mijn dooie gemak naar buiten, met Percy in onze kielzog. Waarschijnlijk zou ik de club even laten voor wat het was maar ik zou uiteindelijk graag terug willen want het was echt een prima poker gelegenheid.

Zo stonden we dus vroeger dan verwacht buiten. Uncle Ngau stelde voor om naar een andere pokerclub te gaan wat niet ver van onze locatie was, het Kings hotel in Wanchai. De andere Uncles vonden dat een prima idee en ik, ach waarom ook niet. Percy stond er een beetje verloren bij tot Uncle Ngau vroeg of ze zin had om mee te gaan. Dat hoefde je haar geen twee keer te vragen en dus wachtten we samen op de auto.

Terwijl we net de auto de hoek om zagen komen kwamen een aantal mannen voorbij gelopen. “Hi Uncle John, Uncle Ngau, Uncle Yin” hoorde ik beleefd in een stem die ik vaag herkende. Ik keek naar het gezicht van waar de stem vandaan kwam en het schoot als stroomstoot van 220v in mijn hersenstam: dit was dezelfde man die destijds bij Ricky was toen die mij vroeg om voor hem te werken! Hij keek mij aan. “Hi Chief Gor” zei die en ik viel bijna steil achterover. Ik was niet de enige. Percy keek mij aan. “Chief Gor?????”

The Good, the Bad and the Condemned, part VIII

Door Chief op maandag 4 december 2017 06:16 - Reacties (13)
Categorie: Uncles, Views: 2.173

Eerder hadden de Uncles een politiewagen klem laten zetten en waren we op weg gegaan naar club Blue, een nieuwe pokerclub in het Central district van Hong Kong. Eindelijk waren we aangekomen, zonder dat we door de politie waren gevolgd. Bij het betreden van de club voelde me ik al helemaal thuis en nam ik plaats aan een $25-$50 tafel terwijl de Uncles zich over andere tafels hadden verspreid


Het was mijn beurt om de big blind te posten en dus werd het ook wel tijd om eens te kijken wat voor vlees we aan tafel hadden. Eigenlijk vielen drie mannen op. Buitenlanders gezien hun blanke huidskleur. Tussen de dertig en veertig jaar. Wat hen op deed vallen was dat ze strak in het pak zaten, inclusief colbert en stropdas. Ahhhh, typische i-bankers. Type: jasje, dasje, coke in tasje. U kent ze wel. Zo niet, bij deze.

Het werken blijft voor i-bankers blijft zelden beperkt tot weekdagen, met name diegenen die in de M&A divisies zitten want daar gaat het gewoon 24/7 door. Daartegen over staan astronomische beloningen, mits je de targets haalt uiteraard en die targets zijn over het algemeen zeer ambitieus. Kenmerkend voor dit wereldje is ook het hoge alfa mannetjes gehalte met ditto testosteron levels. Daar weken de drie mannen aan mijn tafel dan ook niet van af.

In de paar rondjes die ik rustig aankeek spraken ze met luide stem en maakten ze achteloos de ene bet na de andere. De klassieke steamroll strategie dus en de mannen verwachtten, nee, eisten eigenlijk dat de rest van de tafel eigenlijk braaf achterover gingen liggen zonder enige tegenstand te bieden. Het liefst al kwispelend met onze staart. Wat denken jullie? De tafel ging daar in mee ook nog!! Nou ja, de tafel minus mijzelf. Uiteraard.

Ik heb namelijk nogal een nare eigenschap en dat is dat ik nogal recalcitrant ben. Van jongs af aan heb ik vrij veel moeite gehad met autoriteit maar dat heb ik over tijd enigszins kunnen muteren in allergisch zijn voor misplaatste autoriteit. Oftewel, ik kon er prima mee leven als een leraar mij op mijn gedrag aansprak en laten we wel wezen, dit was vaker wel dan niet gegrond, maar niet als de leraar eiste dat je ja en amen knikte. Leerlingen zijn geen zombies en mogen best hun kritiek hebben die je dan eventueel kan weerleggen maar niet zomaar naast je moet leggen.

Anyway, die eigenschap van mij kwam vrolijk omhoog borrelen bij het aanschouwen van het schouwspel wat zich aan mijn tafel afspeelde. Dat was overigens veel makkelijker dan je zou denken. Echt, die gasten gaven zó veel informatie weg dat ze net zo goed met hun kaarten open konden spelen. De grootte van hun bets in relatie tot de pot, de tijd die ze namen bij een beslissing, hun lichaamstaal, zelfs hoe ze een hijs namen van hun peuken. Beetje de slogan van de Belastingdienst: “leuker kunnen we het niet maken, wél makkelijker” en makkelijker, dat werd het me zeker gemaakt. Overigens was dit wél leuker maar dat was een fijne bonus.

Die mannen waren klaarblijkelijk helemaal niet gewend dat er op ze werd teruggespeeld. Zij plaatsten een raise en ik ging daar vrolijk overheen. Soms callden ze die bet nog wel maar op de bet van de volgende kaart gingen hun kaarten netjes de muck in tenzij ze de kaart vonden die ze nodig hadden. Ik kon namelijk aan de hand van de informatie die ze onbewust gaven makkelijk zien of ze een relatief zwakke hand hadden en zo ja dan ging de druk er vol op, vrijwel ongeacht welke kaarten ik nou vasthad.

Na een uurtje beuken hielden twee van de drie i-bankers het voor gezien. In plaats van te spelen namen ze nu plaats achter de laatste van hen drie die nog aan tafel zat, in hun ogen waarschijnlijk de beste speler van de drie. Jeetje, ze maakten het nu wel erg gemakkelijk. Wat ontzettend hielp was dat ik op een gegeven moment voor de flop een grote raise plaatste met A6s in de hoop dat de blinden, waaronder de laatste i-banker, het zouden opgeven maar in dit geval callde de man. De flop kwam een waanzinnige A-6-6. Op dat moment plaatste ik de range van de man in AT of beter, alle paartjes tussen zessen en negens en heel soms KQ/KJ of zelfs KT gezien zijn historie. Paartje zessen kon natuurlijk niet. Paren van AA t/m tienen hoogstwaarschijnlijk ook niet omdat hij mij dan wel een 3-bet had gegeven voor de flop.

Ik liep dus zwaar voor in vrijwel alle scenarios. Ik bette ongeveer de helft van de pot en er volgde een snelle call. Die man had geen trukendoos laten zien en aldus kon ik zijn range verkleinen naar veruit de meeste gevallen AT of een betere aas en heeeeel soms een pocket pair groter dan zessen maar kleiner dan TT. Op de turn binkte ik de laatst overgebleven zes, gewoon voor het geval dat ik nog niet ver genoeg voorliep. Klein vreugdedansje zou niet misplaatst zijn lieve Tweakertjes. Goed, nu hoopte ik maar dat hij inderdaad een aas had want dan had hij een full house. Niet dat hij nadacht over wat ik eventueel zou kunnen hebben maar op de flop van A-6-6 kon hij best bang zijn voor een betere aas dan hij vasthad of misschien wel AA bij mij. Ik besloot te checken nadat hij hetzelfde gedaan te hebben in de hoop dat hij een aas had en de river zou betten.

De river kwam een fantastische aas waardoor de board A-6-6-6-A zag. Fantastisch! Nu wist ik 100% zeker dat die geen AA kon hebben en dus had ik de nuts: de best mogelijke hand. Hij bette ongeveer drie kwart van de pot dus waarschijnlijk had hij een full house met een aas. Te gek! Ik dacht even na en ik bomb de pot door idioot groot te raisen. De gedachte hierachter was: hij zou mij vrijwel nooit op een zes kunnen zetten gezien mijn preflop raise. Ik probeer in dat geval gewoon erg groot te raisen, ook met een aas, in de hoop dat hij weggooit en ik dus de pot niet hoef te delen.

Dat was waarschijnlijk precies zoals hij dacht want bij callde snel met AJ voor een fullhouse, in volle verwachting om de pot te delen maar helaas voor hem had ik heel stiekem toch die laatste zes. Als een plumpudding zakte hij in elkaar in zijn stoel en één van zijn collega’s sloeg letterlijk een hand voor zijn mond. Rustig stapelde ik zijn chips die de dealer naar mij had toegeschoven op mijn chips en ik had een ware berg voor me staan. Hilarisch.

Niet voor de i-bankers want de laatste die aan tafel had sprong op van zijn plumpudding houding en sloeg het laatste restje whisky die die nog had achterover en liep zonder om te kijken weg, gevolgd door zijn kompanen. Percy keek op van haar tafel en zei: “Oops, he di dit again!!”. Dat was de laatste waarschuwing die mijn andere tafelgenoten nodig hadden want binnen twee minuten stond de rest op, mij alleen achterlatend met mijn chips. Of ik mij ineens eenzaam voelde? Geloof mij, met zoveel gewonnen chips voor je neus voel je je nooit eenzaam. Nooit.