The Good, the Bad and the Condemned, part VI

Door Chief op maandag 23 oktober 2017 08:20 - Reacties (30)
Categorie: -, Views: 2.081

We werden gevolgd door twee agenten die we eerder waren tegengekomen. Met de hulp van twee busjes werd de wagen van de agenten geblokt waardoor wij konden vertrekken zonder dat we gevolgd werden. Hoe het toen verder ging, lees hieronder


Ik keek nog een keer achterom en zag een van de agenten nog druk zwaaien met z’n armen terwijl de andere met zijn handen in z’n zij toekeek hoe onze MVP rap uit zijn oogzicht verdween. Met een elleboogstoot trok Uncle John mijn aandacht en ik kreeg een dikke knipoog mee en ik barste samen met de anderen in lachen uit.

Uncle Ngau, die voorin zat, deed er nog een duit bovenop: dat ze vroeger gewoon die hele auto in de hens hadden gezet in hetzelfde scenario. Mijn lach verdween en verbaasd keek in naar Uncle John die bevestigend knikte. Het was in de tijd dat ze eerst deden en daarna pas nadachten hoewel de stap van nadenken er eigenlijk vrijwel nooit aan te pas kwam. Het was destijds ook een hele andere wereld dan nu.

Wat volgde was een half uur geschiedenisles gecombineerd met een trip down memory lane. De ene na de andere anekdote werd verteld en waar nodig, en gezien de vele onderbrekingen was het blijkbaar hoognodig, door de andere inzittenden aangevuld. Onbewust ademende ik zo zachtjes mogelijk, bang om de verhalen te onderbreken. Dit was geweldig! Groots!

Niet dat ze over dingen spraken die ze deden, helemaal niet. Tot op de dag van vandaag is mijn kennis over hoe ze hun geld verdienden en hoe ze binnen de triade in rang opklommen een mysterie voor mij. Ik denk een bewuste keuze van de Uncles om mij te beschermen. In dat half uur echter kreeg ik een beeld, eigenlijk een ontnuchterende beeld van de onderwereld die ik alleen in een geromantiseerde wereld had mogen aanschouwen op de TV.

Enige weemoed hoorde ik in de stemmen van de voormalige hoofdrolspelers en tegelijkertijd hun afschuw hoe de onderwereld nu werkte. Net als in zoveel andere delen van de maatschappij draait het tegenwoordig nog maar om één ding: keiharde cash. Had je je vroeger eenmaal aan een Dai Lo verbonden, dan bleef je die voor de rest van je leven trouw. Nu, nu sprongen triadeleden nog sneller over dan luizen in een hondenasiel. Met een paar dollars smolt hun gezworen trouw aan hun Dai Lo als sneeuw voor de zon.

Erger nog, daar waar je vroeger met één belletje vliegensvlug tientallen bewapende medeleden kon optrommelen voor een matpartij moest je nu in je buidel tasten om ze ook maar enigszins in beweging te brengen. Drie honderd voor het laten opdagen, vijf honderd als ze hun eigen wapens moesten meenemen en raakten ze gewond dan draaide je op voor de medische kosten plus een flinke smak smartengeld. Romantiek? De Uncles spuugden erop.

Gelukkig heeft het ook wel zo z’n voordelen: vechtpartijen komen nu veel minder voor dan destijds. Ga maar na: een mannetje of vijftig optrommelen kost je al gauw dik twintig ruggen. Als het dan echt op een vechtpartij komt dan loopt de rekening natuurlijk vliegensvlug op. Nee, daarom blijft het tegenwoordig meestal bij wat geroep en geschreeuw van twee partijen.

Hoe ontnuchterend deze boodschap ook was, ik hing aan ieder woord dat uit de monden van de Uncles kwam. Ik had niet eens door dat we weer terug waren in Central want ineens hoorde ik de chauffeur zeggen dat we er waren. De autodeur ontsloot zich en schoof vanzelf open. Uncle John wilde uitstappen maar toen zei ik voor het eerst iets sinds de Uncles aan het vertellen waren. Waarom volgden de agenten ons eigenlijk?

Uncle John stond met één been buiten toen hij mijn vraag hoorde. Hij draaide zich weer om en ging zitten. Uncle Ngau gebood de chauffeur de deur dicht te doen en nog wat rond te rijden. Zo hartstochtelijk als Uncle John net gelachen had, zo serieus keek hij nu naar mij. Er was trammelant binnen de triade. Dat was wel vaker zo maar nu was het serieus fout. Bij één van de machtigste triades in Hong Kong was de hoogst geplaatste leider, de Dragon Head, verdwenen. Het gerucht in de straten was dat hij tijdens zijn trip naar Thailand was omgelegd.

Uncle Ngau vulde aan dat het in de kranten had gestaan maar aangezien ik geen Chinees kon lezen liet ik de lokale kranten voor wat het was. Terwijl de betreffende triade op zoek was naar hun leider, of het nu zijn lijk was of niet, gingen er ook geruchten dat er nieuwe verkiezingen zouden plaatsvinden voor zijn opvolger. Dit was veel sneller dan normaal en dat voedde weer nieuwe geruchten dat het wel eens een inside job zou kunnen zijn geweest.

Je kon dus stellen dat het nu een zooitje was in die triade. De Dragon Head was zoek, andere triades werden verdacht maar ook intern was er enorm veel wantrouwen tussen elkaar. Een opgelegde kans voor de andere triades dus om landje pik te doen. De kans was dat dit enorm zou escaleren met alle gevolgen van dien. Waarschijnlijk daarom probeerde de lokale politie er alles aan te doen om het in de kiem te smoren. Aangezien Uncle John niet voor de eerste keer als vredestichter was gevraagd was het niet geheel onlogisch dat hij in de gaten werd gehouden. Maar, zo verzekerde Uncle John mij, dit ging zijn macht ver te boven.

Tussen twee partijen kon hij nog wel bemiddelen maar hij had het idee dat er nu tientallen partijen betrokken waren. Dat niet alleen, zolang de waarheid niet boven was zou iedereen elkaar wantrouwen en kon je iedere vorm van bemiddeling vrijwel vergeten. Nee, hier zou hij zeker zijn vingers niet aan branden maar hij vroeg mij voor de zekerheid of ik het telefoonnummer van hun advocaat had bewaard. Met de bevestiging die ik gaf voelde ik voor het eerst dat het misschien zo gek nog niet zou zijn om dat telefoonnummer in mijn bezit te hebben.

The Good, the Bad and the Condemned, part V

Door Chief op maandag 9 oktober 2017 10:32 - Reacties (31)
Categorie: -, Views: 2.165

Mijn contactenlijst in mijn mobiele telefoon was ongevraagd een advocaat rijker en ik hoopte maar dat die ongebruikt zou blijven. Ik zag dit als een waarschuwing van de Uncles maar ik was geenzins van plan op te houden met het omgaan met de Uncles.

De vraag hoe hoog de prijs zou zijn voor de omgang met de Uncles bleef niet lang in mijn hoofd hangen, evenmin als het telefoonnummer van Mr. Young. Daarvoor was de sfeer te ontspannen en het eten te lekker. Dat was namelijk ook een dikke bonus van het omgaan met de Uncles: het waren regelrechte smulpapen die wel wisten waar het goed eten was. Van top restaurants tot straattentjes, die mannen wisten het wel. Ze vonden het geen enkel problem om kilometers om te rijden – een behoorlijke afstand voor Hong Kong begrippen – voor een bepaald dessert en ik, ik ging met alle liefde mee.

Toen we na bijna twee uur met een overvolle buik eindelijk klaar waren met de koningsmaaltijd was het toch de hoogste tijd om een kaartje te leggen in Club Blue. Half lopend, half rollend gingen we de trap weer af. Eenmaal op de stoep keken we even in het rond, zoekend naar de MPV van Uncle Ngau. Terwijl Uncle Ngau zijn chauffeur probeerde te bellen op zijn mobiel keek ik een beetje in het rond toen mijn blik werd gekruist door een paar ogen die ik eerder had gezien: de politieagent die mij eerder op de trap een duwtje had gezeten. Mijn ogen zoomden uit en aan de andere kant van de staat zag ik nu de twee agenten die Lok Sir vergezelden. Spontaan brak het koud zweet uit terwijl ik toch echt niets verkeerds had gedaan.

Nerveus tikte ik Uncle John aan en knikte met mijn hoofd in de richting van de twee mannen aan de overkant. Het duurde even voordat Uncle John door had wat, in dit geval wie, ik bedoelde maar uiteindelijk kreeg ook hij de twee mannen in de gaten. Uncle John waarschuwde op zijn beurt de rest van onze groep en tadaaa: het gevloek en getier van Uncle Ngau begon weer van voor af aan terwijl op dat moment de geblindeerde wagen van Uncle Ngau voor ons stopte. Één voor één stapten de Uncles in terwijl ik als laatste plaatsnam. Ik draaide me om tuurde door de achterruit en zag de twee agenten snel in een auto stappen om ze vervolgens in een paar seconden achter ons te zien rijden.

Weer tikte ik Uncle John op zijn schouder aan. “Ze rijden achter ons!” zei ik zachtjes doch dringend, alsof ik bang was dat we afgeluisterd werden. Een brede grijns op het gezicht van Uncle John. Dat begreep ik niet. Het kon aan mij liggen maar het leek mij niet handig om met twee agenten achter ons naar een illegale pokerclub te rijden maar goed, ik had dan ook 0,0 ervaring met achtervolgd worden door dienders. Niet dat ik ook maar ooit achtervolgd was overigens. Met zijn grijns nog op zijn gezicht zei Uncle John dat hij wel zin had in een toetje. Hij gaf een adres door aan de chauffeur die op zijn beurt snel Uncle Ngau aankeek die naast hem zat die antwoordde met een kort knikje.

De rit voerde ons door de tunnel van Hong Kong Island naar Kowloon. Onrustig keek ik om de paar minuten achterom om telkens weer te zien dat de auto met de twee agenten op een paar autolengtes achter ons reed. Ik had geen idee waar we ons bevonden behalve dan dat ik op de borden zag dat we inmiddels in Tai Po beland waren. Eindelijk stopten we ergens in de straat waar ik een paar stalletjes op straat zag. Aan een van die stalletjes gingen we zitten. Het was zo’n typisch old Hong Kong style straattentje die je helaas niet meer zo vaak tegenkwam: ronde tafels, plastic krukjes, een dak dat bestond uit niets meer dan een stuk zeil en een hoop geschreeuw van zowel klanten als personeel.

Toen we zaten kwam er een vrouwtje toegesneld die met een natte doek over de tafel veegde. Het doek zag er zo smerig uit dat ik me afvroeg of we niet beter af waren zonder deze schoonmaak beurt. De beschikbare items waren in het Chinees op een groot bord aan de muur geschreven en aangezien ik vrijwel geen letter Chinees kan lezen was ik weer overgeleverd aan de goede smaak van de Uncles. Aan de smaak van de Uncles twijfelde ik niet, de hygiëne van de toko wel. Niet dat het me goed zou smaken want ik zag de twee agenten twee tafeltjes verderop zitten.

Een paar minuten later werden er een paar grote kommen op tafel gekwakt. De inhoud herkende ik als traditionele nagerechten zoals Red Bean Soup en rekenend op mijn getrainde maag begon ik te eten. Ik zag Uncle John iemand geamuseerd bellen maar door het constante geschreeuw om ons heen verstond ik geen woord van het korte gesprek. Verrek, ik dacht dat het me niet zou smaken maar het brouwsel onder mijn neus was verbazingwekkend smaakvol. Uncle John leek het wel ontzettend lekker te vinden want ik zag hem twee extra kommen inscheppen. Daarna stond hij echter op en liep met een kom in iedere hand richting de twee agenten en zette de twee kommen bij de heren op tafel die stomverbaasd keken.

Ook ik keek verbaasd naar Uncle John maar die negeerde mij ditmaal. Ik keek naar de agenten die op hun beurt keken alsof er gif in de kommen zat. Zou het?? Ik zou er nooit achter komen want de agenten namen geen hap van de traktatie en geen twee minuten later stond Uncle John abrupt op. Hij legde enkele briefjes van honderd op tafel en knikte richting de auto en die hint begrepen we. Ook wij stonden op en liepen naar de wagen. Op weg naar de wagen zag ik de auto van de agenten maar ditmaal stonden er twee busjes naast dubbel geparkeerd! De agenten kwamen aangerend en schreeuwden naar de bestuurders van de busjes maar die leken geen kik te geven aangezien de busjes gewoon bleven staan terwijl wij vertrokken. “Zo, en nu een potje kaarten!” gniffelde Uncle John.