The Good, the Bad and the Condemned, part V

Door Chief op maandag 9 oktober 2017 10:32 - Reacties (30)
Categorie: -, Views: 1.702

Mijn contactenlijst in mijn mobiele telefoon was ongevraagd een advocaat rijker en ik hoopte maar dat die ongebruikt zou blijven. Ik zag dit als een waarschuwing van de Uncles maar ik was geenzins van plan op te houden met het omgaan met de Uncles.

De vraag hoe hoog de prijs zou zijn voor de omgang met de Uncles bleef niet lang in mijn hoofd hangen, evenmin als het telefoonnummer van Mr. Young. Daarvoor was de sfeer te ontspannen en het eten te lekker. Dat was namelijk ook een dikke bonus van het omgaan met de Uncles: het waren regelrechte smulpapen die wel wisten waar het goed eten was. Van top restaurants tot straattentjes, die mannen wisten het wel. Ze vonden het geen enkel problem om kilometers om te rijden – een behoorlijke afstand voor Hong Kong begrippen – voor een bepaald dessert en ik, ik ging met alle liefde mee.

Toen we na bijna twee uur met een overvolle buik eindelijk klaar waren met de koningsmaaltijd was het toch de hoogste tijd om een kaartje te leggen in Club Blue. Half lopend, half rollend gingen we de trap weer af. Eenmaal op de stoep keken we even in het rond, zoekend naar de MPV van Uncle Ngau. Terwijl Uncle Ngau zijn chauffeur probeerde te bellen op zijn mobiel keek ik een beetje in het rond toen mijn blik werd gekruist door een paar ogen die ik eerder had gezien: de politieagent die mij eerder op de trap een duwtje had gezeten. Mijn ogen zoomden uit en aan de andere kant van de staat zag ik nu de twee agenten die Lok Sir vergezelden. Spontaan brak het koud zweet uit terwijl ik toch echt niets verkeerds had gedaan.

Nerveus tikte ik Uncle John aan en knikte met mijn hoofd in de richting van de twee mannen aan de overkant. Het duurde even voordat Uncle John door had wat, in dit geval wie, ik bedoelde maar uiteindelijk kreeg ook hij de twee mannen in de gaten. Uncle John waarschuwde op zijn beurt de rest van onze groep en tadaaa: het gevloek en getier van Uncle Ngau begon weer van voor af aan terwijl op dat moment de geblindeerde wagen van Uncle Ngau voor ons stopte. …ťn voor ťťn stapten de Uncles in terwijl ik als laatste plaatsnam. Ik draaide me om tuurde door de achterruit en zag de twee agenten snel in een auto stappen om ze vervolgens in een paar seconden achter ons te zien rijden.

Weer tikte ik Uncle John op zijn schouder aan. “Ze rijden achter ons!” zei ik zachtjes doch dringend, alsof ik bang was dat we afgeluisterd werden. Een brede grijns op het gezicht van Uncle John. Dat begreep ik niet. Het kon aan mij liggen maar het leek mij niet handig om met twee agenten achter ons naar een illegale pokerclub te rijden maar goed, ik had dan ook 0,0 ervaring met achtervolgd worden door dienders. Niet dat ik ook maar ooit achtervolgd was overigens. Met zijn grijns nog op zijn gezicht zei Uncle John dat hij wel zin had in een toetje. Hij gaf een adres door aan de chauffeur die op zijn beurt snel Uncle Ngau aankeek die naast hem zat die antwoordde met een kort knikje.

De rit voerde ons door de tunnel van Hong Kong Island naar Kowloon. Onrustig keek ik om de paar minuten achterom om telkens weer te zien dat de auto met de twee agenten op een paar autolengtes achter ons reed. Ik had geen idee waar we ons bevonden behalve dan dat ik op de borden zag dat we inmiddels in Tai Po beland waren. Eindelijk stopten we ergens in de straat waar ik een paar stalletjes op straat zag. Aan een van die stalletjes gingen we zitten. Het was zo’n typisch old Hong Kong style straattentje die je helaas niet meer zo vaak tegenkwam: ronde tafels, plastic krukjes, een dak dat bestond uit niets meer dan een stuk zeil en een hoop geschreeuw van zowel klanten als personeel.

Toen we zaten kwam er een vrouwtje toegesneld die met een natte doek over de tafel veegde. Het doek zag er zo smerig uit dat ik me afvroeg of we niet beter af waren zonder deze schoonmaak beurt. De beschikbare items waren in het Chinees op een groot bord aan de muur geschreven en aangezien ik vrijwel geen letter Chinees kan lezen was ik weer overgeleverd aan de goede smaak van de Uncles. Aan de smaak van de Uncles twijfelde ik niet, de hygiŽne van de toko wel. Niet dat het me goed zou smaken want ik zag de twee agenten twee tafeltjes verderop zitten.

Een paar minuten later werden er een paar grote kommen op tafel gekwakt. De inhoud herkende ik als traditionele nagerechten zoals Red Bean Soup en rekenend op mijn getrainde maag begon ik te eten. Ik zag Uncle John iemand geamuseerd bellen maar door het constante geschreeuw om ons heen verstond ik geen woord van het korte gesprek. Verrek, ik dacht dat het me niet zou smaken maar het brouwsel onder mijn neus was verbazingwekkend smaakvol. Uncle John leek het wel ontzettend lekker te vinden want ik zag hem twee extra kommen inscheppen. Daarna stond hij echter op en liep met een kom in iedere hand richting de twee agenten en zette de twee kommen bij de heren op tafel die stomverbaasd keken.

Ook ik keek verbaasd naar Uncle John maar die negeerde mij ditmaal. Ik keek naar de agenten die op hun beurt keken alsof er gif in de kommen zat. Zou het?? Ik zou er nooit achter komen want de agenten namen geen hap van de traktatie en geen twee minuten later stond Uncle John abrupt op. Hij legde enkele briefjes van honderd op tafel en knikte richting de auto en die hint begrepen we. Ook wij stonden op en liepen naar de wagen. Op weg naar de wagen zag ik de auto van de agenten maar ditmaal stonden er twee busjes naast dubbel geparkeerd! De agenten kwamen aangerend en schreeuwden naar de bestuurders van de busjes maar die leken geen kik te geven aangezien de busjes gewoon bleven staan terwijl wij vertrokken. “Zo, en nu een potje kaarten!” gniffelde Uncle John.