The Good, the Bad and the Condemned, part IV

Door Chief op maandag 25 september 2017 05:43 - Reacties (26)
Categorie: -, Views: 2.331

Mr.Young en diens telefoonnummer. Wat moest ik daar in Godsnaam mee en wie was deze meneer Young? Waarom moest ik zijn nummer bewaren?

O….K……. Ik had antwoord op de vraag gekregen wie de man was die we eerder op de trap tegen waren gekomen maar who the hell was nou Mr. Young en waarom moest ik zijn telefoon nummer opslaan??? “Doe het maar” zei Uncle John maar begreep dat ik wel een verklaring verwachte. Die kwam er ook. Mr. Young was iemand die de Uncles al jaren bijstond met zijn juridische kennis. Naar volle tevredenheid van de Uncles uiteraard, aangezien Mr. Young een zeer aanzienlijke kantoor had dat grotendeels door de Uncles gesponserd was door de loop der jaren. Een advocaat? Wat moest ik nou met een advocaat? Hoewel, als mijn vrouw achter mijn capriolen met de Uncles kwam dan zou een advocaat nog wel eens goed van pas kunnen komen. Ik hoopte maar dat die Mr. Young gespecialiseerd was in familierecht.

Eindelijk kwam Uncle John ter zake. Lok sir, Chief Inspector Wong dus, had mij in het bijzijn van de Uncles gezien. Hoewel de Uncles naar eigen zeggen niet meer actief waren in de onderwereld, wat ik in ieder geval bij Uncle Ngau durfde te betwijfelen, was het een publiek geheim dat de politiemacht daar nooit overtuigd van waren. Niet in de minste plaats omdat Uncle John regelmatig optrad als vredestichter en nog steeds aanzienlijk respect genoot van de triade. Dat, plus het gespot worden in het bijzijn van de Uncles, zou niet voor het eerst reden zijn voor de politie om een background check te doen naar mij. Pardon??? Background check?? Naar mij?? W T F.

Ik hoefde me volgens Uncle Ngau nergens zorgen over te maken. Ik had natuurlijk niets met de triade te maken en de politie kon mij niet langer vast houden dan 24 uur. Mijn oren gloeiden roder dan hete kolen onder een ventilator. 24 uur?? Dat was 24 uur langer dan mij lief was, zoveel wist ik zeker. Ik had één keer in een cel gezeten als tiener, in België nog wel en dat was na een kwajongensstreek van mijn maatje Bas en was niet van plan dat nog een keer mee te maken. Volgens het duiveltje moest ik nu niet zoveel zeiken: pokeren in Hong Kong was nou niet bepaald legaal en ook daarvoor kon ik een dagje in de cel belanden en het engeltje knikte hevig met haar hoofd, hopende dat ik eens bij zinnen kwam.

Ik keek nog eens naar het scherm van de telefoon van Uncle Yin en keek daarna de Uncles nog eens aan die alleen maar knikten terwijl ze rustig dooraten. Ik legde mijn eetstokjes maar neer en pakte mijn toestel om vervolgens Mr.Young en diens telefoonnummer in het adresboek op te slaan in de hoop deze nooit nodig te hebben. Uncle John gaf nog een korte gebruiksaanwijzing: de politie mocht mij natuurlijk uitnodigen voor een gesprek maar indien ik geen verdachte in een zaak was mochten ze mij niet vasthouden. Ze konden natuurlijk gebruik maken van mijn onwetendheid over de wetten en rechten. In ieder geval konden zij niet weigeren dat ik een advocaat zou bellen en dan kon ik gewoon Mr. Young bellen en aangeven dat ik zijn nummer van de Uncles had gekregen. Mr. Young zou dan vervolgens de Uncles op de hoogte stellen en ondertussen mij juridisch bijstand verlenen.

Tot zover een praktijkles die ik niet zag aankomen. Zo dan. De Uncles meenden het natuurlijk goed maar om eerlijk te zijn viel dit mij best rauw op mijn dak en wist ik niet goed wat ik er van denken moest. Het was misschien naïef van mij om te denken dat ik zonder enige consequenties met de Uncles om kon gaan terwijl ik wist dat zij een rol hadden gespeeld in de onderwereld, de een nog prominenter dan de ander. Misschien was het nooit helemaal tot me doorgedrongen of wilde ik er niet over nadenken maar opeens kwam het allemaal wel erg dichtbij.

Bedachtzaam at ik verder, half spiekend naar de Uncles die alsof er niets was gebeurd weer vol passie over paardenrennen aan het discussiëren waren. Ik keek nog eens goed naar de mannen die al meer dan de helft van hun leven geleefd hadden en het was een kolderiek gezicht. Ze waren zo druk aan het gebaren, lachen en slurpen dat ik mij op dat moment moeilijk kon voorstellen dat ze bloed en/of drugs aan hun handen hadden terwijl dat bijna niet anders kon. Het waren dezelfde mannen die zonder na te denken geld op mij hadden ingezet in Macau zonder te vragen om enige tegenprestatie. Die mij altijd uiterst vriendelijk behandeld hadden en mij een kijkje in hun leven gaven, wederom zonder enige vorm van tegenprestatie.

Het engeltje zuchtte al want die wist al wat er kwam: de waarschuwing in de vorm van een advocaat ten spijt zag ik geen reden om mijn omgang met de Uncles te staken. Nee, ik vond het veel te interessant en spannend en om de een of andere reden had ik gewoon teveel respect voor ze, met name Uncle John. Het eten smaakte mij ineens een stuk beter en zowaar, ik bemoeide mij met de discussie hoewel mijn kennis over paardenrennen zeer, ZEER beperkt was. Wat voor avonturen ik nog zou beleven met de Uncles wist ik niet maar zoals het engeltje het op dat moment tegen mij zei: alles komt met een prijs. De vraag is alleen hoe hoog.

The Good, the Bad and the Condemned, part III

Door Chief op maandag 18 september 2017 10:19 - Reacties (19)
Categorie: -, Views: 2.065

De Uncles hadden mij opgehaald en we waren op weg naar het restaurant om eerst een maaltijd te nuttigen voordat we kennis zouden maken met een nieuwe poker club, Blue. Op de trap kwamen we blijkbaar bekenden van de Uncles tegen. Dat ze elkaar, ondanks de beleefdheden die ze met elkaar uitwisselden, niet mochten bleek wel uit de kleine duw die ik kreeg van één van de onbekende mannen. Hoe het verder ging, dat lezen jullie hieronder

De resterende trappen werd door Uncle Ngau tot het vermaak van Uncle John en Uncle Yin al vloekend en stampvoetend genomen. Eenmaal aan tafel ging Uncle Ngau gewoon verder en mijn vocabulaire in Chinese vloekwoorden nam rap toe. Ik had nog geen flauw idee wie de mannen die we tegen kwamen waren maar Uncle Ngau had hen, en zo onderhand hun hele familie tot en met de vierde graad, de verdoemenis in gewenst. Het getier was eigenlijk best amusant al was ik meer nieuwsgierig dan geamuseerd.

Het getier nam langzaam af en helaas voor mij, de uncles lieten verder geen woord los over de identiteit van de mannen of in ieder geval de man die de leider leek te zijn. Nee, het gesprek ging snel weer over voetbal, paardenrennen en de vastgoedmarkt die langzaam weer aan het opkrabbelen was na de financiële crisis. Sodeknetter wat brandde die vraag op mijn lippen: wie waren die mannen in hemelsnaam?! Dit was pas de tweede keer dat ik Uncle Ngau zo uit zijn slof zag schieten, die eerste keer was in die toko van Ricky. Dat maakte mij alleen maar nieuwsgieriger.

Ik moest alle zeilen bijzetten om die vraag niet hardop te stellen en het engeltje hielp mij door het duiveltje in een wurggreep te houden maar het begon van binnen steeds meer te branden. Van zenuwen wipte ik op mijn stoel. Het duiveltje werd sterker en sterker en in mijn gedachten kwam het rook uit mijn oren. “Niet doen Chief, niet doen” probeerde het engeltje met een uiterste krachtinspanning terwijl die haar grip op het duiveltje langzaam maar zeker kwijtraakte.

Niet voor de eerste keer werd ik gered door Uncle John. Blijkbaar had ik nog geen woord gezegd sinds we aan tafel zaten want Uncle John vroeg me of alles goed was? Alsof de dam openbrak: wie waren de mannen op de trap schreeuwde ik het bijna uit en Uncle Yin proestte het uit. Het schaamrood stond meteen op mijn kaken. Heel subtiel was ik niet geweest. Facepalm moment voor mijn engeltje die plaatsvervangend schaamte had terwijl het duiveltje zijn hoorntjes recht trok.

Die meneer die ons aansprak, dat was de weledele heer Wong. Chief Inspector Wong wel te verstaan, en de twee die bij hem liepen waarschijnlijk een paar van agenten zijn aldus Uncle Yin. Chief Inspector. Ahhhhhh, één plus één is twee en dit verklaarde de reactie van Uncle Ngau enigszins. Dienders en triade is als water en vuur. Ik was niet heel erg thuis in de rangen en standen van de lokale politie maar zeg nou zelf, “Chief Inspector”, dat klonk toch best imposant. Uncle Ngau was het duidelijk niet met mij eens en gruwelde van het woord “weledele”.

Met die ontboezeming van Uncle John maakten we tijdens het eten een ritje door Nostalgia stad waarbij de Uncles in geuren en kleuren vertelden over hun ervaringen met de agent. Het eten zal best lekker zijn geweest, geen idee. Ik schoof blind eten naar binnen terwijl ik zo aandachtig mogelijk probeerde te luisteren. Het ene verhaal volgde op het andere met één gemene deler: Uncle Ngau keek alsof die door duizend wespen was gestoken. Het gaat wat lang duren om ieder verhaal hier te vertellen maar de historie tussen de Uncles en Chief Inspector Wong ging decennia terug. Je kon min of meer stellen dat de carrieres tussen beiden gelijktijdig begonnen, zij het aan twee verschillende kanten van de wet.

In dit kat en muisspel was het de agent nooit gelukt om ook maar één van de Uncles achter de tralies te krijgen maar je kon niet stellen dat dat gebrek aan wilskracht was van de dienders. Die kwamen te pas en te onpas een keer binnenvallen. Naarmate de tijd vorderde werden de Uncles steeds kapitaalkrachtiger en konden zij zich omringen met een leger aan advocaten wat de agenten alleen maar nog meer frustreerden. Dermate zelfs dat Uncle Ngau ze er van verdacht nauwelijks tijd en aandacht hadden besteedt aan de moordaanslag op Uncle John waarbij diens zoon om het leven was gekomen.

Met die laatste opmerking viel de tafel gelijk stil. Uncle Ngau leek zelf van zijn woorden geschrokken te zijn want hij verroerde geen vin, net zo min als Uncle Yin en ik. Uncle John bleef opmerkelijk rustig, in ieder geval uitwendig. “Let by gones be by gones” zei hij maar ik hoorde duidelijk iets in zijn stem. Iets dat niet strookte met de kalmte waarop hij sprak al kon ik mijn vinger er niet exact op leggen. Om de lucht een beetje te doen klaren zei ik maar dat ik die mannen nu al niet mocht aangezien die ene mij met opzet probeerde weg te duwen. Uncle John keek nu verbaasd. “Zie je wel dat het kleinzielige ratten zijn” reageerde Uncle Ngau meteen, blij dat we van onderwerp waren veranderd.

Uncle Yin zuchtte, sloeg een hand op mijn schouder en keek mij serieus aan terwijl hij naar zijn binnenzak van zijn colbert greep met zijn andere hand. In die andere hand zat nu zijn telefoon. Hij drukte op wat knoppen en liet mij toen een nummer zien. “88xx xxxx” zag ik met daarboven een naam. “Mr. Young” las ik. Uncle Yin gebood mij de naam en nummer in mijn telefoon te zetten.

The Good, the Bad and the Condemned, part II

Door Chief op maandag 11 september 2017 08:31 - Reacties (20)
Categorie: -, Views: 2.540

Ik was nieuwsgierig gemaakt door alle positieve verhalen over een nieuwe pokerroom in Hong Kong, club Blue. Een schijnbare prachtige club die van alle gemakken was voorzien en met spelers met diepe zakken. Klonk bijna te mooi om waar te zijn?

Bloed gaat waar het niet gaan kan en dus plande ik een bezoekje aan club Blue wat in Central lag. Voordat het zover was besloot ik een belletje te plegen aan Uncle John. Wellicht wist hij wie er achter die club zat want ik had mijn portie triade wel gehad voor dit jaar en zo drukte ik de sneltoets, ja Uncle John zat nu onder een sneltoets, in op mijn iPhone. Snel had ik hem te pakken en na even over koetjes, kalfjes, Aunt Mai en voetbaluitslagen van de Engelse Premier League gekletst te hebben kwam ik bij het hoofdonderwerp aan.

Ik vertelde exact datgene wat ik gehoord had: nieuwe pokerroom in Central, mooi spul, hoge limieten en veel geld in omloop. Of hij misschien wist wie er achter die club zat. Uncle John had nog niet eerder van die club gehoord en plaatste meteen een waarschuwing. Gevaar ligt altijd op de loer op die plekken waar relatief veel geld in omloop is. Hij besloot wat belletjes te plegen en drukte mij op het hart vooral te wachten tot hij groen licht had gegeven. Ik voelde de teleurstelling van het duiveltje maar dit was eerder uitstel dan afstel.

Gelukkig hoefde ik niet lang te wachten. De volgende avond belde Uncle John mij alweer. Hij had rondgevraagd maar het leek er niet op dat er iemand van een triade achter club Blue zat, garantie tot aan de voordeur uiteraard. Dat begreep ik maar mijn nieuwsgierigheid – en duiveltje – wonnen het van het engeltje en ik vertelde Uncle John dat ik zaterdag avond wel even wilde gaan kijken. Even bleef het stil aan de lijn. Na een paar seconden bromde Uncle John dat hij mee zou gaan. Gewoon voor het geval dat plus zelf een kaartje leggen, daar was hij ook nooit vies van. Ik sputterde even tegen als een kind die niet wil dat zijn vader meegaat naar een klassenfeestje – voor diegenen die zich dat nog kunnen herinneren.

Lang verhaal kort, zaterdag zou hij mij komen ophalen. De werkdagen vlogen voorbij en die zaterdag was ik er helemaal klaar voor toen tegen vijven mijn mobiel begon te trillen. “Uncle Yin” stond er op het display. Verbaasd nam ik op. Terecht aangenomen dat ik wist wie hem belde kreeg ik de mededeling dat Uncle John, Uncle Ngau en hijzelf op weg naar mij waren. Wederom terecht aangenomen dat ik nog niet gegeten had zouden we eerst samen gaan eten alvorens we de nieuwe pokerroom met een bezoek zouden vereren. Of ik over 5 minuten beneden kon staan. Fijn, je mening mogen laten horen dacht ik bij mezelf maar zoals zo vaak bij de Uncles is het gewoon een kwestie van gedwee doen wat gevraagd wordt en dus schoenen aan, vest pakken en je centen meenemen. Dit keer liet ik mijn paspoort maar thuis. Met weemoed, dat wel.

Nog geen drie minuten later stond ik beneden toen ik al de gitzwarte MPV van Uncle Ngau aan zag komen. Ik wist niet zeker hoever de voeten van hem nog in de triade modder zat maar komop, zo’n MPV hoorde bij de standaard uitrusting van de triade…… De deur gleed open en ik stapte in waarna ik de Uncles beleefd groette. Ze hadden er blijkbaar zin in want het geklets verstomde geen moment. Niet dat dat heel lang was, ik woonde maar zo’n 10 autominuten van Central af en dat was meer door het verkeer dan door de afstand. Hong Kong was nou eenmaal niet gebouwd voor autoverkeer maar dat kon het vaststaande verkeer blijkbaar niet deren.

Bij een Seafood restaurant kwamen we tot stilstand. We stapten uit waarna de chauffeur van Uncle Ngau op zoek ging naar een parkeerplek. Die zouden we dus het komende uur niet meer terugzien want zaterdagen plus vrije parkeerplek in Central was nog zeldzamer dan diamanten. Zoals vele restaurants in Hong Kong lag ook deze op de tweede verdieping (de begane grond wordt vrijwel altijd bezet door retail zaken vanwege de hogere kosten). Ik volgde de stoet de trap op toen ik een man hoorde roepen naar Uncle John. Aangezien ik achteraan liep kon ik niet zien wie dat was. “Daar gaat mijn eetlust” hoorde ik Uncle Ngau grommen duidelijk grommen. “Lok sir” hoorde ik nu Uncle John.

Lok sir? Ik had genoeg Chinese TV series gezien om te weten dat het hier dus om een politie agent ging. Nieuwsgierig bewoog ik naar links en rechts om een glimp op te vangen van de hoofdpersonen. Ik zag drie mannen tussen de ruggen van de Uncles door. Een man die de leider leek te zijn had grijze haren, handen in zijn broekzakken en werd aan beide kanten geflankeerd door twee andere mannen die iets jonger leken. “Zo Uncle John, weer op pad? Hebben jullie zaken te bespreken” klonk het uit zijn mond. Uncle Ngau wilde een stap vooruit zetten maar werd tegengehouden door de uitgestoken arm van Uncle John. “Niets anders dan een etentje met vrienden” antwoorde de laatste.

Ineens leek de politieagent mij op te merken want hij keek mij recht aan. “Jou ken ik niet maar ik raad je aan om wat wijzer te zijn in het kiezen van vrienden”. Van stomme verbazing wist ik niet wat ik moest zeggen. “Een zoon van een familievriend die toevallig op bezoek is in Hong Kong” loog Uncle John en ik probeerde mijn gezicht strak te houden. Uncle John liep daarop verder naar boven terwijl de drie mannen verder naar beneden liepen. Toen ik voorbij de drie mannen liep keek de politieagent mij diep aan zonder te stoppen met lopen. Het voelde alsof hij in mijn ziel keek en ik draaide mijn hoofd snel naar voren. De man aan zijn linkerkant leek mij opzettelijk een klein duwtje te geven. Onvoldoende om mij uit balans te brengen maar voldoende om op te merken. Ik vroeg me af waar dit nou weer om ging.

The Good, the Bad and the Condemned

Door Chief op maandag 4 september 2017 08:11 - Reacties (14)
Categorie: -, Views: 2.383

“Zeg Chief. Ermmmhh…. We zijn het de laatste tijd niet vaak met elkaar eens. Of ja, eigenlijk zijn wij het zelden met elkaar eens geweest. Ik vind het niet erg hoor, dat komt met mijn baan. Daar heb ik voor gekozen. *kucht*. Maar misschien wel eens leuk zijn als je eens een keer naar mij luistert. Gewoon, kijken of dat bevalt? Wat denk je? Wordt het niet eens tijd om open kaart te spelen met je vrouw?”
Ik begon sympathie te krijgen voor het engeltje die trouw zijn plicht bleef vervullen ondanks dat ze al haar hele loopbaan professioneel werd genegeerd.

Het duiveltje opent half een oog.

“Geen slapende honden wakker maken jongen, recht zo die gaat” en gaat verder met tukken.


Aan de smeekbede van mijn engeltje kwam aldus een snelle einde. Wederom koos ik voor de weg met de minste weerstand. Mondje dicht dus hoewel het soms wel erg zwaar was om niet de avonturen te delen. Ik had heel wat mogen beleven sinds ik dat eerste belletje pleegde naar Uncle John met als gevolg een gedenkwaardige dag, en nacht, in Macau met de Uncles. Of de ontmoeting met Billy en zijn broer Ricky waar ik niet geheel zonder kleerscheuren vanaf was gekomen. De vrouw waarmee ik mijn leven deelde wist nog niet eens van het bestaan van de Uncles af en dat was waarschijnlijk het beste voor iedereen, zo suste ik mijn geweten en geheel volgens de wens van mijn duiveltje.

Sommigen van jullie zouden denken dat ik het wel rustiger aan zou doen nadat mijn gezicht in contact was geweest met een paar vuisten maar niets is minder waar. Het pokeren met, en soms zonder, de Uncles ging gewoon vrolijk door al hadden ze mij sindsdien niet meer meegenomen naar nieuwe plekken en speelden we voornamelijk in de betrekkelijk veilige Kings hotel wat op de grens tussen Wan Chai en Causeway Bay lag en daarmee op een steenworp van de serviced appartment waar ik tijdelijk woonde. Het Kings hotel was een gebouw dat een paar kamers verhuurde maar haar inkomsten voornamelijk binnenhaalde met het verhuren van mahjong kamers, een tweetal clubs en een dartcafé. Die laatste werd vrijwel iedere avond omgetoverd tot een pokerroom met ruimte voor enkele tafels en werd met name in de weekenden druk bezocht. Dat ik daar inmiddels een bekend gezicht was zal jullie niet verrassen.

Het pokeren ging dus gewoon door en inmiddels was het winter in Hong Kong en het zou nog maar drie maanden duren voordat vrouwlief zich eindelijk bij mij zou voegen. Het was misschien vreemd maar nog geen drie maanden nadat wij getrouwd waren bevond ik mij ineens met een nieuwe baan in Hong Kong terwijl zij netjes afscheid wilde nemen van haar werkgever. Meteen toegegeven, de dikke bonus die ze haar hadden aangeboden om nog een paar maanden aan te blijven had geen kleine rol gespeeld in dat besluit. Ik miste haar natuurlijk ontzettend maar tegelijkertijd besefte ik mij dondersgoed dat ik hoogstwaarschijnlijk de Uncles nooit ontmoet zou hebben als zij tegelijk met mij naar Hong Kong was gegaan. Oh the bitter and sweet!

Winter in Hong Kong is natuurlijk niet hetzelfde in Nederland. De temperatuur daalt zelden onder de 10 graden maar dat wil niet zeggen dat het in Hong Kong warmer aanvoelde. Verre van. Daar waar vrijwel alle gebouwen volgehangen waren met airco’s schitterden verwarmingen door afwezigheid. Het was dan ook een normaal straatbeeld om mensen in restaurants te zien eten met hun dikke winterjassen gewoon aan waardoor de restaurants optisch gezien nog meer uitpuilden.

Het seizoen was niet het enige wat veranderde in Hong Kong, ook de pokerscene onderging een metamorfose. De populariteit nam razendsnel toe en bijna wekelijks werd er een nieuwe pokerroom uit de grond gestampt ondanks dat pokeren om geld officieel illegaal was in dit land. Heel soms hoorde je dat de politie een inval had gedaan bij een pokerroom maar heel zelden werden er ook boetes/celstraffen uitgedeeld aan de bezoekers. De betreffende pokerroom was dan ook meestal een week of twee na de inval up and running.

Een bijkomend voordeel van de toenemende concurrentie was dat de pokerrooms steeds meer hun best gingen doen om klanten en zieltjes te winnen of te houden. Freeroll toernooitjes, gratis drankjes, je kent het wel. Ook werden de interieurs steeds luxer en moderner. Zo was er pokerroom met heuse ingebouwde professionele card shufflers die je eigenlijk alleen in casino’s zag. Die krengen kosten dan ook makkelijk meer dan 10 ruggen per stuk. Die pokerroom was genaamd Blue en had het voorzien op de wat vermogendere spelers. Zo was bijvoorbeeld de laagste limiet dat zij aanboden HK$50-HK$100, daar waar HK$5- HK$10 veel gangbaarder was. Ik hoorde via via dat er zelfs hogere limieten gespeeld werden met allemaal bankiers, advocaten, aangevuld met rijkeluis kinderen.

Om die mensen te trekken moest je wel meer bieden en dat deed club Blue dan ook, zo vernam ik. Verhalen deden de ronde dat de pokertafels allemaal een card shuffler hadden wat het spel aanzienlijk versnelde. De stoelen en tafels konden zich makkelijk meten met de duurdere casino’s in Macau. Aan de rest van het interieur was ook duidelijk te zien dat er behoorlijk met geld gesmeten was en dat terwijl de rake niet aan de belachelijk hoge kant was. Die verhalen klonken bijna te mooi om waar te zijn maar toch kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen.

“Doe nou niehiiiieettt” probeerde het engeltje, verslagen kijkend als altijd. Het duiveltje trok zijn jas al aan.