The Uncles, the saga continues - deel IX

Door Chief op maandag 30 januari 2017 01:57 - Reacties (40)
Categorie: -, Views: 3.304

Inmiddels zat ik al even aan de pokertafel en had ik mijn stack behoorlijk in het groen weten te werken. Eindelijk was er ook een plekje voor Uncle John vrijgekomen die al snel plaatsnam en zich voor $200k inkocht

Als ik twee weken eerder met exact dezelfde spelers een pokertafel had gedeeld dan had ik zo’n beetje alles wat los en vast zat aan de pokergoden geofferd want dit zou één, zo niet DE, beste tafel ooit zijn waar ik ooit aan had mogen plaats nemen. Aan alle voorwaarden werd ruimschoots voldaan: spelers die niet erg goed zijn: check. Die ook nog diepe zakken hebben: double check. Die meer geven om gokken dan statistiek: triple check. Eyecandy aan tafel: quadrupel check met Percy erbij. De pest was alleen dat het NIET twee weken eerder plaatsvond en ik ondertussen wel wat verschuldigd was aan de Uncles, al was het alleen maar om hun morele support in Macau. Ik liet geen handen tegen ze lopen of opzettelijk verliezen maar schuldig voelde ik me af en toe wel.

Ondertussen stoomde de game gewoon door en met het nodige geluk tikte ik de $200k aan om vervolgens in gestaag tempo terug te zakken naar $150k. Wel begon ik mij steeds meer te ergeren aan Billy wiens stack tot ruim $250k was gegroeid. Ondanks de enorme plus waarop hij stond liet hij geen mogelijkheid na om te klagen over alles en nog wat. Alsof dat niet irritant genoeg was deed hij dat ook nog eens op een vreselijk betweterige manier. Om te kotsen gewoon. Het kostte me serieus moeite om er niets van te zeggen maar ik herinnerde mij de woorden van Uncle John: dat Bill een kort lontje heeft. Heibel maken in zijn territorium leek me dan ook niet het aller slimste wat ik kon doen. Het engeltje kon trots op me zijn – wat ze natuurlijk niet was maar dat terzijde.

Gelukkig zat ik naast Uncle John zodat ik met zijn hand mee kon kijken als ik weer eens gepast had en daarmee een beetje meer afleiding had. Had ik beter niet kunnen doen want het deed af en toe gewoon pijn aan mijn ogen. Het was een klein wonder dat die man nog ongeveer zijn beginstack voor zich had. Zo’n twee uur nadat ik was zitten kwam een nieuwe dealster en jawel, Percy had concurrentie wat uiterlijk betreft! Slank figuur met sprekende ogen en zoals bij de meeste Aziatische vrouwen natuurlijk geen volle cup maar dat mocht de pret niet drukken. Mooi, nog meer afleiding zodat ik me wellicht minder aan Billy ging ergeren maar ik moest er wel voor zorgen dat ik niet té veel afgeleid werd. Schoorsteen moest wel roken natuurlijk hoewel de ketting rokende mannen aan tafel voor meer dan genoeg rook zorgden. Ook deze dealster was meer dan adequaat en duidelijk geen amateur in de wereld der kaarten delen. Dat had Billy dan wel goed voor elkaar gekregen, zoveel moest ik toch toegeven.

Behalve dat ik dat moest toegeven had ik nog steeds geen hoogte gekregen over het niveau waarop Billy speelde. Hij kon in ieder geval handen wegleggen ondanks dat hij in enkele van die gevallen toch flink had geïnvesteerd wat op zich een teken is dat die zich niet blind staart op de pot alleen. Helaas waren weinig van zijn handen naar een showdown gegaan (showdown is een situatie waar de kaarten opengaan, doorgaans op het einde en/of bij een all-in van één of meerdere spelers) dus heel veel informatie had ik niet. Tot er toch wel een heel bijzondere hand voorbij kwam.

Zelf was ik niet betrokken bij die hand maar ik kon meekijken met Uncle John die twee rode koningen vond en een raise had geplaatst naar $600. Twee mannen, waaronder natuurlijk Uncle Ngau die inmiddels al behoorlijk in het rood stond, betaalden die raise. Billy draaide zijn hoofd naar Uncle John, leek even naar de kaarten van Uncle John te kijken voordat hij er $2.5k van maakte. Snel lapte Uncle John de $1.9k bij wat blijkbaar teveel was voor de overige twee en zodoende gingen Billy en Uncle John heads up naar de flop die K-J-4 liet zien. Bingo voor Uncle John! Voor het eerst vandaag zag ik iets van een grimas op het gezicht van Billy en hij tikte met zijn vingers op tafel wat een check betekende. Uncle John pakte een aantal chips en maakte een stapeltje van uiteindelijk $3k en schoof het naar het midden en dat vond ik wel een mooi bedrag, niet te groot en niet te klein. Uit het niets gooide Billy zijn hand naar de dealster die net op dat moment haar hand had uitgestoken om de bet van Uncle John wat dichter bij de pot te schuiven. Billy’s kaarten schoten daardoor net tegen haar hand aan waardoor de twee kaarten open op tafel landden. Een aas. En nog een aas.

What…..the….f***. Ik geloofde mijn ogen niet. Gooide die gast nou echt twee azen weg op deze board? Er waren echt maar een aantal handen die op dat moment beter zouden zijn: KK, JJ, 44 en KJ. Niets van de actie in die hand gaf aanleiding om te denken dat Uncle John juist deze sterke handen zou hebben. Hij zou exact hetzelfde gespeeld hebben met AK, KQ en dergelijke om maar te zwijgen van eventuele bluf pogingen. Ik was niet de enige die compleet flabbergasted was, iedereen aan tafel keek op dezelfde manier naar de kaarten die nu open lagen. Zeker weten dat hij een set (set = drie dezelfde kaarten waarvan je er zelf twee in je hand hebt zoals nu Uncle John had) heeft zegt Billy kwaad maar Uncle John was geenszins van plan zijn hand te laten zien. “Show one, show all” zei Billy en daar had hij wel een punt. Ondanks dat ik niet in de hand zat had ik wel de kaarten van Uncle John gezien en in de meeste casino’s is dan de regel dat de overige spelers na afloop ook dezelfde kaarten mogen zien. Dit is om er voor te zorgen dat iedereen dezelfde informatie heeft.

We zaten dan niet in een casino, Uncle John was meer dan mans genoeg om te weten dat het open gooien van zijn kaarten het enige juiste was om te doen. Hij draaide zijn koningen open en niet alleen de koningen gingen open, monden van de andere spelers deden hetzelfde. “Ge-ni-aal” zei Uncle Ngau en daarin had hij nog gelijk ook. Wauw, wat een fold van Billy dacht ik bij mezelf. Hoe had hij dit aan kunnen voelen?

The Uncles, the saga continues - deel VIII

Door Chief op maandag 23 januari 2017 02:02 - Reacties (27)
Categorie: -, Views: 2.334

Na een behoorlijk omweg - domweg compleet naar de verkeerde plek gegaan - zijn we dan eindelijk aangekomen bij de pokergame die plaatsvond in een karaokebar in Mong Kok. Voordat we aan tafel gingen trok Uncle John mij even bij zich

Uncle John boog zich een beetje voorover en automatisch volgde ik zijn voorbeeld. Deze toko werd gerund door een vrij grote jongen in de Triade. Helemaal geen slechte vent maar wel van het type dat eerst schiet en dan vragen stelt. Hij was er zelf natuurlijk bijna nooit maar die man aan tafel met dat petje, en hij knikte even met zijn hoofd richting de pokertafel, was zijn jongere broer genaamd Bill. Ik keek even richting de tafel en keek naar een jonge vent met een pet op. Aangezien hij de enige was met een hoofddeksel op moest hij dat wel zijn. Die jongen was gek op poker en gebruikte deze karaokebar, met toestemming van zijn broer, als zijn persoonlijke pokerroom. Volgens Uncle John vond zijn broer het prima: hoe minder Bill op straat was, hoe minder problemen hij kon veroorzaken. Bill stond er namelijk om bekend een nogal kort lontje te hebben. Geweldig dacht ik, net wat ik nodig had na het gezeik met meneer Baccarat van vorige week. Zijn gezicht had een voor Chinezen on-karakteristieke haviksneus. De groteske zonnebril op die neus verborgen zijn ogen maar zo op het eerste oog leek het er al op dat ik niet de grootste vrienden met hem zou worden.

Uncle Ngau kwam ons even vergezellen met de boodschap dat er nog één plekje aan tafel was. Ik vond het niet erg om te wachten maar daar dacht Uncle John anders over en dus nam ik het laatste plekje aan tafel. Ik ging zitten en de dealster keek mij vragend aan. Blinds zijn $100-$200, geen cap werd mij verteld door Uncle Ngau. Ik pakte $30k uit mijn zak voor de eerste bullet en gaf deze aan de dealster die op een vrij professionele manier het gewenste bedrag uit de chiptray voor haar pakte en naar me toe schoof. Ik wacht even een hand liet ik haar weten. Ze knikte en voor ik het wist schoten de kaarten met een akelige precisie over de tafel naar de spelers. Het zou me hoogst verbazen als zij niet een professionele dealster in Macau was en dit deed als bijbaan.

Terwijl het spel bezig was keek ik eens goed rond en verdomd, een bekend gezicht! Percy (zie deel I van de eerste Uncles serie) zat ook aan tafel en met een knipoog liet ze me weten dat ze me had gezien. Raar dat ik haar niet had gezien. Voor haar had ze een behoorlijke stack en ik wist genoeg: aan actie zou deze tafel geen gebrek hebben. Daarnaast is het verre van straf om naar Percy te kijken dus het visuele aspect was dik in orde. Naast haar zat Uncle Ngau, de ouwe snoeperd, en ik wist zeker dat hij net zo lang van plek was gewisseld tot hij naast haar zat. Kon het hem niet kwalijk nemen want als ik niet getrouwd zou zijn dan zou ik ongetwijfeld het zelfde gedaan hebben. Naast Uncle Ngau zat Billy. Hij leek mij ergens in de midden twintig maar ondanks zijn jonge leeftijd had hij een vrij gebogen nek. Misschien te vaak over een lijntje coke gehangen? Just a guess. De stack die hij voor zich had was gigantisch, minstens $150k als ik mij niet vergiste en daarmee veruit de grootste stack aan tafel.

De tafel werd verder gecompleteerd door vijf mannen ergens tussen de 40 en 50 zodat we met z’n negenen toch comfortabel aan tafel zaten. Percy en Uncle Ngau kende ik natuurlijk wel maar de andere zes spelers waren volstrekt onbekenden voor mij. De game was al even gaande en de actie was goed. Erg goed. De spelers hadden stilzwijgend een afspraak gemaakt om te “straddelen”. Een straddle is een blinde inzet (dus voor dat de speler zijn kaarten heeft gezien) door de speler links van de grote blind en moet twee keer zo groot zijn als van de grote blind. Deze straddle neemt dan de optie van de grote blind, dat wil zeggen dat de straddle de optie heeft om preflop te raisen als niemand anders dat al gedaan heeft. De blinden worden dan in dit geval $100-$200-$400 en zo’n straddle geeft iedere game meer actie.

Niet iedere casino staat een straddle toe, andere casino’s staan zelfs meerdere straddles toe. Ik heb games meegemaakt waar de hele tafel straddled en dan kan je nagaan hoeveel geld er al in de pot ligt voordat er ook maar een kaart gedeeld was en dat gaf idiote games. We zaten hier niet in een casino dus hier golden gewoon de huisregels, wat die ook mochten zijn, maar ik nam aan dat een re-straddle gewoon mocht. Om een beetje het imago van een gokker te verkopen besloot ik dat ook te doen en dus toen de speler rechts van mij zijn straddle van $400 plaatste schoof ik zonder een woord te zeggen $800 naar voren. Zonder op- of om te kijken begon de dealster de kaarten naar de spelers te schuiven dus blijkbaar was het ok. De spelers, inclusief Uncle Ngau pasten tot aan Percy die er $2k van maakte. Billy betaalde de $2k en na het zien van 6h-7h paste ik de $1.2k bij zodat we met z’n drieën naar de flop gingen.

De flop was haast perfect met A-6-7 voor mijn bottom two pair. Percy bette $4k en Billy ging uit de weg. Percy kon van alles hebben maar ik hoopte op een dikke aas, AK, AQ of misschien wel AJ. Handen als A6 of A7 zag ik haar niet zo spelen (raise preflop) en de kans op 66 en 77 was erg klein aangezien ik de overige 6 en 7 had. Als ze AA had, well, I’m f***ed. Ik wilde haar nog niet afschrikken dus ik call in plaats te raisen. De turn bracht een T en ditmaal bette Percy $7k in de pot. Hmmmm. Misschien toch AT in haar hand? Hoewel, als ze AQ, AK in haar hand had dan zou ze hetzelfde gedaan hebben. Tjah, ship it dus en en ik schuif all-in. Percy instacalled. Oops!

Ik liet mijn 67 zien en zij was zo sportief om haar hand open te draaien en ze liet netjes AK zien. Mooi! Ik hoefde alleen maar de A, K en T te ontwijken en de dealer bracht de verlossende 5 op de river. Bag it and tag it. Nice hand zegt Percy met een glimlach. Menig man kon een voorbeeld nemen aan de manier waarop ze haar verlies nam. Ze had nog dik $60k voor haar neus maar haalde toch nog maar eens $50k uit haar designer tasje. Blijkbaar wilden mannen niet alleen haar lichaam maar ook haar centen en topten ook op. Ha! Ze verwachtten dikke actie en dus was mijn verkooptruc al geslaagd. Billy schoof zijn zonnebril iets naar beneden en hij keek mij bedenkelijk, zelfs een beetje minachtend aan met zijn kleine spleetoogjes. Zijn neus behoorde dan niet aan de standaard package voor Chinezen maar zijn ogen des te meer.

De game ging verder en de re-straddle van mij werd enthousiast gekopieerd door de andere spelers en de game werd behoorlijk opgeblazen. Ik dubbelde nog een keer via Uncle Ngau – aan tafel heb je eenmaal geen vrienden - tot ruim boven de $100k maar Billy deed daar nog een schepje op. Het zat hem niet tegen en al snel zat hij op een stack meer dan dubbel zo groot dan die van mij. Ondanks dat was het maar een zuur mannetje die zo ongeveer bij iedere hand die hij niet won, ongeacht of hij in de hand zat of niet, zat te zeiken. Dat irriteerde aardig, zeker omdat meneer veruit het meest in de plus stond. Ondertussen regende het pijpenstelen. Niet met water maar met reloads. Na een uurtje of anderhalf hield de man links van mij het voor gezien en dus kon Uncle John plaatsnemen naast mij. Hij liet er geen gras over groeien want uit zijn welbekende schoudertas – inderdaad, dezelfde als die hij meehad naar Macau in de week ervoor – haalde hij $200k in twee bundeltjes. Buckle up your seatbelts! Mijn stack bleef stabiel rond de $130k maar een potentieel probleem was dat ik nog maar $70k in mijn broekzakken had. Komt tijd, komt raad dus laten we even niet uitgaan van een scenario voordat die zich voordoet. Vol goede moed begon ik aan de volgende hand, nu met Uncle John aan tafel.

The Uncles, the saga continues - deel VII

Door Chief op maandag 16 januari 2017 04:12 - Reacties (23)
Categorie: -, Views: 1.981

Met Uncle John was ik een appartement binnengestapt op zoek naar Uncle Ngau en de pokergame. Geen van beiden hadden we gezien bij het betreden van het appartement en we waren het keukentje binnen gelopen. Wat ik daarna zag lezen jullier hieronder

In de keuken zie ik niets anders dan een koelkast en iets wat door het leven zou moeten gaan als een fornuis maar eerder een stuk metaal van des schroothoop leek. De vraagtekens in mijn hoofd nemen toe in aantal en omvang tot de man naar een groot gordijn liep wat aan een muur hing. Hij schoof het opzij en………tadaa…….een deur! Facepalm moment want dit had ik kunnen weten… Verborgen deuren had ik al vaker gezien, zij het niet in een appartement. De man bonkte twee keer op de deur waarna ik wat geklik van openende sloten hoor en als de deur open gaat komt er een lawine aan geluiden op ons af. Ik hoor duidelijk het geluid van dobbelstenen in een mal, het getik van Pai Gow stenen en luide krachttermen van gokkers. De geluiden worden bevestigd door wat ik zie: speeltafels met daaromheen mannen en vrouwen. Pai Gow, Sic Bo en baccarat als ik het zo snel bekijk maar daar verbaas ik me niet om. Nee, het is de ruimte die mij compleet verrast.

Dit grensde bijna aan het geniale. Naast de woning waar wij binnen waren gekomen hadden ze twee aangrenzende appartementen helemaal kaal gestript. Niet dat dat veel werk was, kwestie van een paar dunne muurtjes en keukens eruit. Alle wanden waren bedekt met isolatiemateriaal, zelfs over de voordeuren van die appartementjes en de ramen heen. Dat verklaarde waarom ik niets van het lawaai had gehoord toen we er langs liepen. Aan het plafond hing een wirwar van buizen die denk ik voor de luchtafvoer moeten zorgen maar desondanks was de rook minimaal een aantal centimeters dik. Ik kon de sigaretten in mijn zak houden want in deze lucht zou ik een veelvoud van de dagelijks benodigde hoeveelheid binnen krijgen.

Enkele dozijnen mannen en vrouwen stonden op deze vroege middag al aan de tafels hun fortuin te zoeken of te verkwisten en de bankbiljetten vlogen over de tafels, vergezeld van de nodige vloekwoorden. We waren echter op een klein maar niet onbelangrijk probleem gestuit: nergens zag ik een pokertafel, laat staan dat we Uncle Ngau ergens zagen en ondanks de dikke rook kon ik toch echt de hele ruimte overzien. Uncle John duwde mij weer zachtjes richting de deur en ik verwelkomde de frisse lucht meer dan ooit toen we weer in het eerste appartement stonden. Weer was het stil op de TV na die op een of andere lokale talkshow stond. Enkele seconden na ons ging de deur weer open en kwam het lawaai weer op je af en zodra die deur weer dicht was verdween het lawaai weer. Bizar hoe goed ze het geïsoleerd hadden, Ze hadden wellicht de luchtafvoer niet onder de knie maar je kon er volgens mij een concert houden zonder dat de buren in de gaten hadden.

Uncle John pakte zijn telefoon, zette die op de speaker en belde Uncle Ngau die al vlot oppakte. Waar hij in hemelsnaam zat. Hoezo, vroeg hij. Nou, we stonden in die toko in Kwun Tong en…… We werden door Uncle Ngau onderbroken met een bulderende lach. Dat was de oude toko, we moesten in Mong Kok zijn. Een diepe zucht van Uncle John en met het juiste adres van Uncle Ngau gingen we op weg. Godzijdank hoefden we niet in dat rokershol te blijven. Weer liepen we over de galerij en ik luisterde deze keer heel goed of ik iets kon horen maar nog steeds leek het muisstil in de appartementen waarvan ik wist dat het volstond met gokverslaafden. Toegegeven, dat hadden ze toch knap gedaan. Ik kon me niet voorstellen dat de buren van niets wisten maar het leek me sterk dat ze het zouden toegeven. De Triade boezemde nog steeds angst in.

Bij de auto aangekomen keek ik Uncle John half smekend aan die mijn stille vraag begreep en hij liep naar de passagierskant. Mong Kok was niet ver maar ik mocht tenminste weer plaatsnemen achter het stuur. Misschien voor de laatste keer, wie weet. Mong Kok is één van de drukste plekken van Hong Kong en in dat gebied is autorijden een beetje als het spelletje Frogs voor gevorderden. Taxi’s die op schijnbaar willekeurige plekken mensen laten in- en uitstappen, busjes die dubbel geparkeerd staan om te lossen en niet te vergeten de enorme mensenmassa die schouder aan schouder zich over de stoep en straat verplaatsten. Stapvoets kwamen we aan op de plek van bestemming zonder iets of iemand geraakt te hebben wat ik als een persoonlijke overwinning zag. Bag it. Zet hem maar voor die club neer zei Uncle John en wees naar een groot bord met nog grotere neonletters. Nog voor dat ik de auto volledig stil had gezet kwam er al een jonge vent naar onze auto toegelopen die mijn deur opendeed. Valet parking, uiteraard met de complimenten van de Triade.

Via een korte trap liepen we naar de tweede verdieping waar we een karaokebar binnen liepen. Blijkbaar werden we verwacht want een schaars geklede jongedame kwam al toegesneld om ons te begeleiden. Duidelijk dat dit een karaoke bar was voor clientèle van 18+ waar je vast meer kon huren dan een alleen een karaoke set maar dat geheel terzijde. Door een gang liepen we langs verschillende ruimtes en via wederom een trappetje gingen we een verdieping omhoog waar ik meer van hetzelfde zag: een gang met aan weerzijdes kamers die je kon huren om van je eigen gezang te genieten of in mijn geval je trommelvliezen kon beschadigen. Bij een van deze kamers klopte de jongedame zachtjes op de deur en deed langzaam de deur open. Door de deuropening zag ik al het bekende gezicht van Uncle Ngau. Jammer, ik had het niet erg gevonden als we weer op een verkeerde plek terecht waren gekomen, als ik maar weer mocht rijden in de auto van Uncle John.

Toen de deur helemaal open was zag ik een bekend tafereel. Een pokertafel gevuld met mannen en voor hen stapels fiches. Het was een ruime kamer waar zelfs plaats was voor een groot bankstel en een enorme TV die gekoppeld was aan een karaokeset. Als er maar niemand gaat zingen of erger nog, mij dwingt om te gaan zingen dacht ik bij mezelf. Uncle Ngau stak even zijn hand op om te laten zien dat hij ons opgemerkt had maar vestigde zijn aandacht weer snel naar wat er aan de pokertafel gebeurde. De kamer was verrassend licht waardoor de afschuwelijke rode muren nog schreeuweriger leken. Duidelijk dat de ontwerper de opdracht had gekregen om het zo Chinees mogelijk te laten lijken want op een muur was een draak geschilderd en op een ander een Phoenix. Smaken, of gebrek daaraan, verschillen zullen we maar zeggen. Nu ik de pokertafel zag begonnen mijn handen toch te jeuken maar Uncle John gebaarde mij om op de bank te gaan zitten. De jongedame van daarnet vroeg of we iets wilden drinken en na het doorgeven van de twee koffies die wij graag wilden hebben nam Uncle John het woord.

The Uncles, the saga continues - deel VI

Door Chief op maandag 9 januari 2017 01:45 - Reacties (30)
Categorie: -, Views: 2.619

Ik had inmiddels plaatsgenomen in de Aston Martin en stond op het punt om te vertrekken. De zwetende handen hebben het stuur vast. Hoe het verder ging lezen jullie hieronder


De meeste dromen zijn bedrog zong Marco Borsato ooit maar dit was geen droom en ook geen bedrog. Ik zat daadwerkelijk in een Aston Martin en ook nog aan het stuur. There is a God. Ik greep de unieke kans met beide handen aan en wist precies waar ik naar toe wilde: een tunnel om het magische geluid van de brullende motor te horen. Er zijn verschillende tunnels die Hong Kong Island met Kowloon verbinden en de Western Harbour Tunnel is weliswaar de duurste wat betreft tol maar ook veruit het rustigst. Rustig reed ik weg en ik waande me een heuse F1 coureur en ik moest me inhouden om niet continue met de flippers in de weer te zijn. Ook mijn voet had nogal de neiging om spontaan het gaspedaal vol in te trappen. Netjes reed ik met het verkeer mee, over Route 4 richting de tunnel. Het was eigenlijk niet eens zo vreemd om aan de verkeerde kant te rijden, ik had verwacht dat ik beter zou op moeten letten maar het ging eigenlijk vanzelf. Gelukkig kennen ze in Hong Kong geen of in ieder geval nauwelijks rotondes want dat had misschien nog wel voor problemen gezorgd.

Alles voelde heerlijk aan in de auto maar waar ik wachtte tot ik dit beestje eens vol op de staart kon trappen om het enorme aantal aan paardenkrachten in mijn rug te voelen. Vrij snel kwamen we aan bij de tunnel en dit was het moment waar ik op wachtte. Met een vrij lage toerental in de tweede versnelling reed ik naar de ingang van de tunnel en op het moment dat ik de tunnel inreed hield ik het stuur wat steviger vast. This is it. Vol trapte ik het gas in en wat er toen gebeurde is onbeschrijfelijk. Het geluid van de motor, de enorme duw in je rug, de naald van de snelheidsmeter die als een gek omhoog schiet. Alles klopte. Nog net op tijd laat ik de auto in de 3e versnelling schieten en laat het gas los. Mijn God wat was dat heerlijk. Het duurde misschien één of twee seconden maar man, dit was te gek!!

Wetende dat er in de tunnel vaste snelheidscamera’s staan houd ik me met moeite aan de maximum snelheid maar ik kijk Uncle John aan die glimlachend vooruit kijkt. Na de tolheffing is de weg drie of vier banen breed. Nu of nooit dacht ik. Boetes zijn voor mij zeg ik tegen Uncle John en zonder zijn antwoord af te wachten gaat het gaspedaal naar de bodem. 50, 100, 150 en voor ik het weet passeert de naald op de snelheidsmeter de 200. Ik schiet het weinige verkeer links en rechts voorbij en de adrenaline giert door mijn lijf. De auto geeft geen krimp en luistert nauwgezet naar de bewegingen van mijn handen. Het duiveltje zit met zijn handen achter zijn hoofd lekker achteruit. Zonder enige inmenging van hem was ik toch in staat om volledig los te gaan.

Dan vind ik het wel welletjes en laat het gas los om onder de maximum snelheid te komen. Mental note: keihard gaan sparen Chief want dit vind je toch wel erg lekker……!! Uncle John heeft alleen maar stoïcijns voor zich uit gekeken en is dit speelse gedrag natuurlijk wel gewend gezien zijn rijstijl van eerder. Waar moeten we eigenlijk naar toe vraag ik Uncle John. Kwun Tong wordt mij gemeld. Mooi! Dat lag aan de oostkant van Kowloon terwijl wij aan ons aan de westzijde bevonden. Kon ik nog even genieten van al die PKs onder mijn voet. Veel te snel kwamen we aan in Kwun Tong, mede omdat mijn voet zich niet echt kon beheersen, en met instructies van Uncle John zet ik de auto in een parkeergarage. Ik stap uit en met enige pijn in mijn hart doe ik de deur dicht. Zachtjes natuurlijk.

Ik zweef mee met Uncle John die rustig door de straten van Kwun Tong loopt en al snel komen we in een wijk met alleen sociale woningen. Sociale woningen zijn “iets” anders dan in Nederland: het zijn enorme flatgebouwen met vaak honderden appartementen die ieder niet groter zal zijn dan enkele tientallen meters. De modernere hebben eigen toiletten maar de oudere hebben gezamenlijke toiletten. Het gebouw waar wij binnenlopen is van het laatste soort. Door een kleine gang komen we op een enorme binnenplaats, omringd aan alle kanten door flats die één groot geheel vormen. We nemen de lift en in de lift neemt Uncle John het woord. Maak je geen zorgen zegt hij, deze tent wordt gerund door een betrouwbare vent. Ondanks, of misschien juist door, deze woorden begin ik me toch lichtelijk zorgen te maken maar ik wilde me niet laten kennen. Daarbij voelde ik me op een of andere manier wel veilig in de buurt van Uncle John al is dat natuurlijk betrekkelijk.

Via een stokoude lift komen we op de verdieping waar we waarschijnlijk moeten zijn en een aantal deuren verderop klopt Uncle John op de metalen poort voor de deur. Ik hoor voetstappen die bij de deur stil blijven staan. Aan de andere kant wordt waarschijnlijk door het kijkgat gekeken die ik in de deur zie en de deur gaat open. “Hallo Uncle John” hoor ik en de metalen poort wordt ook geopend. Uncle John stapt naar binnen met mij in zijn kielzog. Ik sta in een appartement van misschien 20m2 waar ik op een bankstel voor een TV nog 2 mannen zie zitten. Om te zeggen dat ze er niet geheel koosjer uitzagen is nog zacht uitgedrukt, een van hen heeft zelfs tattoos in zijn hals. Dat moet toch ook pijn gedaan hebben denk ik bij mezelf.

Ik kijk nog eens heel goed rond maar behalve de TV, bank, wat stoelen en de in totaal drie mannen zie ik niets anders. Geen pokertafel in ieder geval en ik begin me af te vragen waar we zijn belandt. De man die de deur opende loopt naar de keuken en Uncle John volgt hem zonder iets vragen en knikt met zijn hoofd naar mij op hem te volgen. Iets zei me dat we geen kookcursus zouden volgen maar wat we dan zouden gaan doen in de keuken was mij een groot raadsel.

The Uncles, the saga continues - deel V

Door Chief op maandag 2 januari 2017 01:04 - Reacties (25)
Categorie: -, Views: 1.880

In het inmiddels leeggelopen One Harbour Road had ik ademloos geluisterd naar Uncle John, een ex Dai Lo voor zover je afstand kan nemen van de Triade. het verhaal werd ruw verstoord door het overgaan van de mobiel van Uncle John

Uncle John stapte weer even van tafel om het telefoontje van Uncle Ngau aan te nemen. Aunt Mai zuchtte. Hoe zeer haar man ook probeerde om los te komen van de Triade, helemaal los kwam hij nooit. Niet alleen door zijn verleden als actief lid maar ook omdat er in de normale maatschappij bijna geen ontsnappen aan was. De Triades hadden bijna overal hun vinger wel in de pap, zelfs in de pap die politiek heet. Daarnaast was er nog een heel groot voordeel voor de Triade dat Uncle John niet meer actief was: hij was de ideale vredestichter. Hij kende vrijwel iedereen die er toe deed, kende de regels, genoot nog volop respect en misschien wel het belangrijkste: hij was niet meer actief en dus als neutraal gezien. Het kwam dan ook regelmatig voor dat hij gevraagd werd om voor scheidsrechter te spelen als er heibel was.

Met tegenzin trad Uncle John dan op, al was het maar om bloedvergieten te minimaliseren. Hoewel Aunt het wel begreep was ze er natuurlijk niet blij mee en dat begreep ik dan op mijn beurt ook wel. Wat ik niet begreep was dat Uncle John dat deed ondanks zijn rancune. Ik bedoel, voor hetzelfde geld beschermde hij zonder het te weten de dader die achter de dood van hun kind zat. Dat leek mij een onmogelijke gedachte. Aunt Mai glimlachte waardoor ik weer even smolt. Natuurlijk had Uncle John, en ook zijzelf, die gedachte gehad maar haatgevoelens consumeren je. Vreten je op. Daarnaast was Uncle John in het verleden ook niet het liefste jongetje van de klas geweest. Karma.

Voordat ik daar in detail op in kon gaan kwam Uncle John teruggelopen. Of we volgens Uncle Ngau als een paar theetantes bleven zitten of dat we alsnog een potje kwamen kaarten. Volop actie volgens hem en de tafel raakte al snel vol. Al moest ik een jurk aan en lippenstift op en als theetante verder door het leven gaan om verder te kunnen gaan met het huidige gesprek, ik had het er grif voor over. Aunt Mai dacht daar echter anders over toen ze op haar horloge keek. “Veel plezier mannen, tijd voor mijn afspraak bij de kapper”. Sorry hoor maar je haar zit perfect dacht ik heel stilletjes bij mezelf. Uncle John wenkt de bediende die al in de startblokken stond om ons de rekening te presenteren. Waarschijnlijk had ze haar pauze door ons gemist. Vergeefs probeerde ik de rekening te pakken te krijgen maar dat was een kansloze missie. Mental note: hier moest ik iets tegen verzinnen.

De twee tortelduifjes namen innig afscheid van elkaar terwijl ik zowel jaloers als bewonderingswaardig toekeek waarna Aunt Mai me op het hart drukte om eens te komen eten bij hun thuis. Zeker als mijn vrouw was gearriveerd. Dat hoefde ze geen twee keer te vragen en het liefst had ik gezegd dat ik die avond nog wel zou langskomen, zou koken en zou afwassen maar die behoefte kon ik nog net, met moeite, onderdrukken. Nadat ik beleefd haar uitnodiging had aangenomen met de verzekering dat ik vrouwlief ook zeker een keer mee zou nemen schudde ik haar hand en ze stapte in de auto die hun chauffeur had voorgereden. Ik bleef stil terwijl we aan het wachten waren op de auto van Uncle John. “Luister” zei Uncle John. Hij begreep het als ik omwille van zijn connecties met de Triades afstand wilde bewaren. Nu was het mijn beurt om zonder na te denken een brede glimlach op mijn gezicht te toveren. Of ik nog steeds in zijn auto mocht rijden vroeg ik met een grijns en die grijns werd met een zo mogelijk grotere grijns begroet.

De Aston Martin werd voorgereden en zelfverzekerd stapte ik die Goddelijke wagen in. Natuurlijk kwam de gedachte in mij op om meteen weg te rennen tijdens het verhaal van Uncle John. Ik bedoel, komop! Hij was niet één of andere low-life gangster maar een volwaardige Dai Lo met de bijbehorende status. Zelfs nu nog was hij, zij het vreedzaam, betrokken bij de onderwereld. Daarnaast, ieder woord over dat hij niet meer actief was kon ook makkelijk gelogen zijn maar dat geloofde ik niet. Nee, iemand die zo openhartig over het verlies van hun kind sprak met zoveel pijn in zijn ogen kon onmogelijk het volgende ogenblik zonder blikken of blozen iemand zo in de maling nemen zonder een complete maniak te zijn en dat was Uncle John zeker niet. Iedereen had een verleden dacht ik bij mezelf en dacht aan mijn vader met al zijn gebreken. Misschien was het daarom wel dat ik Uncle John vertrouwde, vanwege zijn verleden en gebreken en daarmee de gelijkenis met mijn vader. Hoe dan ook, ik was geenszins van plan om zomaar vaarwel te zeggen tegen deze man die ik nog niet zo lang kende maar dus wel vertrouwde. Wellicht naïviteit. Mijn engeltje zuchtte weerloos.

De motor draaide stationair. Met de hulp van Uncle John stelde ik de stoel wat naar achter en zette de spiegels goed. Ik zag en voelde geen koppelingspedaal dus ik nam aan dat dit een automaat was. Uncle John drukte echter op een knopje op de console. “Nu mag je schakelen met de flippers” zei hij nog breed glimlachend. Ik zag de “N” op de middenconsole. Ik kon nog terug zei het Engeltje maar het was te laat. Mijn handen voelden aan het stuur en vanaf dat moment vergat ik alles. Vergat ik dat ik geen lokaal rijbewijs had, vergat ik dat ik nog nooit een auto had bestuurd met het stuur aan de rechterkant en vergat ik dat dit een auto was die ik zelfs op afbetaling mij niet kon veroorloven. Ik vergat zelfs even vrouwlief die ik heel wat uit te leggen had als dit mis ging. You only live once.

Ik trek zachtjes de rechterflipper aan het stuur naar me toe en de “1” verscheen op het dashboard. De auto bewoog langzaam uit zichzelf zoals een volautomatische versnellingsbak. Ik trap op de rem en kijk Uncle John aan. Waarheen vraag ik hem. Dat komt wel zei hij en hij draaide zijn gezicht met het blik naar buiten.