Uncles - deel IV

Door Chief op vrijdag 30 september 2016 08:28 - Reacties (26)
Categorie: -, Views: 2.003

Met mijn paspoort in mijn broekzak gingen we op weer op weg en nu naar een plek die ik wel kende: Shun Tak Centre, één van de plekken in Hong Kong waar de ferry’s van en naar Macau aanmeren. Vond het bijna jammer dat het niet weer een complete verrassing werd maar dat zou was ook wel erg hebberig van mij. Afijn, op naar de ferry rit van een kleine drie kwartier. Had ik mooi de tijd om datgene wat ik vandaag had meegemaakt te laten bezinken. Het engeltje zakte ook maar even onderuit. Het was voor haar tenslotte ook een loodzware dag geweest en tot zover had ze me van ongelukken kunnen behoeden.

Ik volg Uncle John in een straf tempo door het gebouw en we lopen voorbij de ticketing boots voor de bootkaartjes. We lopen in een onveranderd tempo door en ik tik Uncle John even aan: ik had nog geen kaartje. Die hadden we volgens hem ook niet nodig en lopen gewoon door. Het lichtje begon te dagen en het engeltje begon lichtelijk ongerust te worden. Mijn vermoedens leken te kloppen toen ik zag waar we naar toe liepen: Sky Shuttle. Sommigen van jullie hadden het in voorgaande blog al geraden maar we gingen inderdaad per helikopter naar Macau! Nou wist ik dat een ticket geen nosebleed bedragen kostte, maar toch: ¤400-¤500 per persoon versus nog geen ¤15 voor de ferry. You only live once!! riep het duiveltje terwijl die zijn vliegbril opzette. Die had makkelijk lullen, hij zou er niet voor betalen. Bij de ingang stonden de andere Uncles al ongeduldig te wachten en ik was het met het duiveltje eens: F***it, ik leefde tenslotte meer één keer. Wat papierwerk later zat ik in de helikopter met de Uncles die dit duidelijk vaker hadden gedaan. Verdorie, ik had nog niet eens de lounge fatsoenlijk bekeken.

Ik had wel eens een helikopter tour over Las Vegas gemaakt maar dit was op een andere manier gaaf. Terwijl je in Vegas blind wordt van alle lichten was het pikdonker en vlogen we ook nog eens over het water. Her en der zag je de boten over het water, een ferry waar ik dacht plaats in te nemen die op het water leek te stuiteren en lichtjes op de eilanden. Ik vond het best speciaal. Helaas kwamen we in minder dan een kwartier aan in Macau. Stempel in de paspoort en hup, richting de taxi. Mispoes. Nou ja, niet helemaal mis. We gingen inderdaad met de auto maar in plaats van een taxi werden we opgehaald door een limousine. Ik liet me even in mijn armen knijpen door het engeltje terwijl het duiveltje triomfantelijk keek. Nee, ik droomde echt niet en als dit een droom was: maak me alsjeblieft niet wakker!

In de limo vroeg ik Uncle John een beetje ongemakkelijk wat mijn deel was van de helikoptervlucht. Hij wuifde het met een lach weg. De vlucht was aangeboden door het casino en kostten hen geen cent. Ik probeerde mijn kaak van de vloer op te rapen want ik had hier te maken met serieuze highrollers. In Las Vegas werd ik ook wel eens ‘gecomped’ maar ik wist dat je in Macau vele malen meer omzet moest generen om hetzelfde te krijgen in Las Vegas. Wat er ook zou gebeuren dacht ik bij mezelf, ik ga van iedere minuut genieten. Het engeltje gooide daarop haar loket dicht. Hopelijk niet voorgoed.

Niet veel later draaiden we de oprit van de Wynn op. Hoewel ik zelf liever in de Venetian speelde had ik ook een enkele keer in de Wynn gespeeld. Geen verkeerde plek. Het was inmiddels al na achten en mijn maag rommelde nog steeds. Gelukkig hielden de Uncles hun woord en namen ze mij mee uit eten. Ondanks dat we uiteraard waren gekomen om te kaarten namen de Uncles uitgebreid de tijd en daar was ik ze dankbaar voor. Ik had al het een en ander meegemaakt in mijn leven maar deze rollercoaster ging wel erg hard. Ik kon deze pauze goed gebruiken. Tijdens het eten leerde ik de Uncles weer een beetje beter kennen en zij mij. Ze waren allemaal wel eens in Nederland geweest en vonden het een machtig mooi land. Nauwelijks hoogbouw, hoeren voor de ramen en legaal drugs op iedere straathoek. Ik heb ze niet proberen te verbeteren, laat de mannen ook hun lolletje hebben dacht ik. Deze mannen kenden elkaar al letterlijk decennia maar ik kreeg nooit het gevoel alsof ik een buitenstaander was en vertelde honderduit tussen de happen door.

Met een (over)volle maag en weer extra bagage aan levenslessen togen we naar “the cage”, de kassa’s. Hier kon ik even pinnen want zoveel cash had ik niet bij me. Natuurlijk was ik de enige van het gezelschap die aan de pinautomaat stond, de Uncles tekenden een paar papiertjes en kregen een stapel plakken mee. Die hadden uiteraard kredietlijnen, iets wat alleen voor de serieuze VIP speler weggelegd is in Macau. Daar stak ik toch behoorlijk schril tegen af. David versus Goliath, wel vier Goliaths. Met de plakken in de handen van de Uncles en de chips in mijn broekzak liepen we door het casino. Ik veronderstelde dat we naar de pokerroom zouden gaan want de heren hadden vandaag natuurlijk een waardevolle les *kuch* in dit edele spel gehad die ze ongetwijfeld in de praktijk wilden toepassen. Dat zou ook gebeuren maar de Uncles wilden graag eerst even naar de Baccarat tafel. Een spel die ik wel eens had bekeken maar weinig van begreep. Wat ik er van begreep is dat er twee handen tegen elkaar spelen, de “bank” en “player”, en de hand die het dichtst bij negen punten komt wint. Veel meer dan dat wist ik er niet van maar daar zou snel genoeg verandering in komen.

Uncles - deel III

Door Chief op woensdag 28 september 2016 08:55 - Reacties (43)
Categorie: -, Views: 2.257

Naast de sigarettenrook werd ik begroet door bekende gezichten, de ander drie Uncles waarmee ik kennis had gemaakt. In het zonlicht leken ze tientallen jaren jonger dan ik mij herinnerde van een week geleden. Ze hadden er duidelijk zin in, gebarend dat we snel moesten gaan zitten aan de prachtige ronde kaarttafel die bedekt was met kaarten, fiches en ondanks dat het pas middag was mocht de fles XO natuurlijk niet ontbreken. Je kon niet anders dan verliefd worden op deze oude mannen. Like taking candy from a baby! dacht het duiveltje maar helaas voor hem was ik hier om het spelletje zo goed mogelijk uit te leggen en niet om de zakken van de Uncles leeg te trekken. Daarop verloor het duiveltje alle interesse en had het engeltje vrij spel. Dat was maar goed ook.

De regels van het spelletje snapten de heren natuurlijk wel maar engelen geduld of niet, ik had al vrij snel door dat dit ik aan een behoorlijk kansloze missie was begonnen. Het hielp natuurlijk ook niet dat de heren nauwelijks Engels spraken en mijn Cantonees voor dagelijks gebruik wel voldoende was, heel veel termen kende ik niet in de enige taal die we gemeen hadden. Probeer dan maar eens kansberekening uit te leggen. Zelfs toen ik het met pijn en moeite had uitgelegd bleek het dus vergeefse moeite. Voor deze heren maakte het namelijk niet uit dat ze maar bijvoorbeeld minder dan 3% kans hadden op het winnen van de hand. Zolang die kans groter was dan nul was er dus kans! Ondanks dat het soms aanvoelde alsof ik met gebarentaal iets wilde uitleggen aan blinden genoot ik met volle teugen want mijn God, wat was dit een heerlijk kleurrijk kwartet. Vrijwel iedere minuut rolde er wel een lachsalvo de kamer door, de ene nog harder dan de ander en meer dan eens door mijn gebrekkige verstand van de taal. Tussen het lachen door leerden we elkaar ook beter kennen.

Zo was hun afkomst vergelijkbaar met die van mijn ouders: geboren in China rond dezelfde tijd, gepensioneerd, nauwelijks geschoold maar op hun eigen manier zeer succesvol in wat ze deden al was duidelijk dat mijn ouders het financieel af moesten leggen tegen deze heren wat absoluut geen schande is. Ondanks dat ik een straatlengte onder hen op de financiële ladder stond voelde ik me ontzettend op mijn gemak en dan kwam met name door Uncle John. Ondanks de gemene deler met de andere drie was Uncle John anders. Hij toonde de meeste discipline maar straalde ook iets anders uit. Rust. Alertheid. Een soort van verfijning die ik niet op een andere manier kan verwoorden. Het voelde vertrouwd aan voor mij en ik denk dat ik hem zelfs mijn leven zou toevertrouwd hebben op dat moment wat natuurlijk mijn engeltje deed paniekeren.

Na enkele uren wilden de Uncles wel eens zien of ik ook woord bij daad kon voegen. Kon ik net zo kaarten als praten wilden ze weten en dus werd er geopperd om ‘voor het echie’ te spelen. Duiveltje tuimelde uit de bank en kijkend met dollar tekens in zijn ogen sleep hij al zijn messen. Let’s do this baby! Nou weet ik dondersgoed dat je nog zo goed kan zijn, er blijft een element van kans in het spel zitten die je wel kan minimaliseren maar niet kan vermijden en ik wist 100% zeker dat geld voor de Uncles een heel andere waarde hadden dan voor mij. Het engeltje smeekte me om mijn gezonde verstand te gebruiken en innerlijk worstelde ik bijna letterlijk. Ik wilde natuurlijk ook niet als een watje overkomen, die verdomde trots van mij borrelde steeds verder naar boven. Terwijl ik mijn gedachten maar niet op één lijn kon krijgen kreeg ik redding uit een compleet onverwachte hoek: mijn maag! Ja echt: mijn maag!

Die knorde ineens luid en duidelijk wat getrakteerd werd op daverend gelach. Ondanks dat we ruimschoots voorzien waren van hapjes en drank had ik nauwelijks gegeten, zo druk was ik bezig om de Uncles de elementaire principes van het spelletje uit te leggen. Als dank voor de moeite besloten de Uncles mij mee uit eten te nemen wat ik dankbaar aannam. Hoe meer tijd met deze heren, hoe beter dacht ik bij mezelf. Ondanks het verschil in leeftijd en positie op de financiële ladder voelde ik me nu als een vis in het water. Terwijl ik mij wijselijk stil hield toen de heren overlegden over welk restaurant we onveilig zouden gaan maken dacht Uncle John even na en keek mij vervolgens met pretoogjes aan. “Ligt je paspoort thuis” vroeg hij aan me en ik knikte met een vaag vermoeden wat zijn plan was. Het duiveltje kon zijn geluk niet op toen Uncle John opperde om naar Macau te gaan wat uiteraard werd goedgekeurd door de overige Uncles. Ik denk dat het engeltje op dat moment in staat was haar eigen leven te beëindigen want die wist ook wel dat ik hier nooit nee tegen zou kunnen zeggen.

Voor ik het wist zat ik weer bij Uncle John in de auto op weg naar huis om mijn paspoort te halen. Ondertussen pleegde Uncle John een belletje en wat ik ervan verstond maakte hij een reservering voor vijf personen. Dat kon nooit voor een restaurant in Macau zijn dacht ik bij mezelf aangezien de afgesproken tijd nog geen uur later was. Alleen de ferry trip naar Macau duurde al drie kwartier en we waren nog op weg om mijn paspoort op te halen. Ik dacht er verder niet veel meer over na, ik zat haast verdoofd achter in de auto: Ik was op weg naar Macau met een stel bejaarden die enkele uren geleden nog vreemdelingen waren voor mij. Chill jongen en geniet van het avontuur! zei het duiveltje. Over één ding zou hij gelijk krijgen want een avontuur zou het zeker worden.

Uncles - deel II

Door Chief op maandag 26 september 2016 02:43 - Reacties (28)
Categorie: -, Views: 2.235

Die nacht kon ik de slaap niet vatten. Niets nieuws na een avondje kaarten, de adrenaline moet immers je lichaam nog uit. Dit keer voelt het toch anders aan. Uncle John. Ik kon het niet vergeten. In mijn hoofd bekvechtten mijn beschermengel en duivel voor de zoveelste keer:

Zeg Chief, je denkt toch niet serieus na om die man te bellen hé? Je bent toch zeker niet levensmoe!
Komop zeg, dit is avontuur! Wees eens niet zo een watje en durf te leven!
Ja, leven ja. Bel die man die je nog net van naam kent en het is gedaan met je leven!
Stel je niet aan, wat kan er misgaan? Gaat die ons bijten met zijn kunstgebit in zijn hand? Die man is zo goed als bejaard!

Zo ging het nog even door en zoals bijna altijd legde de beschermengel het af. Ik ben verbaasd dat het engeltje er nog altijd is. Engelen geduld neem ik maar aan.

Rond het middaguur van de volgende dag had ik eindelijk mijn moed bijeengeraapt om Uncle John te bellen. Het nummer stond op het scherm van mijn telefoon maar nog steeds kon ik niet op de “call” knop drukken. Ik wist niet waarom ik zo nerveus was, ik probeerde toch niet een of andere hotemetoot te bereiken? Misschien was het wel mijn beschermengeltje in haar dappere laatste poging. Afijn, eindelijk drukte ik op het toestel en zowaar een beltoon. “Ja?” hoorde ik aan de andere kant. Met een droge mond stelde ik mij voor “Hallo, met Chief. U heeft mij gisteren uw nummer gegeven bij het kaarten”. Binnen enkele minuten hadden we een afspraak in de middag van de volgende zaterdag. Bij Uncle John thuis. Hij vroeg waar ik woonde en stelde toen voor dat hij mij op kwam halen. Hij woonde vrij afgelegen zei hij en niet veel taxi chauffeurs wisten zijn exacte adres te vinden. Dat was dan ook gelijk geregeld.

Die week dacht ik er niet meer over na, behalve dan dat ik vrouwlief over de afspraak had verteld. Ze maande me het nogmaals te overdenken. Terwijl mijn engeltje nog snel Zie je wel! schreeuwde verzekerde ik vrouwlief dat ik voorzichtig zou zijn. Beiden zuchtten. Ruim op tijd stond ik buiten onze flat te wachten op de auto van Uncle John. Ik was natuurlijk vergeten te vragen wat voor auto hij reed zodat ik hem zou kunnen herkennen. Nou ja, dan maar goed door de ramen kijken. Enkele auto’s kwamen voorbij en ik tuurde intens door hun ramen. Ik hoopte dat Uncle John snel zou langskomen. Als ik zo zou blijven turen dan zou er geheid iemand de politie bellen vanwege het zien van een rare starende stalker.

De volgende auto die het terrein opreed was een zwarte Mercedes S. Turen had geen zin, de achterruiten waren geblindeerd. De auto stopte voor mijn neus en het achterraam ging open: een lachende Uncle John. Terwijl mijn duiveltje een zonnebril op zijn kromme neus schoof en Let’s roll baby! riep stapte ik gedwee in. Ik had weliswaar geen verwachtingen maar dit…... Ik ken verschillende leden van de Chinese maffia in Nederland en hun automerk of choice: Mercedes. Alsof ik in een maffiafilm was belandt. Het zweet stond intussen op mijn voorhoofd ondanks dat het behaaglijk koel was in de auto. Uncle John leek mijn nervositeit door te hebben en probeerde me te kalmeren door simpele vragen te stellen over mij. Dat werkte deels en we hadden een aardig gesprek. Intussen reed de chauffeur, ik nam althans aan dat het de chauffeur was, verder en ik probeerde me te oriënteren. We waren net door Central gereden maar dit gedeelte kende ik nog niet. Ah, bordjes met straatnamen! Cotton Tree Drive. Nog nooit van gehoord maar we begonnen heuvelop te rijden.

Heuvelop…. Het begon te dagen. We reden richting the Peak. Voor diegenen die dat niet kennen, dit is het meest felbegeerde stukje rots op een eiland waar vastgoedprijzen sowieso bizar zijn. De allerrijksten hebben hier een lieftallig stekje. Terwijl de weg rollend naar boven ging reden wij de ene na de andere statige villa voorbij. Mijn engeltje voelt zich iets geruster, dit is geen typische liquidatieplek. Terwijl ik Uncle John uitlegde hoe ik in Hong Kong terecht was gekomen begon de auto langzamer te rijden en kwam tot stilstand. Een witte hek opende zich waarna de Mercedes zich weer langzaam in gang zette. Het duiveltje keek vergenoegend naar het engeltje, stak nog maar eens een peuk op en ging languit achterover zitten. Zijn dag kon in ieder geval niet meer stuk.

Mak als een lammetje liep ik achter Uncle John aan die behoorlijk kwiek was voor zijn leeftijd. Speels leek hij het trappetje naar de villa op te huppelen. Ik kon nog steeds mijn ogen niet geloven. Bij de ingang twijfelde ik of ik niet mijn schoenen uit moest doen wat gewoonlijk is bij Chinezen thuis maar Uncle John loopt door de gang en gebaart mij hem te volgen. We kwamen in een prachtige ruimte wat later de huiskamer bleek te zijn. Bijna 180 graden van vrij uitzicht over het eiland wat zich uitstrekte in de zee. Ik was vaker bij miljonairs in huis geweest maar dit was serieus anders. Niet dat het monstrueus groot was maar het uitzicht gecombineerd met een erg stijlvolle inrichting maakte dit tot de mooiste woning die ik ooit had bezocht. Voor minder dan 10 miljoen veranderde deze woning niet van eigenaar. Euro’s, niet HKD. Uncle John keek mij glimlachend aan. Ik checkte snel of mijn mond niet open was gevallen maar dat was gelukkig niet zo. Hij zette zich in een fauteuil en vroeg me naast hem te gaan zitten. Een helper kwam binnen en Uncle John vroeg wat ik wilde drinken. Mijn mond was zo droog als schuurpapier en ik kreeg nauwelijks iets uit mijn mond. “Thee alstublieft” stamelde ik en Uncle John knikte goedkeurend en bestelde hetzelfde.

“Je mag best weten dat ik hier best trots op ben” vertelt Uncle John terwijl hij rond keek. Nog steeds sprakeloos knikte ik. Ja hallo, als ik mij zo’n plek zou kunnen veroorloven dan zou ik het de hele wereld laten weten. Ik zou alle bescheidenheid het raam uitmikken en desnoods naakt op het dak dansen om nog meer aandacht te trekken maar goed, dat was ik en niet Uncle John. Nadat de thee is gebracht vertelt Uncle John dat hij er hard voor heeft moeten werken maar ook meer dan het nodige geluk heeft gehad. No shit zegt het duiveltje terwijl het engeltje facepalmt. Uncle John staat op en slaat de deuren naar de tuin open en ik volg hem. Godskolere, zelfs de lucht rook hier beter dacht ik bij mezelf. Hij draaide zich naar mij en glimlachte. Hij nodigde niet zo snel vreemden uit bij hem thuis lachte hij. Ik was dus klaarblijkelijk niet de enige die principes overboord gooide. Opeens keek hij met een serieuze blik en ik kreeg zowat een hartverzakking van die blik. Hij zei dat hij erop vertrouwde dat ik vertrouwelijk zou omgaan met datgene wat ik zou zien en horen. Hij en zijn vrienden waren geen machtige tycoons, hadden geen vijanden of waardevolle bedrijfsgeheimen. Ik was bijna verontwaardigd door de implicaties en met bijna gekrenkte trots vertelde ik dat discretie geen probleem was voor mij. Hij lachte, sloeg zijn arm over mijn schouder en zei “Ok, kom dan maar mee”. We liepen naar een andere kamer en Uncle John deed de deur open. Een welbekende sigaretenlucht kwam op me af. Het engeltje sloeg haar handen voor haar ogen en ik stapte naar binnen, niet wetende dat dit slechtst het begin was.

Uncles - deel I

Door Chief op maandag 19 september 2016 04:12 - Reacties (18)
Categorie: -, Views: 3.127

De Uncles. Mijn excuses voor de weinig originele naam. Mochten jullie na het lezen van de blog een betere naam kunnen verzinnen, gooi het in de groep! De term “Uncle” is een zeer algemene term in Hong Kong wat vaak gebruikt wordt voor het aanduiden van een mannelijke persoon die ouder is dan jij maar waar je geen familiebanden mee hebt. Dat kan een schoonmaker zijn, de pompbediende of een bekende. In dit geval wil ik het hebben over vier Uncles die ik tijdens het pokeren in Hong Kong heb ontmoet. Waarom deze vier zo memorabel zijn, lees met me mee.

Ik heb het in mijn leven niet vaak meegemaakt maar deze vier heren van gepensioneerde leeftijd creëerden een behoorlijke buzz in de pokerscene want meestal zijn het de jongere hotshots die het toneel bestormen. Tijdens een van de avonden dat ik aan het spelen was hoorde ik uit verschillende bronnen dezelfde verhalen. Een aantal oudere mannen die laat op de avond binnenkwamen en dan meededen. Met schijnbaar bodemloze broekzakken vol $1,000 briefjes en weinig verstand van poker. Sommigen begonnen al te likkebaarden en ik kan het ze niet kwalijk nemen. Voor iedere broodkaarter was dit het dikke beleg op hun boterham. Hoewel ik nu alleen nog recreatief speelde was dat aspect minder belangrijk voor mij maar ik was desalniettemin nieuwsgierig geworden.

Rond middennacht die avond voelde ik ineens een rilling door de ruimte. Alsof je in een Western film speelde. Een scene met een saloon vol sheriffs. De klapdeurtjes gaan open en de camera zoomt in op een kwartet van outlaws, de Uncles. Schitterend. Ik schatte ze ruim in de vijftig wat bij Aziaten betekent dat ze minimaal de zestig gepasseerd waren. Ze zagen er goed verzorgd uit en drie van de vier hadden een duurder model Rolex om hun pols. Stereotyperen was nog nooit zo makkelijk geweest. De Uncles lopen naar de organisator toe en even later komt deze animo polsen voor hogere limieten. De Uncles wilden om grotere bedragen spelen dan wat normaal was in die club. Ik zag verschillende spelers en speelsters twijfelen. Sommigen hadden eerste hands ervaring met deze Uncles, anderen hadden de verhalen gehoord. Allemaal wilden ze het proberen maar de hogere limieten schrok ze toch wat af. Fluisterend overlegden sommigen met elkaar. Percy, een welgestelde prachtige vrouw van begin dertig wil wel spelen. Ze kijkt me aan. Nou had ik mezelf over de jaren een aantal principes aangeleerd. Een daarvan is: speel buiten het casino nooit met een groepje die elkaar kennen en jij de enige nieuwkomer bent. Zeker niet om grote bedragen. Je wilt het risico op een set up gewoonweg niet lopen. Aangezien ik dit verhaal aan het vertellen ben begrijp je wel dat ik dit principe die avond overboard heb gegooid. Daar zijn immers principes voor, nietwaar?

De bedragen waren nou ook weer niet zo groot dat ik me er niet comfortabel bij voelde. Ik had tenslotte om veel grotere bedragen gespeeld. Dat Percy meedeed speelde ook mee. Zij was een speelster die heel makkelijk haar chips de pot in gooide. Ze was niet heel goed maar had meer ballen dan de meeste mannen die daar kwamen. Met haar aan tafel was actie gegarandeerd dus waarom niet dacht ik bij mezelf dus even later begonnen we met z’n zessen te spelen. De verhalen waren niet gelogen. De natte droom voor veel brood kaarters en een leuk zakcentje voor Chief. De volgende avond hetzelfde recept ware het niet dat een jongeman van ergens in de twintig aanschoof. Hij nam het spelletje heel serieus en waarschijnlijk droomde hij om een pokerpro te worden. Hij snapte het spelletje goed, heel goed. Ik probeerde dan ook confrontaties met hem te vermijden. In zijn spelletje zat mijns inziens bijna geen zwakheden maar hij maakte een kapitale fout: hij kon niet entertainen. Hij sprak nauwelijks een woord aan tafel, tenzij een Uncle met het nodige geluk een pot van hem won. Dan liet hij het niet na om te vertellen hoeveel geluk die man had gehad en hoe slecht de Uncle die hand had gespeeld. En dat, dat is een kapitale fout als je met dit soort lui speelt.

Want kijk, denk je dat deze lui warm of koud worden van winst of verlies? Welnee, ze willen gewoon lol hebben. Jou taak is dan ook om die spelers zodanig te entertainen dat ze lachend hun geld achterlaten. Dat ze met een goed gevoel maar een legere zak huiswaarts keren. Voor die taak was ik geboren. Je denkt toch niet dat ik mijn kaartgeld verdiende omdat ik zo goed was? Welnee! Ik won omdat de anderen veel slechter waren. Om dan toch steeds weer uitgenodigd te worden voor die games moet je entertainen. Dat kan op heel veel verschillende manieren, afhankelijk van je publiek. De een wil grapppen horen, de ander wil zijn levensverhaal kwijt aan een luisterend oor. Sommigen willen gewoon actie die je ze dan geeft door side games voor ze te verzinnen. Bijvoorbeeld door extra te gokken of de eerste kaart rood of zwart is. Als er Oscars voor dit soort entertainers zou bestaan.....

Als ik nog een brood kaarter zou zijn dan had ik die jongeman er zeker op aangesproken want het laatste wat je wilt is dat de Uncles zich aan je gaan ergeren en niet meer terugkomen maar ach, ik zat daar ook voor mijn eigen lol. Hoofdschuddend luisterde ik weer naar een tirade van de pokerpro in de dop en zuchtend zocht ik het toilet op en toen ik terug wilde lopen liep ik Uncle John tegen het lijf (natuurlijk wist ik na de eerste avond al hun namen). Of ik niet een keer bij hem thuis wilde komen en zijn vrienden het spelletje kon uitleggen. Ik was met stomheid verslagen. Ze vonden het niet erg om te verliezen maar wilden niet als complete idioten overkomen en het leek hem dat ik het spelletje wel begreep. Daarnaast konden ze wel om me lachen. Ik werd knalrood en wist mij even geen raad. Uncle John zag zijn twijfel en besloot toen zijn telefoonnummer te geven. Ik mocht hem bellen als ik er voor te porren was. Ik sloeg het nummer op in mijn telefoon. Uncle John, 9xxx xxxx.

Minute of fame

Door Chief op dinsdag 13 september 2016 07:01 - Reacties (23)
Categorie: -, Views: 2.776

Zoals ik in een eerdere blog heb verteld zat ik de eerste vijf maanden alleen in Hong Kong nadat mijn wederhelft en ik besloten hadden om daarnaar toe te emigreren. Wat doe je dan met alle vrije tijd die je ineens hebt? Ik kan me voorstellen dat de lezers die getrouwd zijn of een lange relatie hebben nu hun fantasie de vrije loop laten. Neem gerust de tijd, ik zet nog wel een bakkie koffie. Zo, weer terug op aarde? Mooi, dan kan ik vertellen wat ik daadwerkelijk gedaan heb: pokeren. Voor velen wellicht een teleurstelling maar echt, dat is wat ik destijds het meest heb gedaan in de vrije tijd die ik naast het werk had.

Pokeren is een uit de hand gelopen hobby van me en ik acht de kans levensgroot dat als ik vrouwlief niet ontmoet had dat ik nog altijd full time in dat wereldje had gezeten. Het leukste van pokeren vind ik dat je mensen tegenkomt uit alle lagen van de maatschappij met compleet verschillende achtergronden. Al deze mensen hebben mijn leven op hun manier verrijkt. Sommige van hen zullen jullie in mijn toekomstige blogs leren kennen. Anyway, nu ik even alleen zat had ik dus automatisch meer tijd voor deze hobby en het leek me een leuke manier om nieuwe mensen te leren kennen. Nou is gokken om geld, en pokeren hoort daar volgens de lokale overheid ook daartoe, sterk gereguleerd in Hong Kong. Buiten (beperkte) sportsbetting, paardenrennen en de gelegaliseerde mahjong huizen is het illegaal om te gokken. Ha, Chinezen verbieden om te gokken: Succes! Ik hoefde dus alleen maar te zoeken waar en wanneer er gekaart zou worden. Zo moeilijk was dat zoeken overigens helemaal niet. Het toverwoord was zoals zo vaak: Google! Met de juiste zoektermen kwam ik terecht op een webpagina waar enthousiastelingen iedere week bij elkaar kwamen om een kaartje te leggen. Na wat heen en weer gemail ben ik ze gaan bezoeken en via hen kwam ik erachter dat er een soort gedoogbeleid was in Hong Kong. Er werden namelijk op verschillende plekken pokeravonden gehouden en zolang deze aan een bepaalde format hielden knepen de dienders een oogje dicht. Ervaringsdeskundigen wisten mij ervan te verzekeren dat als de politie een keer langskwam dat je er met een relatief kleine boete eraf kwam en er geen strafblad aan overhield. Een risico dat ik wel wilde nemen.

Zo bezocht ik dus snel één van de clubs en het beviel me prima. Hoewel het op een vrij kleine schaal was opgezet – nooit meer dan twee tafels tegelijk - was het best professioneel opgezet. Ik vond wat ik zocht, namelijk een zeer gediversifieerde groep mensen waar ik goed mee kon opschieten. Het niveau was echter om je bescheuren. Zo gek was dat eigenlijk niet. Poker was nog helemaal niet zo populair in Hong Kong waar mahjong nog altijd de meest populaire tegenhanger was. Begrijp me overigens goed, ik pretendeer niet dat ik de beste speler ter aarde ben, not even close, maar in het land der blinden is eenoog koning en in dit geval voelde ik me koning en keizer tegelijk. Het duurde dan ook niet lang voordat anderen doorhadden dat ik toch wel vrij vaak won. Sommigen begonnen me half gekscherend Sifu te noemen. Dan denk ik toch vaak aan een oud mannetje met een sik…… Voor diegenen die bijvoorbeeld Kung Fu Panda hebben gezien dan weet je wat ik bedoel. Vrouwlief kwam niet meer bij toen ze een keertje meeging en mensen mij aanspraken met Sifu. Ze vond ze niet wijs. Niet geheel onterecht maar dat maakte het er natuurlijk niet minder leuk op. Zo liep ik vorig jaar met mijn familie over straat in Hong Kong en horen we ineens “Sifu!”. Ik draaide me om en zag een bekende jongedame die ik al jaren niet meer had gezien. Ik heb het mijn nieuwsgierige familie maar niet geprobeerd uit te leggen. Onwetendheid kan ook een zegen zijn.

Net zoals elders in de wereld werd poker werd rond de tijd dat ik in Hong Kong woonde steeds populairder. Een film met daarin lokale sterren genaamd “Poker King” werd gelanceerd (doe jezelf een groot plezier en laat die film aub links liggen!) en de meeste casino’s in het nabijgelegen Macau – oh Macau, alleen al over de ervaringen aldaar kan ik smeuïge blogs maken- begonnen het ook aan te bieden, zelfs de casino cruises gingen met de opkomende rage mee. De underground scene groeide mee en daarmee ook de interesse van de lokale media. Bij underground denk je namelijk al snel aan schimmige rookhokken en banden met de Chinese triade. Artikelen over dit fenomeen begonnen te verschijnen in de ontelbare gossip magazines die het land rijk zijn. Vergeleken met de “journalistiek” van deze magazines zijn Story/Privé kansrijk voor een Pullitzer. Ik zou er snel genoeg achter komen.

Op een mooie ochtend kwam ik vrolijk aan op kantoor. Totdat een collega naar me toe kwam met één van die magazines, ik dacht genaamd “Next”. Maakt verder niet uit maar wat er op de cover van die magazine stond wel: ik! Een foto van mij frontaal op de cover met alleen zo’n zwarte balk voor mijn ogen. Voor mijn privacy denk ik dan maar. Uhu. Nou had ik wel zodanig dingen meegemaakt dat ik wel verwachtte ooit een mug shot te moeten nemen maar niet op deze manier. Mijn collega vroeg me dus of ik dat was daar op die cover. Duizenden gedachten kwamen er tegelijk in mij. Alle magazines opkopen? Rechtzaak voorbereiden? De meest prangende vragen waren: moest ik ontkennen of toegeven? Stond mijn baan op het spel? Ik zag vrouwlief en mezelf al wonen onder een brug……Heel snel kwam ik tot de conclusie dat ontkennen geen zin had. Je moest een behoorlijke plaat voor je kop hebben wilde je mij niet herkennen. Ontkennen zou dus meer kwaad dan goed doen dus heb ik uitgelegd wat ik daar deed. Ik kon de tekst echter niet lezen – Chinees analfabetisch, remember – dus vroeg ik maar aan mijn collega wat er als header naast mijn foto stond en waar het artikel over ging. De header vertaalde zich in “Opzichter” en het artikel vertelde in geuren en kleuren wat er zich afspeelde (waarvan maar een klein gedeelte waar was) en dat de triade een hele dikke vinger in de pap had. Ook niet waar. Mijn foto stond nogmaals in het artikel opgenomen en volgens het artikel moest ik diegene zijn die bij de organisatie betrokken was aangezien ze mij daar meermalen hadden gespot en telkens met de grootste stack aan chips. Flut journalistiek dus maar intussen zat ik dus met een probleem.

Tijd voor damage control dus. Zodra mijn manager binnenkwam heb ik haar apart genomen en het een en ander uitgelegd. Zij kon er God zij dank hartelijk om lachen. Verder dan een welgemeende waarschuwing om toch voorzichtig te zijn kwam het niet. Ik kon weer ademen. Natuurlijk ging het “nieuws” als een vuurtje rond en de meesten waren gewoon erg nieuwsgierig. Hoe ik die plek had gevonden, hoe het daar aan toe ging, of de maffia die toko’s runt. Ook mijn familie die daar wonen belden mij op met dezelfde vragen, soms vergezeld met het goed bedoelde advies om er mijn gezicht voortaan maar niet meer te laten zien. Uiteraard ging dat advies er het ene oor in en net zo snel het andere weer uit. En dat, dat was mijn minute of fame en ik hoop van harte dat het daarbij blijft.

Ik heb er verder nooit spijt van gehad dat ik op die plekken ben gekomen. Zo heb ik een makelaar leren kennen die ons 2e en 3e huurappartement voor een goede prijs heeft bezorgd. Een aantal vrienden die ik nog steeds ontmoet als ik in de buurt ben. Een aantal prachtige herinneringen waaronder die van de Uncles maar dat is voor de volgende keer.