Weer samen

Door Chief op woensdag 23 maart 2022 04:16 - Reacties (31)
Categorie: Over mij, Views: 5.732

Mama, wat is het allemaal snel gegaan. Het was een kort ziektebed voordat je vertrok. Natuurlijk, je had al decennia lang last van depressie wat na de dood van papa vijf jaar geleden langzaam, doch zeker, erger werd. Op het einde was er zelfs sprake van psychose en de angst die je had was ondragelijk en toch he mama, toch leek je niet op te geven zoals je dat nooit in je leven had gedaan.

Wat waren ze lief voor ons allemaal in het ziekenhuis. Ze hebben alles gedaan om jou zo pijnloos en comfortabel mogelijk je laatste dagen door te laten brengen. Ze braken protocollen en lieten ons bij jou slapen. Ik zal de blikken van enkele verpleegsters niet vergeten toen ik eindelijk in het ziekenhuis aankwam, de opluchting in hun ogen dat ik het toch gehaald had. Zo konden wij, je kinderen, de laatse dagen samen met jou doorbrengen en waren wij erbij toen je vredig je laatste adem uitblies.

Mama, wat heb je toch ontzettend veel bereikt met zo ontzettend weinig. Ga maar na: halverwege de eerste klas van de basisschool werd je al van school gehaald om te gaan werken en werd je kans op iedere vorm van educatie daarmee ontnomen. Niet heel veel later werd je uitgehuwelijkt aan een man die later zou lijden aan alcoholisme en gokverslaving. Hopend op een betere toekomst vertrokken jullie eind jaren zestig naar Nederland en dat was op z’n zachtst gezegd ontzettend lastig.
Velen zouden het al eerder hebben opgegeven maar jij, jij bleef vechten voor alles wat je waard was en zie daar: na een jaar of tien, vijftien werd je leven langzaam beter. Financieel kwam je eindelijk in rustig vaarwater en stabilieseerde ook de gezinssituatie. Zonder jou zou ons gezin uit elkaar zijn gevallen maar dankzij jou konden we altijd terug vallen op de sterke familiebanden en de warmte dat ons gezin had.

Dat gezin met vier kinderen en wat was jij trots op ons. Ondanks, of misschien eigenlijk doordat, je eigen achtergrond heb je ons altijd aangemoedigd om door te leren. Alle vier zijn we dan ook afgestudeerd en kunnen we onszelf goed bedruipen. Het niet opgeven en iedere dag hard werken heb jij ons met een paplepel ingegoten en gebracht waar we nu zijn.

Weet je mama, wij zijn net zo trots op jou. Jij bent onze anker, onze kompas en nu, nu moeten we het doen zonder jou. Om eerlijk te zijn mama, daar ben ik nog niet aan toe maar dat is niet erg. Jij hebt mij geleerd hoe ik op moet staan na een val, hoe ik mijn rug moet rechten na een tegenslag. Het komt goed mama, dat weet je. Ik houd mij vast aan de liefde de je ons hebt gegeven en met de gedachte dat je waarschijnlijk veel leed is bespaard want de manier waarop je het laatste jaar leefde, met al die angsten, dat was zo zwaar voor jou.

Woorden kunnen niet beschrijven hoe dankbaar ik ben dat jij mijn moeder bent dus ik probeer het maar zo: mama, dank je wel voor alles. Ik hou van je, ik mis je en zal dat doen wat je mij geleerd hebt. Hard werken en niet opgeven, dat komt alles goed.

p.s. Nu je bij papa bent, laat hem af en toe nog een gokje wagen en zo nu dan een sigaretje pakken.

Relikwie

Door Chief op maandag 16 november 2020 09:24 - Reacties (17)
Categorie: Over mij, Views: 4.089

Bloggen…….? Bloggen? JA, BLOGGEN!! Lekker even achterover leunen, verstand op nul, alles negeren en tikken maar. Heerlijk en wat heb ik dat de afgelopen maanden gemist lieve Tweakers! Door het coronavirus is het natuurlijk een hele rare periode waarin we leven en ik hoop dat jullie deze zonder noemenswaardige kleerscheuren zijn doorgekomen.

Terwijl die pandemie in Singapore redelijk onder controle lijkt is er weer een nieuw virus opgedoken in huize Chief: het Sinterklaas virus. Wie, net als ik, denkt dat je immuun bent als je meer dan tienduizend kilometer ver weg woont van de bron van het virus dan kom je bedrogen thuis. Waarvan acte. Dagelijks staat het “Sinterklaas Journaal” aan, verlanglijstjes worden continue gereviseerd en Sinterklaasliedjes klinken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat door het huis. Er is geen ontkomen aan.

Zelfs de aankomst per boot is hier een jaarlijkse traditie: een Sint in vol ornaat bij temperaturen van ruim 30 graden die de Marina Bay komt binnen varen. Hoe het organiserend comité toch ieder jaar iemand zo gek krijgt om in dat pak gehesen te worden is mij een raadsel. De aankomst zelf trekt altijd veel bekijks: de Hollanders en Belgen komen in grote getalen met hun gillende kroost naar de kade die op hun beurt weer de aandacht trekken van de vele toeristen en locals die daar altijd in grote getale rondlopen. Het moet toch een klein spektakel zijn voor het niet-Nederlands talige publiek.

Dit jaar uiteraard geen Sinterklaas intocht hier in Singapore. Voor de kinderen natuurlijk spijtig maar persoonlijk vind ik het ook wel lekker om het een jaartje over te slaan. Het is toch wel altijd een stressvolle ochtend. Het is niet makkelijk om je kinderen, met name de jongste van twee turven hoog, in de gaten houden als de Sint en diens Pieten op de kade komen: je wringt je door een mensenmassa waar de penetrante lichaamsgeuren van uren in de tropenzon je bijna in permanente coma brengen, je nek zich in de meest onmogelijke bochten wringt om toch maar een glimp van dat mini-mensje op te vangen, de regenbui van pepernoten en schuimpjes ontwijkend….. Toch nog iets positiefs uit het hele Corona-gebeuren denk ik dan maar.

Over iets positiefs gesproken, van de week viel er een grote envelop op onze mat met daarop iets heel speciaals: een handgeschreven adressering. Waarom dat speciaal is? Nou, ik kan mij de laatste keer niet meer herinneren dat ik een brief zag met een handgeschreven adressering. Als je het al niet per e-mail krijgt is het al jaren niets anders dan gedrukte teksten wat je in je brievenbus ontvangt, nietwaar?

Het deed me denken aan vroeger, toen ik aan de voorganger van bloggen deed: het bijhouden van een dagboek. Jawel lieve Tweakers, zie hier, Chief’s best bewaard geheim. Dagboeken. Meervoud inderdaad want dat waren niet meer dan schriftjes zie zo vol raakten. Ze moeten nog ergens in Nederland bij mijn zus op zolder liggen waar enkele dozen van onze spullen nog liggen maar ik denk er nog graag aan terug. Of mijn eerste penvriendinnetje, een alleraardigst meisje uit België die ik via het tafeltennissen leerde kennen. Wij speelden dezelfde toernooien toen zij voor een Limburgse club uitkwam en zij viel makkelijk op want, laten we eerlijk zijn, het tafeltenniswereldje is nu eenmaal niet doorspekt met mooie vrouwen. Geen Anna Kournikova’s of zelfs slappe aftreksels daarvan. Nee, voor de puberende jongens was dat wel een hard gelag. Dat Vlaams meisje, en dit zeg ik niet zonder enige vorm van trost, dat ik een tijdlang niet alleen een penvriendin maar zelfs MIJN vriendin mocht noemen was één, zo niet DE, meest begeerde speelsters in het circuitje.

Wij waren denk ik een jaartje of 15 en tja, dan reis je niet zomaar in je eentje honderd kilometer en dan ook nog eens over een grens om elkaar te kunnen zien. Ons contact was dus beperkt tot de toernooien waar ze allebei aan meededen of als we toevallig een competitiewedstrijd op dezelfde locatie hadden. De tijd daartussen werd dan overbrugd met ouderwetse brieven. Ik kan me het gevoel nog goed herinneren, het gevoel als je een envelop zag liggen met een bekend handschrift. Wat er op stond maakte niets uit, ik wist dat die voor mij was en nog belangrijker: van wie die was.

Nou loop ik op mijn leeftijd als veertigplusser natuurlijk de levensgrote kans dat ik dingen van “vroeger” ga romantiseren. Dat mensen gezien mijn leeftijd mij een insignificant relikwie uit het verleden noemen. In een tijd waar hele relaties ontstaan en afgebroken worden via bijvoorbeeld Whatsapp wil ik toch zeggen dat ik het wel mis, het ontvangen van handgeschreven brieven. De tijd en moeite die iemand nam om voor jou iets op papier te zetten vond, en vind, ik nog prachtig. Wat er geschreven was deed er bijna niet toe, DAT het geschreven was des te meer.

Wellicht dat ik moeders de vrouw maar eens ga verrassen met een handgeschreven kaartje.

Achterstand

Door Chief op dinsdag 16 juni 2020 06:10 - Reacties (20)
Categorie: Over mij, Views: 5.675

Na maanden van complete radiostilte mag ik eindelijk weer eens genieten van een blogje tikken. Dat het zo lang heeft geduurd heeft voornamelijk te maken met de COVID-19 situatie hier in Singapore en laat ik in deze blog daar wat meer over vertellen.

Vrij snel na de meldingen over het mysterieuze virus in China kregen ook wij hier in Singapore met het virus te maken. De overheid sloot vrij snel de verbindingen met Wuhan en andere steden in China en lange tijd leek de situatie onder controle tot ook wij begin april in een vrijwel volledige lockdown gingen. Even een vergelijking met Nederland: Singapore kent nu officieel 26 doden en Nederland iets meer dan 6k terwijl Nederland ongeveer 3 maal zoveel inwoners kent.

Toch zie je de zogenaamde “headline” aantal besmettingen in Singapore iedere dag met honderden toenemen en dan komt het, zeer pijnlijke, klassensysteem hier aan het licht: 99% van de nieuwe besmettingen zijn gevonden bij de “foreign workers” oftewel gastarbeiders die in deze maatschappij als tweederangs, nee, derderangs worden gezien. Jonge mannen uit arme landen zoals Nepal, India, Sri Lanka en ga zo maar door die hier voornamelijk in de bouw, scheepvaart en andere sectoren werken waar de lokale bevolking blijkbaar hun neus voor ophalen. Letterlijk als je bedenkt dat bijna alle vuilnisauto’s bemant worden door deze gastarbeiders.

In een dappere poging om een beter financieel bestaan te bereiken voor hun familie en zichzelf steken deze jonge mannen zich in diepe schulden om de oversteek naar Singapore te kunnen maken. Het duurt maanden en soms langer om de schulden af te lossen alvorens zij zelf iets van hun karig loon overhouden. Eenmaal aangekomen moet hun werkgever hen van huisvesting voorzien al is huisvesting een wel erg groot woord: gebouwen ver van de bewoonde wereld waar ze met > 10 personen in een kamer zonder airco moeten slapen. Sanitaire voorzieningen worden met tientallen gedeeld. Je kan je voorstellen dat de hygiëne ver te zoeken is in deze dormatories, een perfecte plek voor het coronavirus om zich te verspreiden.

De overheid hier had dat een beetje laat door maar toen het kwartje eenmaal gevallen was hebben ze met man en macht geprobeerd het virus binnen de sub-gemeenschap in te dammen. Hele expohallen zijn omgebouwd om zieke gastarbeiders op te vangen en nog meer tijdelijke constructies werden uit de grond gestampt om besmette maar niet zieke gastarbeiders te isoleren. Voor vele gastarbeiders betekenden deze tijdelijke accommodaties een sterke vooruitgang en geruchten gingen op een gegeven moment dat sommige gastarbeiders met opzet besmet wilden raken om maar in die faciliteiten te geraken. Persoonlijk vind ik dat ver gezocht.

Tot op heden is geen enkele gastarbeiders aan het virus bezweken en hebben maar een handvol een ziekenhuisopname nodig gehad omdat ze over het algemeen nog jong en gezond zijn. Nu de situatie onder de gastarbeiders onder controle lijkt heeft de overheid aangekondigd verbeteringen aan te brengen in de woonomstandigheden van de gastarbeiders waaronder extra accommodaties zodat ze niet meer hutje mutje op elkaar zitten. Aangezien Singapore maar een klein eiland is betekent het dat sommige van deze nieuw te bouwen accommodaties dichter bij de “normale” bevolking komt te liggen wat een golf van verontwaardigde reacties op social media opleverde van lokale bewonders die daar helemaal niet blij mee zijn…..

Ze gaan zelfs zo ver om de gastarbeiders parasieten te noemen die willen profiteren van de rijkdommen dat Singapore biedt. Gek als je bedenkt dat die rijkdom deels wordt bewerkstelligt door diezelfde gastarbeiders. Frappant is het dat een virus dat iedereen, ongeacht afkomst, religie, huidskleur en sociale status even ziek kan maken tegelijkertijd er voor zorgt dat de economische ongelijkheid nog verder bloot legt. Niet alleen hier in Singapore overigens, wereldwijd.

Ga maar na, wie worden er het hardst geraakt in het huidige economisch klimaat? Juist, diegenen die al moeten leven van paycheck naar paycheck, die al geen rode cent op de bank hebben staan en die al een gigantische achterstand hebben op de rest van de maatschappij. Die achterstand wordt groter en groter.

Daarom klaag ik niet dat ik thuis moet werken. Dat ik niet zo maar naar buiten mag. Dat mijn kinderen niet naar school mogen en soms het huis lijken af te breken. Dat ik niet even lekker ergens een koffie kan drinken of naar vrienden kan. Nee, klagen mag en zal ik niet want ik besef dat ik nog mijlen voorsprong heb op diegenen die veel minder geluk hebben in het leven.

It's alive......ALIVE!!!!! Well....most of me....

Door Chief op dinsdag 26 mei 2020 09:11 - Reacties (13)
Categorieën: Familie, Over mij, Uncles, Views: 6.253

Zoooo lieve Tweakertjes, weer eens tijd om een teken van leven te geven! Bij deze en: tot ziens!


Geintje!

Allereerst, het gaat goed met mijn gezin, familie EN mij en dank voor alle leuke/lieve/bezorgde berichten die ik heb mogen ontvangen! Het is bijzonder te noemen dat ik berichtjes krijg zodra ik een paar weken geen blog post. Of alles goed met mij gaat, of ik als de wiedeweerga een nieuw deel wil posten etc. Weet dat het heel erg door mij wordt gewaardeerd!

De reden dat ik al lang niets van mij heb laten horen is tweeledig. Ten eerste de impact van het COVID-19 virus wat ook hier in Singapore haar weerga niet kent. Het eiland had natuurlijk al eerder een besmet geval dan in Nederland aangezien we relatief dicht op China zitten. Lange tijd was de situatie hier "onder controle" maar uiteindelijk zijn ook wij in een lock-down gegaan. Voor ons betekent dat ook: geen school voor de kinderen, werken vanuit huis etc etc. Ik werkte al regelmatig 's avonds maar nu Jr home-based-learning heeft dat overdag ook aandacht van mij vereist is het in de avond werken natuurlijk toegenomen waardoor ik nog minder, zeg maar gerust nauwelijks, tijd heb voor blogs.

De tweede reden is helaas treuriger: een van de Uncles, de hoofdpersonen van vele van mijn blogs, was zwaar getroffen door het virus. Hij heeft het, tenauwernood, overleefd maar daar is heel veel mee gezegd. Zijn gezondheid is structureel slechter geworden en aangezien mijn laatste blogs over een van de Uncles ging heb ik op dit moment weinig trek om daarmee verder te gaan.

Daarmee ook meteen een aankondiging: vooralsnog stop ik met blogs over de Uncles, ook de serie waar ik mee bezig was. Wellicht zijn sommigen van jullie teleurgesteld en daar heb ik begrip voor. Tegelijkertijd hoop ik op wederzijds begrip van deze lezers.

Stop ik dan helemaal met blogs? Nee. Is dit het einde van de Uncles? Waarschijnlijk ook niet.

Vanaf volgende week mag onze kroost weer naar school, al is het maar 4 weken voordat hun zomervakantie begint. Dan hoop ik ook wat meer tijd te hebben voor blogs want:

Ik heb zowel de blogs als jullie reacties node gemist!!

Hopelijk tot snel lieve Tweakers en ik hoop dat jullie zowel mentaal als fysiek in goede gezondheid blijven!!

Chief

Hong Kong, a whole different way, part VI

Door Chief op maandag 24 februari 2020 06:14 - Reacties (14)
Categorieën: Over mij, Uncles, Views: 3.765

Ik zat dus met Uncle John in een cha chaan teng (theehuis/kleine eetgelegenheid) terwijl hij vertelde over de geschiedenis van zijn relatie met zijn zus. Hij wilde net verder gaan met praten over de bewuste dinsdag


Uncle John nam eerst een slok van zijn lai cha en ik, ik verroerde geen vin want als ik iets geleerd had in de tijd met Uncle John: als hij praat dan houd ik mijn mond. Punt. Ik keek de oude man aan die uiterlijk kalm leek maar de twinkeling die hij normaliter in zijn ogen heeft had plaatsgemaakt voor een vuur die ik voor het eerst zag. Dit kon niet veel goeds betekenen voor zijn verhaal.

Tergend langzaam ging de kop lai cha terug op tafel en ik stond bijna te wippen op het bankje toen Uncle John eindelijk verder ging met zijn verhaal. Die bewuste dinsdag zat hij in net als nu in een cha chaan teng toen enkele van zijn mannen gehaast binnen kwamen. Wat ze toen aan Uncle John vertelden wilde hij nu niet met mij delen maar al snel bleek uit zijn verhaal dat het om leven of dood ging.

Zonder veel op de details in te gaan was vrijwel iedereen op zoek naar de zwager van Uncle John: rivaliserende triades die hem liever dood dan levend zouden vinden maar ook de politie die een buitenkansje roken om een kroongetuige op te pikken. Dan was er natuurlijk ook Uncle John en zijn mannen al gaf hij meteen toe dat hij het alleen voor zijn zusje deed en om geen enkele andere reden.

De zus van Uncle John wist van boe noch ba toen hij haar opzocht maar koos meteen de kant van haar man. Ze eiste dat Uncle John voor zijn veiligheid garant zou staan wat volgens haar niet moeilijk moest zijn gezien zijn status in de onderwereld. Daarnaast geloofde ze helemaal niet dat de situatie zo ernstig was. Uncle John kon hoog en laag springen, lullen als Brugman maar het kwartje wilde gewoon niet vallen bij zijn zusje die in een ontkenningsfase leek te zijn belandt.

De spanningen tussen Uncle John en zijn zusje liepen al snel op toen in de daaropvolgende dagen niets van de zwager werd vernomen. Het zusje verweet Uncle John dat hij helemaal niets deed om haar man veilig terug te vinden. Ze had geen idee dat dat dichter bij de waarheid was dan dat ze dacht: Uncle John had zijn handen vol om alle schermutselingen binnen zijn eigen triade maar ook met andere triades een hoofd te bieden, om maar te zwijgen van de politie die met hernieuwde krachten alles aan het uitkammen waren.

Die situatie duurde echter niet lang want er was nog geen week verstreken of er was een lijk gevonden. Op verzoek van de politie ging Uncle John samen met zijn zusje naar het ziekenhuis en konden het lijk inderdaad identificeren als de missende zwager en echtgenoot. Hoewel Uncle John zo goed mogelijk de uitvaart probeerde te regelen eindigde diezelfde uitvaart in een complete scene met een gillende en slaande weduwe met in haar armen haar zoontje, Benny, een peuter van een paar turven hoog.

Uncle John pauseerde en keek naar buiten en ik volgde zijn blik. In het marktkraampje zag ik zijn zusje wat groenten afwegen voor een klant. Tergend langzaam gingen haar bewegingen die haar zichtbaar veel energie kostten. Toen de klant verdween en de vrouw weer ging zitten draaide Uncle John zijn blik weer naar voren. Ik zag duidelijk dat hij het moeilijk had, aan het vechten was tegen zijn emoties. Ik wist me geen raad met welke houding ik aan moest nemen. Het enige dat in mij opkwam was om een paar velletjes van de WC-rol die op tafel stond te scheuren en aan te bieden aan Uncle John. Een zwakke glimlach was mijn beloning.

Een ober kwam de lege koppen ophalen en keek nieuwsgierig naar Uncle John en in de hoop dat de man snel zou weglopen haastte ik mij om nog twee koppen lai cha te bestellen wat ook het gesorteerde effect opleverde. De ober draaide zich om en riep luidkeels mijn bestelling door de zaak. Ik herinner het mij nog goed: vanaf toen leek onze tijd stil te staan maar alles om ons heen juist in een sneltreinvaart voorbijraasde. Obers snelden voorbij, luid de bekers, koppen en borden op tafel gooiend. Klanten gingen weg, vervangen door nieuwe klanten en het enige dat ze met elkaar gemeen hadden was dat ze praatten alsof ze bang waren dat niemand ze kon horen. Ik pikte flarden van paardenraces (een altijd populair gespreksonderwerp in Hong Kong), voetbalwedstrijden en meningen over de economie op. Over een laatste vrouwelijk verovering, pech met een pas gekochte auto en een kind dat de wind van voren kreeg over slechte resultaten op school.

Al die tijd bleef Uncle John zwijgzaam en begon de schemering in te vallen en gingen de lichten op de markt aan. Af en toe keek hij naar buiten als hij enige beweging bij het marktkraampje zag. Af en toe kwam er een klant en zag je de vrouw dezelfde moeilijke lichamelijke bewegingen maken. Gelukkig werd het restaurant waar wij in zaten niet heel druk bezocht, wat mij gezien de kwaliteit van de lai cha ook niet verbaasde, en werden wij met rust gelaten. Het is namelijk in Hong Kong de normaalste zaak van de wereld dat je min of meer naar buiten wordt geschopt als je niets bestelt of klaar bent met je maaltijd.

Weer de blik van Uncle John naar de markt waar de vrouw nu aanstalten leek te maken om er voor die dag een einde aan te breien. Langzaam reed ze een karretje voor de markt om daar de overtollige verkoopwaar op te zetten maar bij de eerste doos ging het gelijk mis: ze zette de doos iets verkeerd op het karretje waardoor de doos omviel en de appels over de vloer vielen, een enkele zelfs over straat. Pijnlijk langzaam probeerde de vrouw de appels één voor één op te pakken. Mensen die voorbij kwamen liepen stoïcijns door. Uncle John sprong rechtop maar ging ook net zo snel weer zitten maar nu met twee gebalde vuisten op tafel.