The Good, the Bad and the Condemned, part III

Door Chief op maandag 18 september 2017 10:19 - Reacties (18)
Categorie: -, Views: 1.559

De Uncles hadden mij opgehaald en we waren op weg naar het restaurant om eerst een maaltijd te nuttigen voordat we kennis zouden maken met een nieuwe poker club, Blue. Op de trap kwamen we blijkbaar bekenden van de Uncles tegen. Dat ze elkaar, ondanks de beleefdheden die ze met elkaar uitwisselden, niet mochten bleek wel uit de kleine duw die ik kreeg van één van de onbekende mannen. Hoe het verder ging, dat lezen jullie hieronder

De resterende trappen werd door Uncle Ngau tot het vermaak van Uncle John en Uncle Yin al vloekend en stampvoetend genomen. Eenmaal aan tafel ging Uncle Ngau gewoon verder en mijn vocabulaire in Chinese vloekwoorden nam rap toe. Ik had nog geen flauw idee wie de mannen die we tegen kwamen waren maar Uncle Ngau had hen, en zo onderhand hun hele familie tot en met de vierde graad, de verdoemenis in gewenst. Het getier was eigenlijk best amusant al was ik meer nieuwsgierig dan geamuseerd.

Het getier nam langzaam af en helaas voor mij, de uncles lieten verder geen woord los over de identiteit van de mannen of in ieder geval de man die de leider leek te zijn. Nee, het gesprek ging snel weer over voetbal, paardenrennen en de vastgoedmarkt die langzaam weer aan het opkrabbelen was na de financiële crisis. Sodeknetter wat brandde die vraag op mijn lippen: wie waren die mannen in hemelsnaam?! Dit was pas de tweede keer dat ik Uncle Ngau zo uit zijn slof zag schieten, die eerste keer was in die toko van Ricky. Dat maakte mij alleen maar nieuwsgieriger.

Ik moest alle zeilen bijzetten om die vraag niet hardop te stellen en het engeltje hielp mij door het duiveltje in een wurggreep te houden maar het begon van binnen steeds meer te branden. Van zenuwen wipte ik op mijn stoel. Het duiveltje werd sterker en sterker en in mijn gedachten kwam het rook uit mijn oren. “Niet doen Chief, niet doen” probeerde het engeltje met een uiterste krachtinspanning terwijl die haar grip op het duiveltje langzaam maar zeker kwijtraakte.

Niet voor de eerste keer werd ik gered door Uncle John. Blijkbaar had ik nog geen woord gezegd sinds we aan tafel zaten want Uncle John vroeg me of alles goed was? Alsof de dam openbrak: wie waren de mannen op de trap schreeuwde ik het bijna uit en Uncle Yin proestte het uit. Het schaamrood stond meteen op mijn kaken. Heel subtiel was ik niet geweest. Facepalm moment voor mijn engeltje die plaatsvervangend schaamte had terwijl het duiveltje zijn hoorntjes recht trok.

Die meneer die ons aansprak, dat was de weledele heer Wong. Chief Inspector Wong wel te verstaan, en de twee die bij hem liepen waarschijnlijk een paar van agenten zijn aldus Uncle Yin. Chief Inspector. Ahhhhhh, één plus één is twee en dit verklaarde de reactie van Uncle Ngau enigszins. Dienders en triade is als water en vuur. Ik was niet heel erg thuis in de rangen en standen van de lokale politie maar zeg nou zelf, “Chief Inspector”, dat klonk toch best imposant. Uncle Ngau was het duidelijk niet met mij eens en gruwelde van het woord “weledele”.

Met die ontboezeming van Uncle John maakten we tijdens het eten een ritje door Nostalgia stad waarbij de Uncles in geuren en kleuren vertelden over hun ervaringen met de agent. Het eten zal best lekker zijn geweest, geen idee. Ik schoof blind eten naar binnen terwijl ik zo aandachtig mogelijk probeerde te luisteren. Het ene verhaal volgde op het andere met één gemene deler: Uncle Ngau keek alsof die door duizend wespen was gestoken. Het gaat wat lang duren om ieder verhaal hier te vertellen maar de historie tussen de Uncles en Chief Inspector Wong ging decennia terug. Je kon min of meer stellen dat de carrieres tussen beiden gelijktijdig begonnen, zij het aan twee verschillende kanten van de wet.

In dit kat en muisspel was het de agent nooit gelukt om ook maar één van de Uncles achter de tralies te krijgen maar je kon niet stellen dat dat gebrek aan wilskracht was van de dienders. Die kwamen te pas en te onpas een keer binnenvallen. Naarmate de tijd vorderde werden de Uncles steeds kapitaalkrachtiger en konden zij zich omringen met een leger aan advocaten wat de agenten alleen maar nog meer frustreerden. Dermate zelfs dat Uncle Ngau ze er van verdacht nauwelijks tijd en aandacht hadden besteedt aan de moordaanslag op Uncle John waarbij diens zoon om het leven was gekomen.

Met die laatste opmerking viel de tafel gelijk stil. Uncle Ngau leek zelf van zijn woorden geschrokken te zijn want hij verroerde geen vin, net zo min als Uncle Yin en ik. Uncle John bleef opmerkelijk rustig, in ieder geval uitwendig. “Let by gones be by gones” zei hij maar ik hoorde duidelijk iets in zijn stem. Iets dat niet strookte met de kalmte waarop hij sprak al kon ik mijn vinger er niet exact op leggen. Om de lucht een beetje te doen klaren zei ik maar dat ik die mannen nu al niet mocht aangezien die ene mij met opzet probeerde weg te duwen. Uncle John keek nu verbaasd. “Zie je wel dat het kleinzielige ratten zijn” reageerde Uncle Ngau meteen, blij dat we van onderwerp waren veranderd.

Uncle Yin zuchtte, sloeg een hand op mijn schouder en keek mij serieus aan terwijl hij naar zijn binnenzak van zijn colbert greep met zijn andere hand. In die andere hand zat nu zijn telefoon. Hij drukte op wat knoppen en liet mij toen een nummer zien. “88xx xxxx” zag ik met daarboven een naam. “Mr. Young” las ik. Uncle Yin gebood mij de naam en nummer in mijn telefoon te zetten.

The Good, the Bad and the Condemned, part II

Door Chief op maandag 11 september 2017 08:31 - Reacties (20)
Categorie: -, Views: 2.198

Ik was nieuwsgierig gemaakt door alle positieve verhalen over een nieuwe pokerroom in Hong Kong, club Blue. Een schijnbare prachtige club die van alle gemakken was voorzien en met spelers met diepe zakken. Klonk bijna te mooi om waar te zijn?

Bloed gaat waar het niet gaan kan en dus plande ik een bezoekje aan club Blue wat in Central lag. Voordat het zover was besloot ik een belletje te plegen aan Uncle John. Wellicht wist hij wie er achter die club zat want ik had mijn portie triade wel gehad voor dit jaar en zo drukte ik de sneltoets, ja Uncle John zat nu onder een sneltoets, in op mijn iPhone. Snel had ik hem te pakken en na even over koetjes, kalfjes, Aunt Mai en voetbaluitslagen van de Engelse Premier League gekletst te hebben kwam ik bij het hoofdonderwerp aan.

Ik vertelde exact datgene wat ik gehoord had: nieuwe pokerroom in Central, mooi spul, hoge limieten en veel geld in omloop. Of hij misschien wist wie er achter die club zat. Uncle John had nog niet eerder van die club gehoord en plaatste meteen een waarschuwing. Gevaar ligt altijd op de loer op die plekken waar relatief veel geld in omloop is. Hij besloot wat belletjes te plegen en drukte mij op het hart vooral te wachten tot hij groen licht had gegeven. Ik voelde de teleurstelling van het duiveltje maar dit was eerder uitstel dan afstel.

Gelukkig hoefde ik niet lang te wachten. De volgende avond belde Uncle John mij alweer. Hij had rondgevraagd maar het leek er niet op dat er iemand van een triade achter club Blue zat, garantie tot aan de voordeur uiteraard. Dat begreep ik maar mijn nieuwsgierigheid – en duiveltje – wonnen het van het engeltje en ik vertelde Uncle John dat ik zaterdag avond wel even wilde gaan kijken. Even bleef het stil aan de lijn. Na een paar seconden bromde Uncle John dat hij mee zou gaan. Gewoon voor het geval dat plus zelf een kaartje leggen, daar was hij ook nooit vies van. Ik sputterde even tegen als een kind die niet wil dat zijn vader meegaat naar een klassenfeestje – voor diegenen die zich dat nog kunnen herinneren.

Lang verhaal kort, zaterdag zou hij mij komen ophalen. De werkdagen vlogen voorbij en die zaterdag was ik er helemaal klaar voor toen tegen vijven mijn mobiel begon te trillen. “Uncle Yin” stond er op het display. Verbaasd nam ik op. Terecht aangenomen dat ik wist wie hem belde kreeg ik de mededeling dat Uncle John, Uncle Ngau en hijzelf op weg naar mij waren. Wederom terecht aangenomen dat ik nog niet gegeten had zouden we eerst samen gaan eten alvorens we de nieuwe pokerroom met een bezoek zouden vereren. Of ik over 5 minuten beneden kon staan. Fijn, je mening mogen laten horen dacht ik bij mezelf maar zoals zo vaak bij de Uncles is het gewoon een kwestie van gedwee doen wat gevraagd wordt en dus schoenen aan, vest pakken en je centen meenemen. Dit keer liet ik mijn paspoort maar thuis. Met weemoed, dat wel.

Nog geen drie minuten later stond ik beneden toen ik al de gitzwarte MPV van Uncle Ngau aan zag komen. Ik wist niet zeker hoever de voeten van hem nog in de triade modder zat maar komop, zo’n MPV hoorde bij de standaard uitrusting van de triade…… De deur gleed open en ik stapte in waarna ik de Uncles beleefd groette. Ze hadden er blijkbaar zin in want het geklets verstomde geen moment. Niet dat dat heel lang was, ik woonde maar zo’n 10 autominuten van Central af en dat was meer door het verkeer dan door de afstand. Hong Kong was nou eenmaal niet gebouwd voor autoverkeer maar dat kon het vaststaande verkeer blijkbaar niet deren.

Bij een Seafood restaurant kwamen we tot stilstand. We stapten uit waarna de chauffeur van Uncle Ngau op zoek ging naar een parkeerplek. Die zouden we dus het komende uur niet meer terugzien want zaterdagen plus vrije parkeerplek in Central was nog zeldzamer dan diamanten. Zoals vele restaurants in Hong Kong lag ook deze op de tweede verdieping (de begane grond wordt vrijwel altijd bezet door retail zaken vanwege de hogere kosten). Ik volgde de stoet de trap op toen ik een man hoorde roepen naar Uncle John. Aangezien ik achteraan liep kon ik niet zien wie dat was. “Daar gaat mijn eetlust” hoorde ik Uncle Ngau grommen duidelijk grommen. “Lok sir” hoorde ik nu Uncle John.

Lok sir? Ik had genoeg Chinese TV series gezien om te weten dat het hier dus om een politie agent ging. Nieuwsgierig bewoog ik naar links en rechts om een glimp op te vangen van de hoofdpersonen. Ik zag drie mannen tussen de ruggen van de Uncles door. Een man die de leider leek te zijn had grijze haren, handen in zijn broekzakken en werd aan beide kanten geflankeerd door twee andere mannen die iets jonger leken. “Zo Uncle John, weer op pad? Hebben jullie zaken te bespreken” klonk het uit zijn mond. Uncle Ngau wilde een stap vooruit zetten maar werd tegengehouden door de uitgestoken arm van Uncle John. “Niets anders dan een etentje met vrienden” antwoorde de laatste.

Ineens leek de politieagent mij op te merken want hij keek mij recht aan. “Jou ken ik niet maar ik raad je aan om wat wijzer te zijn in het kiezen van vrienden”. Van stomme verbazing wist ik niet wat ik moest zeggen. “Een zoon van een familievriend die toevallig op bezoek is in Hong Kong” loog Uncle John en ik probeerde mijn gezicht strak te houden. Uncle John liep daarop verder naar boven terwijl de drie mannen verder naar beneden liepen. Toen ik voorbij de drie mannen liep keek de politieagent mij diep aan zonder te stoppen met lopen. Het voelde alsof hij in mijn ziel keek en ik draaide mijn hoofd snel naar voren. De man aan zijn linkerkant leek mij opzettelijk een klein duwtje te geven. Onvoldoende om mij uit balans te brengen maar voldoende om op te merken. Ik vroeg me af waar dit nou weer om ging.

The Good, the Bad and the Condemned

Door Chief op maandag 4 september 2017 08:11 - Reacties (14)
Categorie: -, Views: 1.895

“Zeg Chief. Ermmmhh…. We zijn het de laatste tijd niet vaak met elkaar eens. Of ja, eigenlijk zijn wij het zelden met elkaar eens geweest. Ik vind het niet erg hoor, dat komt met mijn baan. Daar heb ik voor gekozen. *kucht*. Maar misschien wel eens leuk zijn als je eens een keer naar mij luistert. Gewoon, kijken of dat bevalt? Wat denk je? Wordt het niet eens tijd om open kaart te spelen met je vrouw?”
Ik begon sympathie te krijgen voor het engeltje die trouw zijn plicht bleef vervullen ondanks dat ze al haar hele loopbaan professioneel werd genegeerd.

Het duiveltje opent half een oog.

“Geen slapende honden wakker maken jongen, recht zo die gaat” en gaat verder met tukken.


Aan de smeekbede van mijn engeltje kwam aldus een snelle einde. Wederom koos ik voor de weg met de minste weerstand. Mondje dicht dus hoewel het soms wel erg zwaar was om niet de avonturen te delen. Ik had heel wat mogen beleven sinds ik dat eerste belletje pleegde naar Uncle John met als gevolg een gedenkwaardige dag, en nacht, in Macau met de Uncles. Of de ontmoeting met Billy en zijn broer Ricky waar ik niet geheel zonder kleerscheuren vanaf was gekomen. De vrouw waarmee ik mijn leven deelde wist nog niet eens van het bestaan van de Uncles af en dat was waarschijnlijk het beste voor iedereen, zo suste ik mijn geweten en geheel volgens de wens van mijn duiveltje.

Sommigen van jullie zouden denken dat ik het wel rustiger aan zou doen nadat mijn gezicht in contact was geweest met een paar vuisten maar niets is minder waar. Het pokeren met, en soms zonder, de Uncles ging gewoon vrolijk door al hadden ze mij sindsdien niet meer meegenomen naar nieuwe plekken en speelden we voornamelijk in de betrekkelijk veilige Kings hotel wat op de grens tussen Wan Chai en Causeway Bay lag en daarmee op een steenworp van de serviced appartment waar ik tijdelijk woonde. Het Kings hotel was een gebouw dat een paar kamers verhuurde maar haar inkomsten voornamelijk binnenhaalde met het verhuren van mahjong kamers, een tweetal clubs en een dartcafé. Die laatste werd vrijwel iedere avond omgetoverd tot een pokerroom met ruimte voor enkele tafels en werd met name in de weekenden druk bezocht. Dat ik daar inmiddels een bekend gezicht was zal jullie niet verrassen.

Het pokeren ging dus gewoon door en inmiddels was het winter in Hong Kong en het zou nog maar drie maanden duren voordat vrouwlief zich eindelijk bij mij zou voegen. Het was misschien vreemd maar nog geen drie maanden nadat wij getrouwd waren bevond ik mij ineens met een nieuwe baan in Hong Kong terwijl zij netjes afscheid wilde nemen van haar werkgever. Meteen toegegeven, de dikke bonus die ze haar hadden aangeboden om nog een paar maanden aan te blijven had geen kleine rol gespeeld in dat besluit. Ik miste haar natuurlijk ontzettend maar tegelijkertijd besefte ik mij dondersgoed dat ik hoogstwaarschijnlijk de Uncles nooit ontmoet zou hebben als zij tegelijk met mij naar Hong Kong was gegaan. Oh the bitter and sweet!

Winter in Hong Kong is natuurlijk niet hetzelfde in Nederland. De temperatuur daalt zelden onder de 10 graden maar dat wil niet zeggen dat het in Hong Kong warmer aanvoelde. Verre van. Daar waar vrijwel alle gebouwen volgehangen waren met airco’s schitterden verwarmingen door afwezigheid. Het was dan ook een normaal straatbeeld om mensen in restaurants te zien eten met hun dikke winterjassen gewoon aan waardoor de restaurants optisch gezien nog meer uitpuilden.

Het seizoen was niet het enige wat veranderde in Hong Kong, ook de pokerscene onderging een metamorfose. De populariteit nam razendsnel toe en bijna wekelijks werd er een nieuwe pokerroom uit de grond gestampt ondanks dat pokeren om geld officieel illegaal was in dit land. Heel soms hoorde je dat de politie een inval had gedaan bij een pokerroom maar heel zelden werden er ook boetes/celstraffen uitgedeeld aan de bezoekers. De betreffende pokerroom was dan ook meestal een week of twee na de inval up and running.

Een bijkomend voordeel van de toenemende concurrentie was dat de pokerrooms steeds meer hun best gingen doen om klanten en zieltjes te winnen of te houden. Freeroll toernooitjes, gratis drankjes, je kent het wel. Ook werden de interieurs steeds luxer en moderner. Zo was er pokerroom met heuse ingebouwde professionele card shufflers die je eigenlijk alleen in casino’s zag. Die krengen kosten dan ook makkelijk meer dan 10 ruggen per stuk. Die pokerroom was genaamd Blue en had het voorzien op de wat vermogendere spelers. Zo was bijvoorbeeld de laagste limiet dat zij aanboden HK$50-HK$100, daar waar HK$5- HK$10 veel gangbaarder was. Ik hoorde via via dat er zelfs hogere limieten gespeeld werden met allemaal bankiers, advocaten, aangevuld met rijkeluis kinderen.

Om die mensen te trekken moest je wel meer bieden en dat deed club Blue dan ook, zo vernam ik. Verhalen deden de ronde dat de pokertafels allemaal een card shuffler hadden wat het spel aanzienlijk versnelde. De stoelen en tafels konden zich makkelijk meten met de duurdere casino’s in Macau. Aan de rest van het interieur was ook duidelijk te zien dat er behoorlijk met geld gesmeten was en dat terwijl de rake niet aan de belachelijk hoge kant was. Die verhalen klonken bijna te mooi om waar te zijn maar toch kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen.

“Doe nou niehiiiieettt” probeerde het engeltje, verslagen kijkend als altijd. Het duiveltje trok zijn jas al aan.

Pretreisje komt er aan!

Door Chief op maandag 28 augustus 2017 05:49 - Reacties (19)
Categorie: -, Views: 3.308

Zo lezertjes, het ziet er naar uit dat ik, na een afwezigheid van twee jaren, in november weer eens naar Las Vegas kan. Vrouwlief vroeg mij ineens van de week of ik zin had om naar Sin City te gaan om wat stoom af te blazen. Ze had de zin nog niet afgemaakt of ik stond mijn koffers al te pakken. Bij wijze van spreken dan. Het wordt wel bijna 24 uur reizen vanaf hier maar je moet er wat voor over hebben he.

Snel even een vriend in Nederland een bericht verstuurd of hij te porren was om ook te gaan en binnen 10s had ik een bericht terug: “OK”. Kort maar krachtig. Erg handig als je vrienden hebt die a) nog vrijgezel zijn b) een stuwmeer aan vrije dagen hebben en c) ook van een potje pokeren houden. Nee, niet Tom. Die is erg druk met hun nieuwe huis die net af is. Er is ook een kans dat Uncle John een paar dagen komt maar dat is afhankelijk of Aunt Mai en/of iemand anders mee wil. Uncle John vliegt namelijk niet graag alleen. Watje. Overigens was het de vorige keer dikke pret met Uncle John in de Stad der Verderf maar daarover een andere keer.

Ik kijk er naar uit om weer eens een paar dagen achter elkaar te spelen. Het is misschien wel even geleden dat ik een kaartje heb gelegd maar pokeren verleer je niet. Het is net als fietsen, hoop ik althans. Zal er wel even in moeten komen en misschien is de metagame wel veranderd maar in de basis blijft het spelletje natuurlijk wel hetzelfde.

Met veel plezier denk ik terug aan de periode 20 jaar geleden toen ik vol in de underground pokerscene zat. Ondanks dat ik er goed aan verdiend heb kwam het echt niet aanwaaien. Het was nog echt een onontgonnen gebied en heel veel moest je aan de levende lijve ondervinden in plaats van opzoeken op het internet. Het had zo z’n charmes maar helemaal ongevaarlijk was het niet: overal waar met contant geld wordt geschoven loert gevaar. Dan heb ik het niet over de vele games die je op den duur in vrijwel iedere kroeg zag maar de underground scene waar je nauwelijks over hoorde of las. Tot op zekere hoogte kon je het gevaar beperken en daar kwam je eigenlijk alleen achter door je oren en ogen open te houden en soms, heel soms door schade en schande.

Het gevaar beperken bestond grotendeels uit het toch proberen selectief te zijn in welke games je speelde. Hoe groter de games waren, hoe groter de kans natuurlijk dat er buiten een paar gladjanussen stonden te wachten om de spelers te overvallen wat meer dan eens gebeurde, ook Tom en mij. Niets spectaculairs hoor, gewoon een paar gorilla’s met een Russisch/Oost-Europees accent met getrokken messen. Gewoon je centen inleveren en je verlies nemen want geen enkele hoeveelheid geld is het risico waard dat je in het ziekenhuis belandt of misschien zelfs erger. Een dure les was het zeker maar een les desalniettemin. Die gasten hadden niet eens bivakmutsen of zo op want ze vertrouwden erop dat je niet naar de politie stapte. Good call. Wat moesten wij bij de politie zeggen? Joh, we zijn net overvallen toen we uit een illegale pokergame kwamen bij die en die. Of ze ons alsjeblieft konden helpen? Je kan er wel een heel lulverhaal omheen hangen maar dan is de kans groot dat je door de mand valt. Mondje dicht dus.

Gelukkig werd het allemaal steeds beter en professioneler. De host, zeg maar diegene die de game organiseert en er vaak een (dikke) vergoeding voor krijgt, is ook veel aan gelegen om het zo veilig mogelijk te houden omdat die anders de spelers kwijtraakt. De plekken waar we speelden werden steeds mooier en er kwamen zelfs bodyguards/uitsmijters bij die je naar je auto begeleidden. Ook kwamen er steeds meer games beschikbaar al was het niet altijd even makkelijk om daarin te geraken. Veruit de meeste games waren by invitation only. Dat wil zeggen dat een bestaande speler voor jou garant moet staan. Garant betekent op z’n minst dat de bestaande speler borg staat voor eventuele schulden van de nieuwe speler en dat de nieuwe speler enigszins betrouwbaar is. Je begrijpt natuurlijk wel dat niemand staat te springen om daarom garant te staan.

Je moest daarom enigszins met geld gooien wilde je in de gratie van de spelers komen waarvan je wist dat die toegang tot de goede games hadden. Soms volstond het met een handjevol hondertjes maar meestal lukte het wel door veel actie te geven en altijd voldoende cash bij je te hebben zodat je nooit een schuld hoefde te openen. Werd je eenmaal uitgenodigd voor die game waar je zo graag in wilde dan was het werk nog niet afgelopen. Tom’s en mijn regel nummer 1: je wint niet in de eerste twee keer dat je deelneemt ook al krijg je de kaarten van je leven. Denk niet dat het makkelijk is om geld te dumpen zonder dat het opvalt. Zelfs geld verliezen is hard werken. Go figure.

Een andere manier om het gevaar te beperken was om niet met Jan en alleman aan tafel te gaan zitten. Zo hadden we geen problemen met de criminelen/maffiosi “met het kleinere werk” maar je hoorde ook van mannen die grof geweld niet schuwden. Daar probeerden we van weg te blijven wat wel opportunity costs met zich mee bracht want er leek wel een correlatie te bestaan: hoe ruiger de lui, hoe slechter ze konden kaarten. Aan de andere kant, je kan niet al het geld in de wereld winnen. Ondanks dat je voorzichtig probeerde te zijn kon je nooit voorkomen dat je met doorgewinterde criminelen aan tafel zat. Wat mij nog levendig bijstaat was een game in Amsterdam, vlak bij de Wallen waar een Joego aan meedeed die wij niet eerder hadden gezien. Hij had een normaal postuur maar met tattoos in zijn nek en zelfs gezicht.

Lijkt mij persoonlijk niet heel erg handig om een crimineel te zijn die zo makkelijk herkend kan worden maar goed, ieder zal er anders over denken. Hij werd niet bij naam geïntroduceerd maar simpelweg als Joego. Joego had niet zijn avond en verloor de ene buy-in na de andere. Nadat hij weer eens alles naar het midden had geschoven met de verliezende hand waren zijn centen blijkbaar op. Hij stond op, bewoog zijn rechterarm naar achter. Met zijn linkerhand trok hij zijn shirt iets omhoog en met een klap legde hij een pistool op tafel. Iedereen deinsde achteruit en in mijn onhandigheid viel ik met stoel en al achterover.

Terwijl ik het ergste vreesde klonk heel droog uit zijn mond: “Kopen? 1,500 euro”. De host pakte vliegensvlug 1,500 euro en gaf die aan Joego. Het pistool legde hij ergens in de la en de game kon verder toen iedereen zichzelf bij elkaar had geraapt. Ik heb geen idee wat er met die pistool is gebeurd, wilde ik ook niet weten denk ik maar dat Tom en ik, en vele andere spelers, niet meer daar gingen spelen moge duidelijk zijn.

In Vegas zal het wat dat betreft een stuk rustiger aan toe gaan. Misschien een beetje saai zal je denken maar ik heb mijn portie wel gehad. Daarnaast ben ik de veertig al gepasseerd en heb ik twee kleine kinderen thuis. Ach, het was een schitterende tijd waar ik heel veel heb mogen ontdekken en leren en echt, ik zou het zo weer over doen. Nou ja, misschien niet helemaal hetzelfde want die Joego met een pistool op zak is wel een ervaring die ik had willen missen. Al was het maar omdat ik er als een watje uitzag toen ik achterover viel. Nee, de ballen om een die-hard crimineel te worden heb ik duidelijk niet.

Go bigger or go more broke

Door Chief op maandag 21 augustus 2017 04:08 - Reacties (17)
Categorie: -, Views: 3.473

Enkele blogs geleden beschreef ik hoe ik de eerste stappen in de wondere wereld der beleggen had gezet wat natuurlijk spielerij bleek op het moment dat ik de institutionele vorm van beleggen van dichtbij meemaakte. Particuliere en institutionele beleggers komen elkaar weliswaar tegen op dezelfde beurzen maar het zijn feitelijk twee compleet verschillende werelden die zich niet geheel zonder toeval in dezelfde universum bevinden.

Aan de ervaring die ik had opgedaan in het handelen van aandelen en daaraan gerelateerde producten was het toch had ik vrij weinig want ik begon aan de Fixed Income desk: obligaties. Geloof mij, dat is een compleet andere speelveld en verre van saai. Zeker tijdens de GFC (Great Financial Crisis) maar daarover later meer. Waar ik, misschien ironisch, veel meer aan had was mijn ervaring als pokerspeler: snel rekenen, om kunnen gaan met grote bedragen, in alle tijden je rust bewaren en soms zelfs een bluf durven callen.

Er zijn grof gezegd drie soorten spelers op de Fixed Income markt. Zo heb je the real money: partijen die obligaties kopen als lange termijn belegging zoals pensieonfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen. Dan heb je de flow traders, investment banks die een soort market maker kopen. Hun doel is om de obligatie zo kort mogelijk op hun balans te hebben en puur te verdienen aan de “spread”, het verschil tussen aan de ene kant de biedkoers (= koopprijs) en aan de andere kant de l
aatkoers (= verkoopprijs). Ten slotte de prop traders, andere afdelingen van dezelfde investment banks die juist obligaties kopen en verkopen om te speculeren voor risico en rekening van de bank zelf. Ik heb zelf voornamelijk gewerkt voor spelers met real money.
Handel in obligaties vindt plaats via de OTC (Over The Counter” daar waar aandelenhandel zich voornamelijk via schermenhandel plaatsvindt. Als je een aandeel wilt kopen doe je dat middels via een paar klikken op een scherm terwijl je toch echt met mensen zult moeten praten wil je een obligatie kopen. Dat gaat ongeveer zo:

De telefoon op je desk begint te blinken en zachtjes te rinkelen en het is eigenlijk not done om je telefoon vaker dan twee keer over te laten gaan. Je ziet aan het nummer dat het bijvoorbeeld Merril Lynch (toen nog geen Bank of America Merril Lynch) in Londen is. Darn, ik heb mijn eerste koffie nog niet eens binnen of ik heb weer zo’n arrogante kwal aan de lijn. Then again, iedereen in dit wereldje is arrogant. De een alleen iets meer dan de ander en Merril Lynch lijkt hun aannamebeleid zo te hebben ingeregeld dat ze alleen de meest arrogante lui aannemen. Anyway, ik pak op en noem de naam van mijn werkgever.

“Merril here”. Ja dat zag ik al op het scherm kwal. “Yea?”. “I’ve got Barclays 17 CoCo three and a quarter at 89”. Ook goedemorgen denk ik maar. Even een vertaling: hij heeft een Converteerbare obligatie (CoCo) uitgegeven door Barclays in de aanbieding. De aflosdatum is 2017 en heeft een couponrente van 3.25%. Met deze informatie kan ik de obligatie identificeren. De prijs waartegen Merril wil verkopen is 89 per 100 nominale waarde. “How much?” vraag ik. “On your screen” krijg ik als antwoord. Ik zie op mijn scherm verschijnen dat hij 20 miljoen de deur uit wil doen. “Fill or kill at 88 and a quarter” antwoord ik: ik wil alles op 88.25 of helemaal niets. Het blijft twee seconden aan de andere kant van de lijn totdat “Filled” klinkt wat betekent dat hij akkoord is met de prijs.

Je kan je voorstellen dat handelen in Fixed Income tijdens de financiële crisis aardig naar de klote was. Niet alleen stonden heel specifiek bepaalde soort obligaties zoals RMBS, zeg maar verpakte hypotheken, en rentederivaten negatief in de spotlights, ook Lehman Brothers dat één van de grootste spelers was binnen de Fixed Income stond op omvallen. Banken vertrouwden elkaar niet meer maar moesten wel obligaties van hun balans proberen te krijgen om hun kapitaal te preserveren wat, zoals we nu weten, bij lange na niet lukte.

Zelfs nu nog merken we de gevolgen van de GFC. Door o.a. het opkoopprogramma van de ECB (Europese Centrale Bank) is de liquiditeit op de Fixed Income markt behoorlijk opgedroogd. Daar waar mijn grootste transactie ooit, ruim 2 miljard aan Duitse staatsobligaties, redelijk eenvoudig binnen een dag en zonder noemenswaardig de koers te laten bewegen kon afhandelen moet ik nu toch al best zorgvuldig te werk gaan voor een paar honderd miljoen wil ik niet de hoofdprijs betalen. Bummer.

Grootste blunder die ik ooit heb gemaakt? Nou, door een nulletje te veel te tikken. Ik moest 10 miljoen aan een Euro – US Dollar FX forward kopen maar had per ongeluk een nulletje teveel op het scherm geknald. Daardoor kwam ik, zonder het zelfdoor te hebben, met 100 miljoen van dat spul te zitten. Pas de volgende dag zag ik een grote beweging in mijn P&L die ik niet kon verklaren en zag toen pas mijn fout. Oopsie! Nou had ik geluk dat de EUR/USD koers net de goede kant op was gegaan waardoor er een plus was maar geloof me, ik heb daar behoorlijk veel gezeik mee gehad. Dubbel bummer.

Spannendste moment? Dat moet toch echt het omvallen van Griekenland zijn geweest. De GFC had veel meer impact op de markten maar ik stond destijds nog niet hoog op de corporate ladder waardoor ik niet daadwerkelijk beslissingen nam maar veel meer uitvoerend was. Tijdens de hele fiasco rondom de schulden van Griekenland stond ik echter front en center. Mijn toenmalige werkgever was de grootste private houder van Griekse staatsobligaties en aangezien de politiek geen hulp wilde bieden zonder concessies van de private sector was ik dus betrokken bij de onderhandelingen tussen alle partijen. Geloof me, dat was een ervaring die zowel belachelijk leerzaam was alsmede iets dat ik nooit meer wil meemaken. Politici en beleggers is nu eenmaal zoals water en vuur. Wat het nog gecompliceerder maakte was het feit dat er zoveel overheidsinstanties betrokken waren: alle Europese landen, de ECB, noem het maar op.

Desondanks, of juist mede daarom, is de wereld van Fixed Income beleggen toch wel mijn wereldje geworden. Met andere soorten van beleggen heb ik inmiddels ook hands-on ervaring maar obligaties en alle daaraan gerelateerde producten blijven mij toch enorm boeien. Het is op het eerste oog een veel saaiere wereld dan de flashy wereld van IPO’s en miljardenovernames die je op de aandelenmarkt ziet maar schijn bedriegt: Go bigger or go more broke.