To the moon! (Part 10)

Door Chief op maandag 10 december 2018 04:16 - Reacties (22)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 1.824

Door de aangeboden hulp van Mr. Young en het gezelschap van Uncle John en Aunt Mai kon ik extra genieten van de maaltijd die ik mij dan ook prima liet smaken. De meerderheid van mijn medetafelgenoten waren het wel gewend dat ik at alsof ik weken niet had gegeten maar Mr. Young klaarblijkelijk niet gezien zijn verbaasde blik. Voor iemand van 1m80 met een gewicht van 65kg kan ik nog altijd buitenproportioneel veel eten ondanks dat ik de veertig al gepasseerd ben. Genetics, got to love it.

In de tussentijd kreeg ik een kleine run-down van Uncle John van wat er verder in Bangkok gebeurt was en dat was eigenlijk verbazingwekkend weinig. De mannen die ons kantoor waren binnengedrongen deden helemaal niet moeilijk. Zodra wij het kantoor verlaten hadden gingen zij als makke lammetjes er ook vandoor zonder ook maar iets te proberen. Uncle John kon me vertellen dat die mannen “hired guns” waren, die voor een appel en een ei de opdracht hadden aangenomen. Het leek er dus niet op dat RichieRich of diens vrouw hele sterke banden hadden met de onderwereld. Toch leek het Uncle John beter dat ik voorlopig uit Bangkok zou blijven en ik had alle intenties om naar dat advies te luisteren. Ik vroeg Uncle John om de mannen die ons, via hem, geholpen hadden te bedanken maar daar hoefde ik mij natuurlijk geen zorgen over te maken.

Aunt Mai vroeg mij naar de plannen van die dag. Die had ik niet maar ik besloot ter plekke dat ik eigenlijk dezelfde dag nog wel terug wilde vliegen naar Singapore. Bangkok was voorlopig nog geen optie en dan zou het vanuit Singapore toch makkelijker zijn om dingen te regelen. Daarnaast vond ik het ook wel fijn om bij mijn gezin te zijn, ik was de afgelopen weken toch wel veel van huis geweest hoewel dat natuurlijk ingecalculeerd was. Tot die tijd kon ik mee met Uncle John en Aunt Mai naar hun huis.

Zo gezegd, zo gedaan. Nadat ik Mr. Young hartelijk bedankte voor zijn aangeboden hulp reed ik met het echtpaar mee naar huis. Vanuit de auto boekte ik de vlucht in de vroege avond naar Singapore en tot die tijd kon ik misschien proberen wat aan damage control te doen en oh, een goed verhaal verzinnen om het aan moeder de vrouw uit te leggen. Geen idee wat moeilijker zou zijn.

Ik mocht de “studieruimte” van Uncle John gebruiken en het eerst wat ik deed was de aandeelhoudersovereenkomst naar Mr. Young sturen. Mr. Young had mij advies gegeven om nog geen contact op te nemen met RichieRich maar hem een mail voor te laten bereiden om ons beklag te doen over de belachelijke stunt die RichieRich had uitgehaald. Het kostte mij moeite om het niet zelf te doen en even mijn ongezouten mening te geven maar het advies van Mr. Young sprak natuurlijk voor zichzelf.

Op Slack en via Whatsapp waren het aantal nerveuze berichten niet meer bij te houden en dus organiseerde ik maar een groepscall. In die call excuseerde ik mij voor de zaken die zo gelopen waren. De medewerkers hoefden zich geen zorgen te maken over hun veiligheid, het geschil was echt tussen de aandeelhouders en ik betreurde ten zeerste dat er een aantal collega’s toch getroffen waren. Wel was ik heel eerlijk over de toekomst van DreamHolding en diens dochtermaatschappijen: die zag ik somber in. Ik drukte de medewerkers dan ook op hun hart om elders te gaan solliciteren. Het kon bij ons nog allemaal goedkomen natuurlijk maar een plan B heeft nog niemand kwaad gedaan. Ik wou dat ik beter nieuws had maar dat had ik dus niet.

Waar ik mij tegelijkertijd meer zorgen om maakte was Mark die van de aardbodem leek te zijn verdwenen. Hij had op geen enkele manier een teken van leven gegeven. Was hij nog in Bangkok en belangrijker nog: was hij ongedeerd? Op dat moment ging mijn mobiel over en op het scherm zag ik dat het Mark was. Godzijdank! Hij was veilig in Manilla bij zijn gezin maar zijn stem brak voortdurend. Hij was nog bij Dave langs gegaan voordat hij vertrok om er zeker van te zijn dat ook met alles goed ging maar toen hij bij het appartement van Dave was aangekomen bleek die helemaal leeg te zijn! Navraag bij de security van het gebouw leerde hem dat een week geleden verhuizers waren langs geweest die de meeste spullen hadden meegenomen.

Een week geleden?!?! Hoe was dat mogelijk? Niemand van ons had daar ook maar iets van gehoord. Het leek er nu ontzettend sterk op dat Dave betrokken was bij de actie van RichieRich. Ik dacht tot nu toe dat Dave de admin gegevens onder druk had gegeven maar waarom was hij dan een week geleden dan al verhuisd zonder dat tegen ons te zeggen? Had RichieRich hem dan al eerder onder druk gezet? Had Dave vrijwillig meegedaan aan de poppenkast? Een ketting is natuurlijk net zo sterk als de zwakste schakel en blijkbaar was Dave deze schakel. Zijn situatie was dan ook heel anders dan die van ons: hij was net getrouwd, zijn vrouw was in verwachting van hun eerste kindje en hij was op basis van een werkvergunning in Thailand. Ongetwijfeld dat RichieRich hem aardig bang kon maken o.a. door te dreigen dat hij het wel voor mekaar kon krijgen om zijn werkvergunning in te laten trekken, met alle gevolgen voor zijn gezin van dien.

Of Dave onder druk was gezet of niet, het maakt niet uit voor de uitkomst: wij waren uitgesloten van de systemen maar Mark was ontzettend aangedaan. Hij werkte al meer dan tien jaar samen met Dave en zag hem meer als een broer dan een vriend. Mark voelde zich ontzettend verraden. Ik probeerde Mark ervan te overtuigen dat die conclusie te vroeg was om te trekken maar dat had weinig tot geen invloed. Natuurlijk begreep ik wel hoe Mark zich voelde maar op dit moment moest hij dat opzij zetten en aan de toekomst denken van DreamHolding en diens medewerkers of op z’n minst de schade te minimaliseren. Dat besef leek Mark helemaal niet te hebben want er kwam geen zinnig woord daarover uit zijn mond.

Nadat Mark had opgehangen zakte de moed mij aardig in de schoenen. Voorlopig leek ik weinig hulp te krijgen van Mark terwijl het toch echt zijn onderneming was. Als iemand alles te verliezen had was het wel Mark maar niets leek erop dat hij dat besefte. Of had hij al de handschoenen neergegooid? Mark had dan ook al het nodige meegemaakt. Een aantal jaar geleden was hij door een vechtscheiding gegaan die hem financieel compleet had gestript en daarna was zijn eerste startup mislukt. Tot aan een week geleden leek hij weer op de weg omhoog te zijn maar nu leek plotsklap zijn droom in duigen te zijn gevallen. Misschien ligt het aan mij maar zou dat niet iets zijn om voor te vechten met alles wat je in je had?

To the moon! (Part 9)

Door Chief op dinsdag 4 december 2018 06:36 - Reacties (16)
Categorieën: Over mij, Uncles, Werk, Views: 2.074

Zoals altijd was het druk met toeristen en zakenreizigers op Hong Kong International Airport, één van de drukste zo niet de drukste luchthaven van de regio. In tegenstelling tot de meeste anderen had ik geen enkele haast. Verrek, ik had niet eens een idee waar ik heen zou gaan zodra ik het vliegveld mocht verlaten. Ja, ik had Uncle John een berichtje gestuurd dat ik veilig in Hong Kong was aangekomen maar hij had er nog niet op gereageerd. Er stond daarnaast toch een behoorlijke rij voor de paspoortcontrole dus ik kon voorlopig toch nergens heen.

Ik stond een aantal minuten in de rij toen mijn mobiel overging. Het was Uncle John die mijn berichtje net had gelezen en verheugd was dat ik in Hong Kong was aangekomen al was hij enigszins verbaasd dat ik niet naar Singapore was gevlogen. Snel legde ik uit dat dit de snelste manier was om uit Bangkok te geraken. Plus, het thuisfront was helemaal niet op de hoogte van wat er zich de afgelopen dagen had afgespeeld. Dat laatste zei ik alleen niet hardop.

Het voorstel van Uncle John om mij op te komen halen sloeg ik halfhartig af en gelukkig voor mij hield hij, zoals een rasechte Chinees betaamt, voet bij stuk. Ik had makkelijk de metro en/of de taxi kunnen nemen maar om heel eerlijk te zijn was het vooruitzicht om dezelfde rit in een luxe limousine te maken een heel stuk aantrekkelijker. Misschien had ik nog wel een beetje meer geluk: misschien had Uncle John zijn Aston Martin van stal gehaald!

De ambtenaren aan de balies van de paspoortcontrole deden hun werk naar behoren met als gevolg dat de rij buitenlanders die het landje in wilden langzaam maar zeker korter werd. Met enige weemoed dacht ik terug aan de tijd dat ik een lokale identiteitskaart had waarmee ik de elektronische toegangspoortjes kon gebruiken. Weemoed naar het gevoel dat ik had toen ik een aantal uren geleden voor de paspoortcontrole in Bangkok stond had ik zeker niet. Nee, nu stond ik redelijk relaxed, enigszins vermoeid, te wachten op mijn beurt.

Dat duurde nog een kleine drie kwartier en aangezien ik alleen handbagage bij me had hoefde ik niet op de ruimbagage te wachten en kon zo door de douanecontrole lopen. Uncle John stond al op me te wachten toen ik door de grote schuifdeuren de aankomsthal binnenliep. Hartelijk begroetten we elkaar en ik bedankte Uncle John voor alle hulp die hij had gegeven. Hij wuifde het weg en zei dat het maar een paar telefoontjes had gekost. Niet alleen dat dacht ik bij mezelf want de onderwereld verschilt op tenminste één punt niet van de zakenwereld: quid pro quo.

We liepen samen de hal uit en ik hoopte stiekem dat we naar zijn Aston zouden lopen maar het mocht ditmaal niet zo zijn. Een donkerblauwe BMW 7 stopte voor onze neus en zijn chauffeur maakte netjes de deur voor ons open. Blijkbaar had Uncle John zijn Mercedes ingeruild voor dit exemplaar. Geruisloos bewoog de auto over de weg en Uncle John vroeg mij of ik moe was. Anders konden we wel even “yam cha", wat letterlijk thee drinken betekent maar bij de meeste Nederlanders bekend is als dim summen.

De honger won het, zoals zo vaak, van de vermoeidheid en accepteerde graag de uitnodiging. Uncle John die mij al langer kende had daar kennelijk al op gerekend want hij vertelde mij dat er mensen op mij wachtten in het restaurant. Ja natuurlijk, gooi er nog maar een verrassing tegenaan dacht ik. Wat kon mij het ook bommen, ik zat nu veilig in de auto van Uncle John en mijn maag zou terstond worden gevuld. Hoewel, veilig….. Als je bij Uncle John was wist je nooit wat je te wachten stond leerde mijn ervaring.

De rit was slechts iets langer dan een kwartier bezig toen de auto al voor een restaurant stopte. Samen met Uncle John stapte ik de auto uit en het restaurant binnen en meteen zag ik al Aunt Mai op mij afstemmen door wie ik ook weer hartelijk werd omhelst. Nou, als dit de verrassing was, laat ze maar komen! Na de omhelzing gingen we naar een tafel waar ik een ander bekend gezicht zag: Mr. Young! *

Dit was uiteraard geen toeval, de hulp van Uncle John rijkte zoals altijd verder dan mijn neus lang was en ik was ontzettend dankbaar voor het gebaar van Uncle John: ik kon nu zeker juridisch advies gebruiken. Na het uitwisselen van beleefdheden legde ik op zo’n duidelijk mogelijke manier uit wat er gebeurd was: de onverklaarbare financiële transacties die ik had gevonden, de onbereidheid van Venture om de nieuwe geldschieter te accepteren, de belachelijke manier van het veiligstellen van de programmeercode. Ook de domme email van Mark naar de belangrijkste partners van Venture passeerde de revue. Mijn drie tafelgenoten luisterden stilzwijgend toe.

Na het einde van mijn relaas vroeg Mr. Young of ik een kopie van het aandeelhouderscontract had. Die stond op de laptop welke in mijn handbagage zat, nu in de kofferbak bij de auto van Uncle John. Mr. Young verklaarde dat hij meer een specialist was in strafrecht (johhhhhh) en al helemaal weinig verstand had van rechtspraak in Thailand maar hij kon in zijn uitgebreide netwerk natuurlijk wat lijntjes uitgooien. Kosteloos uiteraard.

Die woorden gaven mij enigszins hoop. Hoop waarop, dat wist ik niet. Het was natuurlijk ijdele hoop dat de samenwerking met Venture/RichieRich hersteld kon worden, daar was te veel voor gebeurd maar op één of andere manier wilde ik RichieRich laten boeten voor de belachelijke scene die hij had gecreëerd en onze collega’s zo nodeloos bang hadden gemaakt. De aangeboden hulp van Mr. Young gaf mij hoop dat ik nog iets terug kon doen en ik voelde de energie weer in mij terugkeren. Toegegeven, de aantrekkelijk uitziende dim sum die inmiddels op onze tafel was belandt kon ook geen kwaad voor mijn gemoedstoestand. Ik was er klaar voor: Let’s get rrrrreeadddyyy to RRRRUUUUMMMBBLLLLLEEEE!!


* Zie de serie "The Good, the Bad and the Condemned"

To the moon! (Part 8)

Door Chief op maandag 26 november 2018 06:50 - Reacties (22)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 2.528

Na de waarschuwende woorden van Uncle John hield ik abrupt stil in de hal van het gebouw. De woorden drongen langzaam maar met volle impact op mij in. Was ik in gevaar? Uncle John leek mijn stilte te begrijpen. Hij vertelde dat hij niet zeker wist in hoeverre ik in de problemen zat maar hij maakte zich enigszins zorgen dat ik het land niet uit zou komen indien RichieRich en zijn vrouw toch erg veel invloed hadden in Thailand.

Het zekere voor het onzekere, dat waren woorden die dicht aan mijn hart lagen. Snel bedankte ik Uncle John weer en zei dat ik zou maken dat ik het land uitkwam. De adrenaline raasde weer door mijn lijf en zette ik het op een lopen richting het hotel. Het was nu nog drukker op straat en ik had geen idee hoe vaak ik “sorry” riep als weer iemand opzij beukte. Het leek wel alsof ik tien minuten lang sorry achter elkaar zei.

Bij de receptie probeerde ik even op adem te komen, nieuwsgierig aangekeken door portiers en baliemedewerkers. Ik zag een halfvolle glas met doorzichtig vocht op een balie staan. Aangenomen dat het dezelfde sap was als een paar dagen eerder had gekregen bij het inchecken sloeg ik het vocht naar binnen in een poging van mijn droge bek af te komen. Gelukkig, het was inderdaad dezelfde smaak als een paar dagen eerder. Nu maar hopen dat er niemand met vreselijke ziektes aan gelurkt had. One problem at a time Chief, one problem at a time.

Al hijgend vroeg ik de baliemedewerker om een taxi voor mij te bellen die mij naar het vliegveld kon brengen. “Checkout…..*hijg*…..room xxxx *hijg*”. De baliemedewerker knikte en ik was dankbaar dat ik niet nog meer woorden uit mijn hijgende longen hoeven te persen. De man tikte op het toetsenbord en ik hoorde de printer mijn rekening uitspugen. Ik presenteerde mijn creditcard maar de autorisatie leek een eeuwigheid te duren hoewel het in werkelijkheid waarschijnlijk binnen tien seconden gebeurd was. Nadat ik mijn creditcard eindelijk terugkreeg vroeg de beste man of ik nog iets nodig had. “Taxi…..airport *hijg*. Weer knikte de man en pakte de telefoon.

Ik schoot naar de lift om snel mijn spullen te pakken. Op mijn kamer gooide ik alles in de kleine koffer, mijn paspoort stak ik in mijn achterzak. Zonder de kamer verder te controleren ging ik terug naar de lift. In de lift probeerde ik Mark te bellen maar hij nam niet op. Na de tweede poging ging de liftdeur open en ik besloot het in de taxi te proberen. Er stond inderdaad een taxi bij de ingang en ik nam maar aan dat die voor mij was. “Suvarnabhumi airport” vertelde ik de chauffeur die rustig weg reed. Weer probeerde ik Mark te bellen maar ook de volgende twee pogingen waren vruchteloos. Ik stuurde hem maar een bericht om net als ik het land te verlaten.

Daarna opende ik de browser op mijn telefoon om te kijken welke vlucht ik nog zou kunnen nemen. Ik had ruim de laatste vlucht naar Singapore gemist. De eerstvolgende vlucht zou om 8u in de ochtend vertrekken maar er ging nog een vlucht rond 3:30 in de nacht naar Hong Kong. Hong Kong, dat klonk zo slecht nog niet en dus besloot ik snel die ticket te boeken wat mij lukte. In de tussentijd gingen de berichten op Slack op en neer. Geen teken van leven van Mark noch Dave dus probeerde ik de medewerkers voor zover het ging gerust te stellen. Er was sprake van een misverstand en we zouden het oplossen. Ondertussen mochten ze thuis blijven tot nader order maar zouden gewoon doorbetaald worden. Ik hoopte maar dat we dat laatste waar konden maken.

De rit in de taxi ging traag. In Bangkok was er eigenlijk ook nooit sprake van spits: het was altijd een chaos in het verkeer. Ik nam doorgaans dan ook de metro van en naar het vliegveld maar daar had ik nu absoluut geen trek in. Toch kwam ik uiteindelijk aan bij het vliegveld waarna ik naar de balie van de vliegtuigmaatschappij ging. Ik voelde mij niet op mijn gemak en liep op een schichtige manier, de kraag van mijn polo zo hoog mogelijk omhoog getrokken en met de ogen naar de grond. Het was zo ruim voor vertrek dat er geen rij bij de incheckbalie stond. Ik had maar één stuk handbagage en al snel kreeg ik mijn instapkaart mee.

Met het koffertje rollend achter mij liep ik naar de 1e controle. Mijn hart raasde en ik voelde het zelfs in mijn keel kloppen toen ik mijn paspoort met daarin de incheckkaart in de vragende hand van de officier legde. Die scande mijn instapkaart, vergeleek een paar dingen op de paspoort met de instapkaart en gaf zonder mij aan te kijken de documenten terug. Een stap dichter bij vrijheid dacht ik. De grootste test zou echter nog komen, de paspoortcontrole.

Een lange rij stond er niet en al snel was ik aan de beurt. Langzaam stapte ik naar de officier die in het hokje zat en gaf mijn documenten af. Ik durfde hem niet aan te kijken maar het moest gebeuren. De jaren die ik aan een pokertafel had doorgebracht gaf datgene wat ik nu nodig had, een pokerface. Alsof ik met een bluf al mijn chips naar voren schoof keek ik de officier met een kalme lach aan en zowaar: de officier lachte terug! Mijn paspoort werd gescanned, er volgden nog een paar aanslagen op een toetsenbord waarna de hand van de officier naar de stempel ging. Als in slowmotion zag ik de hand met stempel de lucht in gaan maar net voordat de stempel op mijn paspoort belandde dook een collega officier op naast het hokje die een paar woorden Thais uitwisselde met de man in het hokje en mijn hart sloeg twee slagen over.

De nieuwe officier keek mij aan en ik wist de lach op mijn gezicht in stand te houden waarna de man mij vriendelijk toeknikte. De officier in het hokje liet eindelijk de stempel in mijn paspoort ploffen en gaf daarna mij de documenten terug. Ik knikte vriendelijk maar zette snel stappen richting de vertrekhal. Na een paar stappen draaide ik mij een beetje om en zag de twee officieren van plek wisselen. Het was dus tijd voor een dienstwissel. Ik verlaagde het tempo waarin ik liep en haalde een aantal keer diep adem. Bijna was ik er. Bijna.

Ik moest nog een paar uur doorkomen voordat mijn vlucht zou vertrekken. Bij de eerste de beste mogelijkheid kocht ik een halve liter water. Ik liep naar de gate vanwaar mijn toestel zou vertrekken maar ik ging twee gates verderop zitten waar een ander toestel over zo’n 1.5u zou vertrekken maar wel al wachtenden waren. Bij die gate waren er nog tal van vrije rijen zitplaatsen en toch ging ik in een rij tussen andere wachtenden zitten die mij lichtelijk geïrriteerd aankeken. Ik bleef strak voor me kijken en deed net alsof er niets aan de hand was.

Een paar uur later zat ik op enkele duizenden meters hoogte in het vliegtuig richting Hong Kong en sloeg de vermoeidheid zonder enige vorm van medelijden toe en werd ik pas weer wakker toen ik door een flight attendent wakker werd gemaakt. Verdoofd keek ik om mij heen en er was niemand te bespeuren. Ik had het voor elkaar gekregen om door de landing heen te slapen en had niet eens in de gaten dat alle passagiers waren uitgestapt. Snel sprong ik op en liep ik het vliegtuig uit waar de schoonmaakploeg al ongeduldig aan het wachten waren. De welbekende geuren en geroezemoes verwelkomden mij in de terminal van Hong Kong. Hong Kong, zelden was ik blijer dan nu om op deze luchthaven aan te komen.

To the moon! (Part 7)

Door Chief op maandag 19 november 2018 05:28 - Reacties (17)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 2.278

Een stoet van een kleine twee dozijn volgde mij het moderne gebouw binnen. De toegangspoorten zorgden voor een probleem aangezien ik maar één toegangspas had maar dat werd pragmatisch opgelost: de rest sprong gewoon over de poorten heen. Ik zag een oplettende bewaker naar ons toelopen en die probeerde ik snel af te wimpelen door te roepen dat ze bij mij hoorden en daarbij driftig met mijn toegangspas zwaaide. De bewaker draaide zich na het maken van een wegwerpgebaar weer om. Bewaking….juist.

De lift ging open en met wat proppen pasten we er allemaal in. De lift begon haar opwaartse beweging en vanuit mijn ooghoek zag ik hoe de leider een kapmes vanonder zijn shirt haalde. Dat had ik kunnen weten, deze lui staan er nou niet bepaald bekend om dat ze bij onenigheid netjes met elkaar aan tafel gaan zitten en met steekhoudende argumenten elkaar proberen te overtuigen van hun standpunt…. Toch schrok ik er van, zeker toen de anderen hem volgen en ik dus in een lift met twintig plus getrokken kapmessen stond. Mijn enige doel was om mijn collega’s daar veilig weg te krijgen en de kans op succes werd er in mijn ogen niet groter op door met getrokken kapmessen binnen te stormen.

Ik legde mijn hand op de arm van de leider en keek hem recht in de ogen aan. “Put them away”. Hij gaf geen krimp. “Put them way and don’t pull them unless absolutely needed”. Ik had absoluut geen idee hoe zijn niveau van Engels was maar hij gaf nog steeds geen krimp. “Put them away, safety first” zei ik op een wat indringende toon terwijl ik zijn arm omlaag duwde en God zij dank stak hij het kapmes weer onder zijn shirt. Hij keek opzij, knikte met zijn hoofd waarna de anderen zijn voorbeeld volgden. Ik kon alleen maar hopen dat die messen opgeborgen bleven.

Eindelijk kwamen we op de 31e verdieping aan en stonden we met z’n allen voor de deuren van de zes liften die het gebouw rijk was. “We go in, you get your people and you get out” hoor ik iemand naast me zeggen. Ik draai me naar de stem en zie dat het uit de mond van de leider komt. Eén vraag is beantwoord: met zijn Engels is in ieder geval he-le-maal niets mis. Voordat ik knik zeg ik dat er enkele collega’s in een vergaderruimte zitten waar minimaal twee bad-guys bij waren. Hij draait zich om, zegt wat in het Thais en kijkt vervolgens mij aan. “Let’s go and stay close” zegt hij. “Let’s go” antwoord ik weer.

De adrenaline suisde door mijn lichaam en ik voelde mijn eigen hartslag in mijn borstkas terwijl ik voor de groep richting ons kantoor liep. Voor een groep van ruim twintig mensen waren we angstaanjagend stil. Vlak bij ons kantoor gaat ineens de deur van de buren open. Een dame die met haar ogen op haar telefoonscherm kijkt stapt eruit en abrupt staan wij stil. Dan kijkt de vrouw op van haar scherm en ziet ons staan waarna ze van schrik haar telefoon met een plof op het tapijt van de gang laat vallen.

Ik pak het toestel op, druk het in haar hand en gebaar naar haar dat ze naar de liften moet lopen. Zonder na te denken zet de dame het op een drafje richting de liften en ik kijk haar na totdat ze de hoek om is. Vervolgens zet ik nog een paar stappen naar de deur van ons kantoor die natuurlijk dicht is. Ik haal nog een keer diep adem en kijk opzij naar de leider die met zijn hoofd knikt. “There goes nothing” was het laatste wat ik dacht voordat ik met één hand de deurklink vastpakte en mijn wijsvinger van mijn andere had op de vingerlezer drukte.

Ik hoorde de welbekende piep en trok meteen de deur open. De mannen die zojuist nog achter mij stonden stormden langs mij heen en er leek geen einde aan de rij te komen. Ik hoorde alleen geschreeuw, van wie, dat kon ik niet zeggen. Als laatste rende ik het kantoor binnen al was het maar twintig stappen naar de vergaderruimte. Toen ik snel mijn hoofd draaide richting de grote ruimte, zag ik verschillende mannen tegen een muur staan, omringd door andere mannen. Ik kon ze met de beste wil niet van elkaar onderscheiden maar zolang ik niet tegen werd gehouden rende ik door.

De vergaderruimte was open. Een paar mannen hielden twee mannen tegen de grond en ik zag de verschrikte gezichten van mijn collega’s die zowaar blij leken om mij te zien. Buiten de angst zag ik geen verwondingen en ik droeg ze op te vertrekken. “Go home now and don’t come back until we tell you to”. Snel stapten mijn collega’s de ruimte uit. Ze aarzelden toen ze al die mensen in de grote ruimte zagen. Weer wat geschreeuw en nu zag ik iemand zijn vuist in het gezicht van een ander planten. De ontvangende partij klapte met zijn hoofd tegen de muur, viel om waarna het geschreeuw verstomde.

Ik zag mijn collega’s twijfelen. “Get your stuff and get out!” zei ik. In mijn hoofd ging dat op een beheerste manier maar in werkelijkheid kwam dat als geschreeuw uit mijn mond. Snel pakten mijn collega’s hun persoonlijke spullen en maakten dat ze wegkwamen. Dave kon ik nergens bespeuren en ik nam dan ook aan dat hij van de verwarring gebruikt had gemaakt en met de noorderzon vertrokken was. Het leek erop dat al onze collega’s veilig weg waren.

De leider kwam nu naar mij toe en zei dat ik kon vertrekken. Ik vroeg me niet eens af wat er met die andere lui zou gebeuren en stak mijn hand uit. Handen werden geschud, ik bedankte hem en ik liep het kantoor uit alsof er niets was gebeurd maar buiten leunde ik toch nog even de muur en slaakte een diepe zucht. De telefoon in mijn broekzak bleef vibreren en na de korte pauze pakte ik het toestel uit mijn broekzak en liep naar de liften. Op Slack vlogen de berichten over het scherm maar ik registreerde ze nauwelijks behalve het bericht van Mark dat ook hij met zijn admin account niet meer bij de servers kon.

Lekker belangrijk, dacht ik bij mezelf. Iedereen is veilig, althans voor nu. Weer beneden aangekomen keek ik om mij heen en zag geen van mijn collega’s. Ik hoopte maar dat ze van dit alles niet teveel geschrokken waren maar één ding wist ik wel zeker: de komende dagen zouden er gegarandeerd collega’s hun baan opzeggen en dat kon ik ze moeilijk kwalijk nemen. Ik belde Uncle John die snel opnam. Snel lichtte ik hem over de situatie in en dat iedereen dankzij hem veilig was. Daar was hij blij mee maar tegelijk gaf hij mij een waarschuwing: pak je spullen, ga naar het vliegveld en neem de eerste de beste vlucht het land uit. Nu.

To the moon! (Part 6)

Door Chief op maandag 12 november 2018 02:52 - Reacties (32)
Categorieën: Uncles, Werk, Views: 2.749

Terwijl de berichtjes van Mark binnen blijven komen dat zijn pogingen om RichiRich te bereiken niets hebben opgeleverd scroll ik op mijn telefoon naar het nummer van Uncle John. Als ik zijn nummer heb gevonden blijft mijn vinger boven het scherm zweven en twijfel ik even. Het daaropvolgend bericht van één van mijn medewerkers maakt aan alle twijfels een einde: iedereen behalve Dave zijn in een vergaderruimte gezet met twee “bewakers” en de angst sluipt er nu goed in. “Please help us” staat er als laatste bericht op mijn scherm.

Enkele seconden nadat ik op het scherm heb getikt neemt Uncle John op die zoals altijd hartelijk klinkt. Ik moet hem helaas onderbreken en met serieuze stem vertel ik hem dat ik problemen heb. Uncle John stopt meteen met praten en luistert. Op zo’n korte maar duidelijk mogelijke manier leg ik hem uit wat er is gebeurd: mijn medewerkers zitten vast in ons kantoor in Bangkok en worden daar tegen hun wil door een aantal mannen vastgehouden. We verdenken onze partner aangezien ze op zoek zijn naar alle admin login gegevens. Die partner en diens vrouw hebben goede relaties met zowel de politie, politiek alsmede de onderwereld.

Ik hoor mezelf het verhaal vertellen en zelfs in mijn eigen hoofd klinkt het absurd maar mijn benauwde stem verraadt dat het mij menens is. Mijn enige prioriteit is om mijn medewerkers daar veilig weg te krijgen en of Uncle John mij op wat voor manier dan ook kan helpen. Op heel zakelijke toon vraagt Uncle John naar details van de situatie: hoeveel medewerkers? Zes antwoordde ik. Hoeveel van de andere partij? Ongeveer tien. Waren ze gewapend? Volgens mij niet. Waar was ons kantoor? Ik gaf hem de naam van het gebouw waar ons gebouw gevestigd was, inclusief de verdieping. Als laatste vroeg hij waar ik was. In een hotel iets verderop was mijn antwoord. Enkele seconden bleef het stil aan de lijn.

“Ik bel je zo snel mogelijk terug en in de tussentijd blijf je op je kamer, ok?” klonk het. Ik antwoordde bevestigend en Uncle John hing op. De tijd kroop voorbij. Ik hoopte dat Dave ondertussen zo slim was geweest om gewoon te geven waar die mannen om vroegen maar daar leek het niet op. Ik stuurde nog een berichtje naar mijn collega: “Blijf rustig, werk mee en hulp is onderweg”. Hulp is onderweg….. Ik wist niets beter te zeggen en ik hoopte maar dat die woorden uit zouden komen, in wat voor vorm dan ook.

Eindelijk verscheen de naam van Uncle John op mijn scherm en snel pakte ik op. “Luister heel goed” begon Uncle John meteen en ik hield mijn adem in. Ik moest zorgen dat ik binnen een kwartier bij ons gebouw zou zijn. Dichtbij genoeg om de ingang te zien, ver genoeg weg om uit het zicht van dezelfde ingang te zijn. Ik moest pas tevoorschijn komen als ik een aantal tuk tuks voor de ingang zag verschijnen met daarin een man of twintig in totaal. Zij zouden mij wel herkennen als ze mij zagen, Uncle John had een foto van ons samen gestuurd. Slim, dacht ik bij mezelf.

Je gaat met die mannen naar binnen en die mannen gaan ontzettend veel kabaal maken en zorgen dat jij je mensen weg kan halen. “Hoor je dat Chief?” vroeg Uncle John en het enige wat ik kon zeggen was “Ja….”. “Maar Chief” ging Uncle John verder. “Als er ook maar één een wapen trekt, het maakt me niet uit wie, dan maak je je uit de voeten. Met OF zonder je mensen. Begrepen?”. Ik bleef stil. “Chief jongen?” klonk het. “Ik kan ze daar niet laten zitten Uncle John” klonk het na een paar seconden. Een zucht aan de andere kant van de lijn. “Haast je nu en bel mij zodra je de kans hebt” zei Uncle John nog. Ik bedankte hem snel, schoof mijn telefoon in mijn achter broekzak, schoot mijn schoenen aan en stormde naar buiten. Ik nam de trap om vanaf de vijfde verdieping naar beneden te gaan. Hoewel het hotel bijna een kilometer van ons kantoor was zag ik het moderne en hoge gebouw in de verte al staan. Ik probeerde zo snel mogelijk te rennen wat lastig was aangezien het stervensdruk was op straat. De avond was begonnen en dus legden straattentjes beslag van de stoep en de hongerige klanten dromden zich er om heen.

Hijgend kwam ik bij het gebouw aan en zag net een aantal tuk tuks stoppen bij de ingang. Ik stopte even bij het zien van de gedaantes die uit de tuk tuks sprongen. Ging dit gebeuren, dacht ik bij mijzelf? Ging ik nou echt ons eigen gebouw bestormen met mannen die ik niet ken? Met mannen die zogezegd hoogstwaarschijnlijk geen lid waren van het kerkkoor? Had ik een keus? Ik schudde de vragen van mij af en zette het weer op een sprint. Dichtbij de tuk tuks merkten een aantal mij op en ik zag ze op hun mobiel kijken en vervolgens weer naar mij. Grappig, blijkbaar gebruikten ook de mafia tegenwoordig ook een groepschat.

In een andere situatie zou ik hier waarschijnlijk hard om lachen maar ik kon met geen mogelijkheid een glimlach op mijn gezicht toveren. Zwaar ademend stond ik nu voor die groep mannen. Een daarvan, waarschijnlijk de leider, kwam naar mij toe. “Let’s go” zei hij. “Let’s go” antwoordde ik.

Tweakers vormt samen met Tweakers Elect, Hardware.Info, Autotrack, Nationale Vacaturebank en Intermediair de Persgroep Online Services B.V.
Alle rechten voorbehouden © 1998 - 2018 Hosting door True